VII

(Voor het complete verhaal kies: Komt een man bij de dokter integraal )

Op een goede morgen had ze tot mijn grote schrik de hele tafelschikking veranderd. Zij keek mij stralend aan en wees op de kinderstoelen die links en rechts van haar stonden en zei met ene blije stem. ” Kijk eens, links en rechts heb ik nu wat het mij het liefste is mijn leven. De kinderstoel aan de linkerkant was nog leeg maar verwees naar de toekomst. Recht tegenover haar aan tafel stond mijn  stoel, alsof ons leven in het vervolg een talkshow zou worden met mijn beide kinderen als publiek…euh…onze beide kinderen. Ik knikte wat wanhopig maar waar die wanhoop precies vandaan kwam, was mij op dat moment  nog onduidelijjk. Nu, een paar jaar later, nu de hele geschiedenis achter de rug is, nu snap ik het maar ja te laat: de kinderwens van de vrouw is algemeen geaccepteerd omdat het de diepste wens van de vrouw is. De bevruchtingswens van de man is zijn diepste wens maar wordt gezien als ontrouw. It’s a man’s world…???!

Hoe dan ook , ik nam plaats op de stoel die mij was toegewezen en at zuchtende en langdurig kauwend mijn brood op. Ik kreeg het gevoel dat de sfeer van het traditionele huwelijk. Het was of er een loodzware mantel der liefde over mijn schouders werd geworpen. Een liefde die nooit loslaat, die zegt dat uit elkaar gaan de goedkoopste oplossing is van de problemen die ieder van de beide partners met zichzelf heeft. Van die zware gedachten overkwamen mij die mijn lichaam doortrokken van nek naar voeten en die elke lust tot lust weg deden vloeien. Beginselen van trouw, beloften, zekerheden en verantwoordelijkheid…het waren nu niet bepaald begrippen die als beleg goed passen op volkorenbrood. Ik keek Jeltje aan en zij keek nauwelijks terug. Haar ogen waren vooral gericht op de kleine Jeroen, een leuk ventje, natuurlijk, zoiets vind je als vader ook. Maar waarom keek zij nauwelijks mijn kant op? Was ze geschokt door mijn weinig bemoedigende reactie op de herschikking aan tafel? Ik had geen zin om het te ragen en kondigde na nog drie keer kauwen aan dat ik aan het werk ging.

Ze reageerde niet maar propte opnieuw een hap in het mondje van Jeroen. Die in mij was er iets dat me vertelde haar niet alleen te laten zitten met de afwas maar tegelijkertijd had ik het gevoel dat zij helemaal voor zichzelf had gekozen zonder aan mij te denken. Nu wild eik voor mijzelf kiezen, al was het maar één keer. Dat wik niet zeggen dat ik er vrolijk van werd. Terwijl ik mijn rooster zat op te maken voor een indeling van studie en werk, bleef er in mijn achterhoofd iets hameren, een gevoel dat het allemaal anders was dan vroeger. Aan de andere kant maakte ik mijzelf ook wijs dat het tussen Jeltje en mij nooit anders zou kunnen worden, we waren gewoon gek op elkaar. En inderdaad…

De volgende dag was de oude tafelschikking weer terug. Jeltje zei met een wat mistroostig gezicht dat ze het allemaal toch niet zo mooi vond staan en dat ze toch meer hield van de oude opstelling met ons beiden aan weerszijden van Jeroen en of ik dat ook niet vond. Ik was diplomatiek genoeg om te zeggen dat ik haar speelsheid met nieuwe ideeën juist zo opwindend vond, die drang naar afwisseling maar…dat ik de oude opstelling toch ook wel zo prettig vond en daarmee dreef een donkere bui over. Hoewel, niet helemaal, het bleef aan mij knagen dat ik de eerste keer zo weinig had gereageerd, zo matig assertief was geweest. Ik zag mijzelf altijd graag als een assertieve, krachtdadige man en nu, in het contact met Jeltje was daar toch bitter weinig van terechtgekomen. Wie eenmaal een bittere pil heeft geslikt, blijft altijd de smaak bij zich dragen. We leefden weer vrolijk en gedachtenloos verder maar nooit meer zo onbevangen als vroeger. Van tijd tot tijd staarde ik uit het raam en dan vroeg Jeltje waar ik aan dacht en dan zei ik dat het staren deel uitmaakte van het creatieve proces. Dat had ik een keer ergens gelezen.

We flierefluiten nog lange tijd en Jeroen werd groot…kreeg eerst tandjes en daarna heel veel streken en we vonden het allemaal prachtig en we merkten niet hoe er steeds vaker dingen gebeurden waarover we niet spraken, dingen die niet leuk waren maar waar we geen woord over zeiden. Ik begon zelfs te denken dat het niet praten over dingen, een vorm van liefde was. Het hoorde erbij, wie van een ander hield begon niet steeds over alle mogelijke wissewasjes die hem niet aanstonden en daarom hield ik mijn mond. En nu denk ik vaak dat Jeltje hetzelfde deed.

Leuk vonden we wel het zusje dat Jeroen kreeg, Joseetje. We kregen nu dus echt een nieuwe tafelschikking met twee kinderstoelen in het midden. Joseetje zat aan mijn kant omdat Jeltje zich wijs had gemaakt dat vaders en dochters een speciale band behoorden te hebben, een band die zij zelf thuis altijd had gemist. We waren een gezinnetje waarin ik inmiddels met ene goeie baaa de kost , de hypotheek en de auto verdiende en Jeltje de kinderen in de gaten hield.