Koud, ijskoud! Het liet me helemaal koud! Junior partner bij het architectenbureau…vroeger zou het me iets gezegd hebben maar ik merkte nu meteen al dat ik er geen enkel gevoel bij had. Misschien heb ik glazig voor me uitgekeken, misschien was ik snel met opstaan. De chef moet iets gemerkt hebben, iets dat niet klopte. Ik gaf hem niet een een hand om te bedanken, stond op en met een stijf hoofdknikje liep ik de kamer uit. Misschien dacht hij wel dat ik te veel was afgebluft door de snelle promotie.

Ik hoorde de deur van de kamer net iets te hard achter me dichtslaan en een argeloze voorbijganger zou gedacht hebben dat er net een forse ruzie uitgevochten was. Dat beeld werd nog versterkt door de sloffende gang die ik er op na hield totdat ik mijn stoel had bereikt. Onder weg groette ik nog al lusteloos een paar collega’s. Het viel niemand op. Ik had het gevoel dat de meesten mijn komend ontslag in het verschiet zagen maar daar hadden ze zich dus lelijk in vergist. Kijk, dat was nu wel weer aardig en ja, het liet heel even iets in me zingen maar die uitgelatenheid bekoelde snel. Ik vreesde dat ik als partner harder zou moeten gaan werken, meer uren zou moeten maken en daar had ik echt geen tijd voor. Zo heb ik de hele m iddag gezeten met mijn handen in mijn haar en mijn hoofd rustend in mijn handpalmen. Niemand kwam langs, wat karakteristiek was voor de periode van crisis…het ging slecht in de bouw…

Die avond kwam ik thuis en Jeltje vroeg mij meteen of er iets ergs was gebeurd op het werk. Het was aan me te zien klaarblijkelijk dat ik niet bepaald blij was. ” O nee”, loog ik. ” Gewoon een beetje moe, zware gesprekken gehad en gezeur over teruglopende opdrachten maar verder niks…. ” Ze willen je niet kwijt?”  vroeg zij met een trillende stem en ik schudde mijn luizenbos. ” Nee hoor, ze zijn allemaal hartstikke blij met me. Wat schaft de pot vandaag?”  Intussen bekommerde ik mij met mijn zoon die altijd nog idolaat naar mij kon opkijken.

“We hebben je lievelingskostje”, glimlachte Jeltje, “bruine bonen met spek.”  Hoewel ik de enige was die zo nu en dan boodschappen deed, wist ik niet eens dat we zoiets in huis hadden. ” Dat is een meevaller”, lachte ik. ” Ja, dat lijkt me wel iets.”  Ik vroeg me af war Froukje was maar wilde niets vragen. Iets in mij zei me dat zij zo maar van de ene op de andere dag kon vetrekken, een ander spoor in de wereld volgend. Ik concentreerde me op het spel met mijn zoon en dat was heerlijk. Een tijdlang leek het of alles ver weg was: hiv, aids, werk en zelfs Froukje…. We speelden, we speelden…totdat Jeltje met heteten binnenkwam. ” De heren kunnen aan tafel en…”, zeven pauzeerde ze, ” de dames ook.”

Froukje kwam binnen in een prachtige jurk, een jurk die ze nog niet eerder had gedragen sinds ze bij ons logeerde. In  werkelijkheid had ze helemaal geen jurk aan gehad maar alleen een T-shirt en een spijkerbroek. Ik kon het niet helpen dat mijn mond openviel. Jeltje zette wijn op tafel, wijn bij de bruine bonen met spek. Ik keek daar niet van op, we hadden al heel lang de gewoonte bij elke gelegenheid wijn op tafel te zetten. Toch kreeg ik ene onzeker en onaangenaam gevoel erbij. ” Hebben we iets bijzonders te vieren?”  Jeltje en Froukje schoten allebei tegelijk in de lach, het deed me plezier de beide meiden zo vrolijk te zien maar ik wist nog steeds niet wat er aan de hand was.

Froukje hief als eerste haar glas en met ene brede glimlach op haar gezicht begon ze te praten. “Vandaag is het voor het eerst dat mijn man me vijf dagen achter elkaar NIET heeft gebeld”, zei ze triomfantelijk. Het klonk als authentiek, vrouwelijk sarcasme. “Hiephiephoera”, bracht Jetje er kuchend uit doordat ze zich verslikte in een stukje brood. Ook zij hief het glas met fonkelende rode wijn hoog op. Ik kon niet achterblijven al schoot de gedachte door me heen om het glas zonder al teveel poichtplegingen in één teug leeg te klokken. Nee, ik tilde mijn glas op en keek de meiden lachend aan.mijn meisjes dus…er kroop iets vertederds in mijn hoofd…niet lustig maar vertederds…ik hield van ze….

We nipten van de wijn en opnieuw drong het tot me door, ik had niets anders nodig dan deze twee heerlijke zusjes en mijn zoon om gelukkig te zijn. Dat hele partnerschap kon me gestolen worden, misschien moest ik het morgen gaan zeggen. Dan kon een ander misschien thuiskomen bij zijn vrouw en kreeg hij ook eens een schouderklopje of compliment. Ik wenkte Jeltje die ene plekje tegenover mij had ingenomen terwijl Froukje juist naast me zat. Ik wilde haar ook bij me en m’n zoontje…met z’n vioeren. Mijn armen sloeg ik om die fragiele schouders heen. Het werd een avond van weinig eten maar dat hoefde ook niet. We leefden ergens anders van….

Advertenties