You are currently browsing the category archive for the ‘ADHD’ category.

Hij huilde meer…niet alleen ’s avonds in bed maar ook overdag. Het leek of hem permanent iets dwars zat. Aan de andere kantcwaren wij er ook vaker voor hem, al dagen. Nu was gebleken hoe erg Jeroen had geleden onder de afzondering van de ouderen in het huis, bekommerden we ons meer om hem.

Niet dat het er vrolijker  op werd, zeker de eerste dagen niet. Het huilen hield soms haast niet meer op en het was onmogelijk om hem naar school te laten gaan. Integendeel, na twee dagen bezochten Jeltje en ik met hem de huisarts. We kenden de dokter goed, natuurlijk kenden we hem goed maar na zijn onheilsbericht van een maand of twee geleden kwamen we er liever niet meer. Er gebeurde waar we bang voor waren geweest. Hij zette een ernstig gezicht en begon ene uitvoerig, ernstig gesprek over onze gezinssituatie. Ik moest ter plekke antwoorden verzinnen want ik had geen zin om op alle details in te gaan. Dat we altijd op de vloer zaten, vertelde ik niet maar wel dat de gordijnen half dicht waren. Hij kon dat niet goedkeuren. Volgens hem ontstond daardoor ene depressieve toestand in huis, een toestand ook waarbij Jeroen zich steeds zou afvragen waarom dat bij os zo was en bij anderen niet…

Het was een stortvloed van oppervlakkige meningen en opvattingen die over me heen kwam, sommige onderbouwd, andere weer nauwelijks. Een enkele keer schreef hij de toestand aan gebruikte geneesmiddelen toe. Ik kreeg het gevoel dat achteruit mijn hoofd de jeugdpsychiater op kwam dagen en het was alleen nog maar wachten op dat woord maar nee…het bleef uit. ” Ik raad u aan Jeroen te laten deelnemen aan het moestuinproject dat door Jeugdzorg is opgezet in het kader van grootscheepse zorgpreventie”, zei hij. Ik weet haast zeker dat ik hem even met open mond heb aangekeken o aan te geven dat ik hem niet begreep maar de dokter liet zich daardoor niet van de wijs brengen.

Hij hield een lang betoog over de gunstige uitwerking van het moestuinproject, juist op kinderen die thuis met problemen te maken hebben. ” De gemeente subsidieert het”, was zijn laatste opmerking die klonk als het allerlaatste en absoluut overtuigende bewijs dat het iets goeds was.  Ik weet niet meer wat ik gedaan heb, of ik eerst gezucht heb of dat ik meteen ben opgestaan. In elk geval had de dokter nog de tijd om een formulier half in te vullen dat ik op moest sturen om in aanmerking te komen voor het moestuinproject. Ik heb de man nog een hand gegeven ook. Ja, ik heb zelfs “dank u dokter”  en ” tot ziens”  gezegd. Eenmaal buiten heb ik het formulier overhandigd aan een man van de plantsoenendienst die even uitrsutte terwijl hij op een hark leunde.

Het probleem voor Jeroen was daarmee natuurlijk niet van de baan. We begonnen serieus na te denken over verhuizen en een andere school en zochten ook naarstig onze hersens af om te kijken of we iemand kenden die Jeroen kon helpen. Maar…het werd nog erger. Twee dagen  na het bezoek, meteen nadat we het bed uit waren, riep Froukje  ons met slaperige stem weer bij elkaar. Ze vond dat de band wat aan het verwateren was, mogelijk kwam het door de toestand met Jeroen maar hoe dan ook…het was allemaal wat minder “close” geworden. Ik denk dat ze gelijk had maar op dat moment was het aslof ik mijn hart letterlijk in mijn schoenen voelde zakken. En toch…ik besloot me niet te verzetten. Dat had ze niet verdiend. Ik zei niet: ” Maar meid , je weet toch wel dat ik je helemaal niet kan missen?”  Ik zei doodleuk: ” Maar meid, je weet toch wel dat WE je niet kunnen missen?”

