De dokter kijkt mij onbegrijpend aan. “Wat wilt u? Opsporen waar deaandoening vandaan komt, precies weten wie de oorzaak is?”  Hij kijkt even somber voor zich uit. ” Nee, dat is niet mogelijk. We kunnen aan de besmetting niet zien waar ze vandaan komt. Het is alleen maar mogelijk een onderzoek naar contacten te doen. ”

Daar zit je dan…dan moet de ander dus eerlijk zijn in het opgeven van de contacten. Dat wordt ene lange strijd. ” Maar kan het zijn dat iemand met HIV daar heel lang niets van merkt?” vraag ik. De dokter knikt. ” Dat kan ja, u bent er zelf een voorbeeld van. Het zit er al enige tijd. Pas als het uitmondt in aids, komen er gemene symptomen naar voren. Het kan ook zijn dat het nooit zo ver komt.”  Ik hoor de woorden van de dokter onbewogen aan maar in stilte  maakt de paniek zich meester van mij. Hoe zal ik kunnen aantonen dat ik niet de oorzaak ben? Ik kan wel zeggen dat ik geen vreemde contacten heb gehad maar wie zal mij geloven? Ik weet niet of ik dit met de dokter moet bespreken. Er bekruipt mij het vreselijke gevoel dat ik trucs en kunstjes moet gaan hanteren of dat ik intriges moet opzetten om de waarheid boven water te krijgen. Ik voel er weinig voor om daar mijn huisarts te betrekken. Aan de andere kant…wie dan wel?

Eenmaal thuis vind ik haar uitgeput en misselijk in haar stoel. Ze voelt zich de hele middag al zo, zegt ze maar daar blijft het dan ook bij. Jeltje lijkt het praten met haar man te zijn afgeleerd. Ons kind merkt inmiddels nauwelijks iets van. Die merkt stilte, misschien ongewone stilte maar geen drama, geen spanning.  Nog niet want het wachten is natuurlijk op de eerste, echte emotionele uitbarsting. De aanvang van de oorlog, van de verwijten en beschuldigingen. Die zullen elkaar op een goed of liever “slecht”  moment gaan kruisen en ontmoeten. Dan is er voor het kind ook een beroerde tijd aangebroken. Gek eigenlijk dat zoveel verschillende gedachten in zo’n korte tijd kunnen passeren.

Ik schuifel als een soort zombie door de kamer. Plotseling komt er een onverwachte gedachte in me op. Als ze vreemd zou zijn gegaan, had ik het nog niet eens zo erg gevonden. Maar dat ze HIV voor me verzwijgt…dat snap ik niet…dat begrijp ik helemaal niet. Ik merk dat tranen zich aandienen aan de binnenkant van mijn oogbol en op een goed moment zullen ze naarbuiten moeten.  Vroeger kropen we dicht, zo dicht mogelijk, bij elkaar en dankregen we het lekker warm en dan rook ik haar geur… Nu zoek ik  een hoekje aan het andere uiteinde van de kamer en we spreken geen woord tegen elkaar. Het is een ongewone ervaring, dat zwijgen. Dat doet extra pijn omdat we allebei eigenlijk vol zitten met woorden, we willen zoveel zeggen en toch…ik weet dat het bij haar ook zo is.

Gek is dat, ik weet het en ik vind het niet leuk voor haar maar een echt gevoel heb ik er niet bij. Het gevoel zit helemaal diep in mij verscholen en het lijkt weel of ik alles in mijn  lijf dubbel voel. Mijn gevoel houdt zich alleen nog maar met mijzelf bezig.  Ik wring mijn lichaam in allerlei houdingen die eigenlijk heel onhandig zijn in mijn stoel. Ik voel zelfs hoe mijn rug en gewrichten zeer gaan doen door de houding die ik aanneem. Het lijkt wel of ik me er behagelijk bij voel, bij die tothouding maar dat duurt natuurlijk niet lang. Ploseling sta ik op. “Kom, ik ga naar bed.” Slungelachtig en achteloos beweeg ik me door de kamer, ik peins er nog even over ~Jeltje een nachtzoen te geven maar nee…ook dat zit er niet meer in…ik ga…n