Nooit meer…hoewel, de volgende ochtend stond hun auto nog steeds voor onze deur maar het kon me niets schelen of ze er nog in zaten of niet, ik ben ook niet gaan kijken. Pas vele uren later was het ding weg en daarmee was voor mij voor goed de deur dicht. Het was een ongekend gevoel voor me maar ik wist meteen dat het goed was. Ik voelde me bevrijd van een vriendschap waarvan ik me afvroeg of het ooit wel vriendschap was geweest. Wat hield het allemaal nou eigenlijk in?

Zuipen, barbezoek, een enkele keer naar de film, popconcerten en discussiëren over neukervaringen, vooral na Pinkpop, nee, een echt beter gesprek had er nooit bij gezeten. We waren razendsnel dor de dagen gevlogen zonder ooit iets zinnigs te doen en eens bij elkaar binnen te kijken. O nee, daar moest iedereen afblijven en zelfs onze ” best ”  vrienden kregen daar geen kijkje in. Hooguit de teleurstelling over een veel te dure nieuwe auto was onderwerp geweest op gevoelsgebied. Daar hield het dan zo ongeveer mee op. Zelfs het voetbal stelde in onze vriendschap niets voor want ik hield niet van voetbal en dat is nog steeds zo. Ik wil niet zeggen dat het afscheid zo maar een uitgemaakte zaak was. “Uitgemaakte zaak”, eigenlijk een bizarre uitdrukking als je er over nadenkt. Nee, ik heb zeker ene uurtje voor me uit zitten staren om de hele vriendschap eens te laten passeren en toen wist ik het zeker: weg ermee. Pas nu ik dit opschrijf, denk ik eraan terug. Zonder weemoed want ik weet dat ik het goeie heb gedaan. Voor ons allemaal.

Tevreden keek ik om me heen, ik zag Jeltje en haar nog steeds prachtig golvende haar, Froukje en haar wilde haardos en mijzelf zag ik in de spiegel en,..het moet gezegd worden…ik was en ben een knappe jongen. Ik kon me best voorstellen dat die meiden hartstikke gek op me waren geworden. Jeltje met wie ik nooit meer een vrijpartij zou durven hebben, Froukje die voortdurend naar zo’n vrijpartij verlangde en wist dat ik er ook voor “in”  was, wij hadden een band, een heel intieme band. Natuurlijk, we hadden ook een gezamenlijk probleem. Een gezamenlijk band van ellende maar het was opvallend, die ellende bracht ons samen en bezorgde ons alledrie ene intens gevoel van geluk. Ik kon het merken aan de woorden die de meisjes met elkaar spraken en de manier waarop ze mij   aankeken. Zelden had ik met zoveel zorg de twee meiden dagelijks omarmd. Voor het eten…voor de ontspanning…

Natuurlijk dat kon ook doordat ik me ziek had gemeld. Ik vroeg me ook af wat ik op mijn werk nog moest doen. Misschien waren er collega’s met wier ik beter kon omgaan dan met mijn “vrienden”  maar behoefte, nee behoefte had ik er niet aan. Ik bewoog mij geregeld heen en weer tussen huis en supermarkt om eten in huis te halen, voor onszelf, de kat en het kind. Zo nu en dan speelde ik ook met hem, dan legden we de hele vloer van zijn kamer onder het uitgebreide wegennet, de plastic ruimtevaartbasis met daarnaast een brandweerkazerne en een manege en alles wat hij in de loop van de tijd meer had gekregen. We waren een gezin met z’n drieën dat van tijd tot tijd alleen werd opgeschrikt door de woede-uitvallen van Froukje in de richting van haar man die als maar vroeg wanneer ze thuis zou komen. Was het raar? Nou ja, ze logeerde drie weken bij ons voordat er nijdige brieven van zijn hand binnen kwamen al dreigde hij nog steeds niet met een scheiding.

“Dan zie je maar eens wat een schijterd hij is”, zei ze soms venijnig op een toon die mijn mag ineen deed krimpen. Hij durft nog niet eens over een scheiding te beginnen, omdat-ie dan z’n lieve vrouwtje kwijt is, z’n lieve schattige vrouwtje waarmee hij altijd zo graag de vloer aanveegt.”  De koude rillingen liepen mij over de rug. De snerpende toon die Froukje kon opzetten, had Jeltje nooit tegen mij gebruikt. Op een dag vroeg ik haar waarom ze zelf niet aan haar man voorstelde om te scheiden. Ze keek mij met grote, ontzette ogen aan en wilde eerst niet antwoorden maar na twee happen banketstaaf, ja het was Sinterklaastijd, zei ze toch heel zachtjes een paar woorden. ” Het gaat niet om MIJ, het gaat om HEM! Hij moet eens een keer laten zien dat hij een echte vent is.” Ik moet zeggen, die opmerking dreunde even bij me door. Het werd me duidelijk dat Froukje eigenlijk helemaal niet van haar man af wilde. Helemaal begrijpen deed ik dat niet want ik vond het inderdaad maar een suffe lul terwijl Froukje volgens mij veel meer in haar mars had, beeldhouwen en toneelspenen enzo…creatief meisje. Creatiever dan Jeltje eigenlijk…nou ja….anders

Vrienden….nee, er kwam eigenlijk niemand meer aan de deur. Een enkele keer was er de buurman die om een afspraak kwam bedelen, gewoon omdat hij iets wilde weten. Ik zag aan zijn schichtige gedrag dat hij vond dat het er allemaal maar raar uitzag bij ons, een beetje rommelig misschien ook. Meestal waren de meisjes boven als hij aanbelde maar de rommel kon ik niet zo snel wegwerken en het kon me niet schelen ook…

Advertenties