Het was een welbewuste tactische variant maar Froukje weigerde erin te trappen. ” Nee, ik vind juist dat jullie steeds beter zonder mij kunnen. Ik heb mijn tijd hier gehad”, zei ze en ze lachte er zelfs bij. “Het is nu weer ana jullie drieën om er voor de rest van de tijd iets moois van te maken”  ” En jij dan?”  vroeg ik terwijl ik wist dat mijn teleurstelling in de vraag duidelijk doorklonk. “Ik?” vroeg ze dapper. ” Ik ga weer naar huis, naar die oen van me toe en kijken of we er toch nog iets moois van kunnen maken.” Ik was verbijsterd. Kennelijk kon ze zich met die muppet van een man net zo goed vermaken als met mij, tenminste, die mogelijkheid hield ze open…

Froukjes besluit stond vast en ik was de laatste die met haar in discussie wilde gaan al wist ik bij voorbaat dat ik haar verschrikkelijk zou gaan missen. Ze was de helft van mijn huwelijk geworden en dat sloeg niet alleen op de seks.Maar ik slikte mijn teleurstelling in, ja, het was meer teleurstelling dan verdriet maar wel ene heel grote. Ik had gedacht dat Froukje in flinke mate aan mij gehecht was geraakt maar dat viel me nu zwaar tegen.

Misschien had Jeltje de sleutel van alle problemen in handen. Ze zei niet veel toen Froukje haar vertrek anakondigde, sloot haar in haar armen en gaf haar een paar stevige zoenen. ” Je bent een fantastische  zus en schoonzus”, zei ze. “Je hebt ons geholpen en gesteund waar je kon en op die manier een oplossing voor jezelf gevonden. Ik ben blij voor je…”  Ik zag dat ze haar tranen niet kon inhouden,. ze dook met haar gezicht op mijn schouder…” We moeten het nu weer zelf doen”, fluisterde ze nog.

Advertenties

Froukje en ik lagen die ochtend in een standje 69,5 verwikkeld. Het moet gezegd worden. Van de twee zussen was zij degene met de beste seks, Jeltje had de beste babbel. Overigens…ze maakten elkaar niet heel veel uit op die gebieden maar Froukje was door de omstandigheden steeds meer mijn sexing-partner geworden.

In zo’n houding waren we meestal nog al onbereikbaar maar deze keer was het anders. De deur vloog open en Jeltje kwam luid schreeuwend binnen. “Jeroen, o God, ze hebben Jeroen…!” Ik weet niet meer hoe ik het deed maar ik sprong onmiddellijk recht overeind. Froukje rolde op haar zij en kroop zittend in een hoek bij de verwarming. Bibberend van de kou, even zo goed maar ook heel stil. Ze voelde zich op de één of andere manier schuldig.

“Wie heeft Jeroen te pakken?”  vroeg ik geschrokken terwijl ik mijn arm heel stevig om Jeltjes schouders heen sloeg. Het was vreemd om te merken dat ze daarop nauwelijks reageerde door steun bij me te zoeken zoals ze vroeger altijd had gedaan.”De jongens…de jongens…” snikte ze. ” Het komt doordat we nooit meer op hem hebben opgelet”, ging ze verder.  “We zijn het oog gewoon op hem kwijtgeraakt.” Nog steeds vroeg ik me zenuwachtig en gestresst af wat er precies aan de hand was maar op dat moment kwamen er geen woorden meer uit Jeltje. Ze huilde alleen maar en ik sloot haar sterker in mijn armen. Deze keer gaf ze wel toe en ontspande ze zich helemaal  tegen mij aan.

Ik had geduld geleerd, niet van mijn ouders maar juist van Jeltje en dus wachtte ik, ik wachtte en het verhaal kwam na een paar minuten. “Ze hebben hem helemaal in elkaar geslagen en geschopt. Hij ligt in het ziekenhuis en is bewusteloos…”  onmiddellijk barstte ze weer uit in tranen, haar geschreeuw ging me door merg en been want ik wist dat ze zichzelf de schuld gaf. ” We hebben te weinig aandacht aan hem besteed, de laatste maanden”, snikte ze.  “Hij wordt al tijdenlang heel erg gepest omdat hij zich zo terugtrekt op school en nu dit…o God, ik ben zo bang…. . o God, mijn kind, ze hebben hem kapotgeslagen…”  De laatste woorden krijste ze uit, het was niet eens meer haar eigen herkenbare stem…

Froukje had zich inmiddels in stilte teruggetrokken en was baar haar kamer gegaan om kleren aan te doen. Ze mompelde in zichzelf en ik kon aan haar gezicht nog net zien hoe zij zich het verdriet van haar zusje aantrok. Jeltje keek me nu aan, het leek of haar ogen bovenop een meer van tranen dreven. Ik kon niet veel anders doen dan strelen en zoenen en haar zoenen ontvangen want ze kuste mij aan alle kanten nu. ” Ons kind”, bracht ze eindelijk schor uit. ” Moet dan alles van onze liefde kapot gaan? Ons kind, het is verdomme ons kind…!”

Het sneed door mijn trommelvliezen, ruggenmerk, achterhoofd, het sneed door alles wat ik had…haar wanhoop en de mijne en ik kon niets doen want de machteloosheid id het eerste wat zich opdrong… “We gaan erheen….” fluisterde ik maar Jeltje schudde haar hoofd. ” Dat kan nu niet, ze hebben gezegd dat we vanmiddag kunnen komen, niet nu…. .”  Ik voelde emn innerlijke woede opkomen en kreeg ook het gevoel dat ze mijn vrouw behoorlijk hadden afgepoeierd. “Hoe kan dat nou, waarom zouden zijn ouders niet mogen komen?”  vroeg ik woedend maar Jeltje zat een beetje verdwaasd voor zich uit te staren. Het leek of ze de schok niet te boven kon komen. Hoe konden anderen haar zoon zoiets aan doen. ” Alles gaat dood”, zei ze zachtjes. ” Al het leven rondom mij gaat dood of kapot.” Ze sprak de woorden uit zonderdat haar gezichtsuitdrukking veranderde. “Het is allemaal begonnen met die ene keer met… ”

Ze keek me schichtig aan en gluurde toen weer gauw uit het raam alsof ze zich realiseerde dat ze een geheim had verklapt, al was dat niet zo. Ik besloot er niets over te zeggen, er niet op i te gaan…Jeltje had het al moeilijk genoeg. We hadden het allemaal moeilijk…we moesten allemaal eruit zien te komen. Hoe zouden we gemakkelijk verder kunnen leven, in de wetenschap dat dit het gevolg was van ons prettige, warme, knusse samenzijn?  Van onze afsluiting naar buiten, die onverbreekbare eenheid van drie mensen….die drie mensen die alles waarin ze zo kwetsbaar waren, maar even waren vergeten, even over de schutting hadden gegooid? Nee, zo mocht je dat niet zeggen…

Maar hoe dan wel? Het was toch waar dat we Jeroen gewoon een beetje z’n eigen boontjes hadden laten doppen? Het was toch waar dat we niet of nauwelijks met hem hadden gesproken, alleen met elkaar? Over onze eigen angsten en problemen en gevoelens? En verder hadden we er toch maar zo’n beetje op losgeneukt waar het kon?  Ja, dat was waar!

Het kostte mij geen moeite om de telefoon te pakken en het ziekenhuis te bellen. Ik voelde me opgelaten, sjagrijnig, kwaad en nog veel meer. Ik wilde als vader gewoon mijn zoon kunnen bezoeken, mijn zoon die eigenlijk door mijn eigen toedoen in het ziekenhuis was beland. DE juffrouw aan de andere kant bleek erg begrijpend te zijn…zo begrijpend dat ik begreep waarom ze ons nog even niet op bezoek wilden hebben…het viel niet mee, dat wachten in schuldbesef…

 

Jeroen…ik heb hem een paar keer “het zoontje”  genoemd en dat is kenmerkend. Jeroen…hij leek als het ware een leven van zichzelf te leiden, wat natuurlijk niet kon. Vooral sinds hij naar school ging, onttrok zijn doen en laten zich dagelijks lange tijd aan  ons blikveld en nu we in de nieuwe situatie waren geraakt, was dat nog sterker. Van Herman, de kater, kon je nog zeggen dat hij om de haverklap om aandacht vroeg maar Jeroen…die was gewoon urenlang onder de pannen bij iemand anders.

Zelfs tussen de middag kwam hij niet meer thuis. De school was echt van alle markten thuis en gaf de leerlingen te eten en te drinken. Dat kostte wat meer dan had je ook wat en ik hoefde hem alleen maar om 08.30 af te zetten en om 17.00 uur weer op te halen. Vaak wilde hij dan nog met een vriendje spelen, wat we ook weer prima vonden ” Maar niet bij ons thuis, Jeroen, dat kan nu even niet… .”  Ik geloof niet dat Jeroen het heel erg vond. De sfeer in huis was misschien niet zo geschikt voor spelende kinderen. Hij voelde dat natuurlijk maar een enkele keer zag ik iets in zijn ogen, ik zag het maar ik deed er niets mee. Ik bleef onverbiddelijk en hard. We konden geen spelende kinderen in huis hebben. We wilden zelf immers op de grond zitten, met drie volwassen mensen. Het was opmerkelijk dat Jeltje er ook nooit om vroeg. Gek genoeg was haar behoefte aan Jeroen om zich heen maar heel klein. Alleen ’s avonds, tegen bedtijd, als ze hem naar bed bracht en voorlas….dan was er een ondoorgrondelijke eenheid en liefde tussen die twee… Ze las voor, ze las voor en het kon haar niet schelen hoelang het duurde en waarover het ging. Na afloop had ze altijd de tranen in haar ogen staan…

Maar wat moest ik ermee? Ons samenleven was helemaal niet geschikt voor de verzorging van kinderen tussendoor. Eten en wegwezen was het devies. Neuspoetsen, zelfs daarvoor was overdag zelden tijd. Nu, nu ik zo nu en dan weer naar Jeroen kijk, hoe hij door huis loopt op zoek naar iets dat hij niet kan vinden, zijn moeder die hij zo heeft genist…en dan, hij heeft geen besef hoe erg zijn moeder hem heeft gemist. Want zelfs al deed ze weinig om haar zoontje in haar omgeving te hebben, ze miste hem tot op het bot, en nog dieper…tot in haar baarmoeder die nu zo vreselijk no-go area was. Jeroen was het enige tastbare bewijs van haar moederlijkheid, ze was dat wat ze diep in zich had gedragen en wilde dat niet vermengen met de vuiligheid die zich daar nu bevond…

We spraken er nooit over maar ik kon het aan haar zien. Aan haar gebaren en haar lichaamshouding als ze Jeroen over zijn krullen streelde maar vooral….asl ze hem voorlas. Ik kon het ook zien als Froukje dat een enkele keer deed omdat Jeltje het gewoon niet meer kon opbrengen aan het eind van de dag. Dan was er haast haat en nijd in haar ogen. Geen haat tegenover Froukje maar haat voor alles….en haat voor haar eigen onvermogen van het moment…

Uit alles bleek dat ze Jeroen miste, ze miste alles aan hem. Hoe hij groot werd, blij was, speelde, huilde en beter leerde spreken en leerde schrijven…alles….  Soms huilde Jeltje zo maar ineens en dan vroeg ik niet eens waarom. Ik sloot haar in mijn armen en dacht eraan hoe blij ik was dat ze er nog was. Ik vroeg niet meer naar oorzaak en schuld en boete, ik vroeg alleen maar om leven….

Ik weet niet wat Jeroen is bijgebleven van die dagen. Ik merk wel eens een soort schuwheid tegenover andere mensen, juist de mensen die hij goed zou moeten kennen. Ooms en tantes die we nu wel weer eens opzoeken, het lijkt of het vreemden voor hem zijn.  Of hij er afstand van wil nemen. Dan duikt hij haast tegen me weg terwijl ik van hem volwassen gedrag verwacht. Pas later op de dag bedenk ik me dan vaak dat hij er niets aan kon doen en nu nog steeds niets aan kan doen. Het moet slijten, de eenzaamheid die hij als klein kind heeft ervaren…die heeft zich dieper in hem ingevroten dan we hadden gedacht.

vandaag vroeg hij me of hij een foto van zijn moeder op zijn kamer mocht hebben. ” Gewoon om vanuit mijn bed naar te kijken”, zei hij. ” Dat was wat hij zei maar ik weet zeker dat zijn verlangen verder gaat. Ik weet zeker dat hij met zijn moeder praat, vanuit zijn bed. Dan bedenkt hij hoe ze op de rand van zijn bed zit, dan voelt hij weer hoe haar hand door zijn krullen gaat en hoe ze hem een nachtkus geeft….die foto heb ik gegeven, in een eenvoudige lijst want het beeld mag niet worden verstoord….

 

 

Ik weet niet wat ons overeind hield of misschien weet ik het nu wel. Toen wist ik het in elk geval niet. Het leek meer op een soort bestaan waarbij het bewustzijn volledig was uitgeschakeld. Pas een dag of meer dagen na een handeling, bleek mij wat de betekenis ervan was en wat mijn drijfveren waren geweest.

Nooit heb ik later ook pogingen ondernomen om uit te rekenen hoeveel liter drank er in die dagen doorheen is gegaan en hoeveel cocaïne we snoven. Ja, dat ook want drank en cocaïne zij de beste middelen om te vergeten dat je in ene geordende samenleving leeft. Niets is zo erg als een geordende samenleving als je je hebt voorgenomen gewoon ene leven te leiden zolang het leuk is.

Geborgenheid, geborgenheid, dat zochten we alle drie, geborgenheid in de wetenschap dat de buitenwereld niet wist hoe en wanneer we ons misdroegen. Niets is zo liefdevol als het gedeelde, verschrikkelijke geheim, zo lijkt het me nu want ik kan me niet herinneren dat er daarvoor of later tijden zijn geweest waarin ik zo godsgruwelijk van twee vrouwen tegelijkertijd heb gehouden.  Natuurlijk, voor het kind, voor het kind en de kat was het minder. Ik denk dat zij te weinig aandacht hebben gekregen in die tijd maar ja…aan de andere kant…het duurde alles bij elkaar maar ene paar maanden dus…

Ja, ik weet het de schade die je een kind toebrengt, is in een later stadium nauwelijks nog goed te maken. We hebben in later jaren wat afgetobd met “professionele hulp” maar daarover kom ik nog te spreken. Ja, ik denk dat we hem tekort hebben gedaan. De kat niet, die kreeg volop aandacht. Vooral Jeltje was erop gespitst elke ochtend voor hem een bordje magere melk en wat brokjes neer te zetten. Dat werd beloond doordat hij bij mij op schoot kwam zitten en zo hard spinde dat de hele familie me afgunstig aan zat te kijken. Soms vraag ik me af of poes ook begreep wat er gaande was, dat ze intuïtief het goede gevoel had.

What the heck, the cat! Nou, dat kon je zo niet zeggen want de kat was ons aller vriendje, de enige die volledig schuldeloos door het huis sloop en liet zien dat er meer was dan onze eigen muizenissen en doemdenkerijtjes. Hoe dan ook, een blijk van de veranderde waarden en normen was dat we steeds vaker op de grond zaten. Zelden of nooit zochten we onze stoelen en banken op. Zelfs eten deden we zittend op de grond. We hadden het gevoel dat we op onze stoelen en aan tafel teveel zichtbaar waren voor passerende buren. We hadden niet zoveel behoefte aan gezwaai en wuiven. We hadden echt meer dan genoeg aan onszelf.

Daar kwam nog bij dat stoelen, tafels en banken dwingend zijn als het gaat om de manier van zitten. Froukje had er ene pesthekel aan. Stoelen en banken deden haar denken aan haar man, die man met die godsgruwelijke voornaam die je het liefst zo diep mogelijk in de grond zou willen begraven of door het riool zou willen spoelen. Ze voelde zich in een stoel of op ene bank net zo gevangen als in haar huwelijk met die nitwit, die man die trouwens opmerkelijk minder vaak belde. Een enkele keer maakte ik er een opmerking over en dan zag ik een hoopvol licht opgloeien in haar ogen.

Jeltje zat het liefste op de grond omdat die haar de meeste bewegingsvrijheid gaf. Je kon er zitten, hurken, liggen, hangen zonder dat het nodig was om je te verplaatsen. “De grond is alles wat ik nodig heb om me gelukkig te voelen, en mijn man”, zei ze dan en dan sloeg ze haar beide armen heel klemmend om me heen. En dat…dat….maakte mij dan weer meteen heel duidelijk waar we eigenlijk mee bezig waren. Soms schoot het door me heen dat het misschien de laatste “loodjes”  waren want wanneer zou het onafwendbare zich voor gaan doen? Jeltje was steeds vaker moe en misselijk terwijl Froukje en ik nog relatief fris en vrolijk rondliepen. Jetje, mijn Jeltje….er ware momenten dat ik me helemaal alleen opsloot in een lege kamer en voelde hoe de tranen opwelden en vervolgens naar buiten spoten… Ik wilde die momenten niet aan haar laten zien en ook niet aan Froukje.

Het was mijn eigen energie en mijn eigen kracht die zulke momenten op moest vangen, zo vond ik. Van tijd tot tijd vroeg Jeltje me waarom ik me wel eens terug trok en dan moest ik smoezen verzinnen over geld tellen en boodschappen voorbereiden of iets voor het werk want ja….die meiden zaten de hele dag in huis maar ik moest dagelijks de deur uit. Hoewel, het was Froukje die ook steeds vaker aanbood om boodschappen te gaan doen. Ook zij hield het bij tijd en wijle toch ook niet alleen maar binnenshuis uit. Ik merkte dat wel en soms bekroop me de angst dat zij eigenlijk ernaar verlangde naar die grijze, gezichtloze, onbeweglijke slagboom die haar man was terug te willen gaan. Dat ze zich langzaam daarop voorbereidde maar ze zei er niets over. Daarom besloot ik haar er eens naar te vragen….maar ene nog groter vraag was: wanneer zou daarvoor het juiste moment zijn?

Juiste momenten….daar kwam alles op neer en ze waren steeds moeilijker te vinden omdat alles wat we deden vlagen van spontaneïteit en misschien moest het ook wel zo gebeuren. Misschien moest ik het gewoon een keer vragen als ik de woorden niet langer binnen kon houden.

Je kon niet zeggen dat ze lang aan het woord bleef, het duurde gewoon eindeloos  en  klonk als een immer voortdenderende trein. Mijn vriend zat er zonder met de ogen te knipperen naast en glimlachte zo nu en dan omdat zijn vriendin iets vertelde dat zij beiden kennelijk erg komisch vonden. Ik had van begin tot het eind niet het idee dat één van ons drieën er geïnteresseerd naar luisterde. Toch zag vooral Froukje nog wel kans zo nu en dan een pseudo geïnteresseerde vraag er tussendoor te gooien en dan ging de hele vertellende grasmaaier weer van start.

Het viel niemand mee om er een woord tussen te krijgen en het viel mij al helemaal niet mee Jeltje bij de les te houden. Die viel geregeld in slaap. Soms liet ik haar gewoon lekker liggen, een andere keer probeerde ik onopgemerkt haar aandacht te vragen voor het buitenwoon boeiende verhaal. Intussen zat mijn vriend, onze BOB zal ik maar zeggen, het ene na het andere glas bier weg te werken. Dat beloofde nog wat. Zijn vriendin kabbelde intussen jolig verder over het geluk dat zij tweeën aan elkaar beleefden. Het werd bijna genant. Plotseling viel Froukje haar in de rede:” Denk je er wel eens over dat er ook mensen bij kunnen zitten met een rothuwelijk?”  Ze vroeg het strak, sjagrijnig en resoluut. De spreekster ontkwam er niet aan dat ze antwoord moest geven.

Even was ze van de kaart. ” Nou ja, zo erg is het allemaal toch niet”, giechelde ze een beetje onhandig. Onmiddellijk daarna ging ze weer verder met haar verhaal totdat Froukje kans zag er een gat in te slaan. ” Nou, bij mij wel hoor! Bij mij is het wel zo erg, we liggen dagelijks met elkaar overhoop”, ze gooide zelfs een paar tranen in de strijd en dat kostte haar helemaal geen moeite. Ik kon zien dat ze echt waren en zo kwamen ze ook over want de vriendin van mijn vriend was ineens stil. Ze zat even sip voor zich uit te kijken en wilde net opnieuw beginnen te vertellen toen Froukje haar opnieuw voor was. “Weet je wat het is?”  zei ze langzaam. ” Soms kan ik me erg prettig voelen bij het geluk van een ander maar zoals jij het vertelt….het klinkt net alsof wij alleen maar luisterbehang zijn.”

Het was meteen helemaal doodstil. Niemand deed nog een mond open en ik dacht bij me zelf ” Oei, we moeten straks nog wel met hun auto terug naar huis”. Zover was het dus al met me, ik begon onmiddellijk aan mijn  eigen situatie te denken. Intussen was Froukje weer begonnen. ” Jij praat op ene manier waardoor niemand de kans krijgt iets over zichzelf te vertellen. Alleen JOUW verhaal is belangrijk!”  “Oei”, pareerde de vriendin van mijn vriend nu. ” Het lijkt wel of er bij jou heel wat scheef zit, of is dat alleen vandaag?”  Froukje plofte haar halverwege in de rede. ” Nee, dat is niet alleen vandaag en het is de laatste maanden al zo en het zal de rest van mijn leven niet meer veranderen, snap je dat?”

Er lag een ijzingwekkende stilte in de ruimte. ” Kom”, zei mijn vriend eindelijk. ” Het wordt tijd om naar huis te gaan.” Hij stond op en betaalde de hele rekening. Van mij wilde hij geen geld aannemen. ” We gaan rijden”, zei hij vlakjes. Onderweg naar de auto bleek dat hij behoorlijk over de weg zwalkte en ik kreeg even het idee om hem te vragen het stuur van hem over te nemen maar een echt goed idee leek me dat ook weer niet. Het was misschien vreemd maar ik was even het stuur over mezelf kwijt.

Voordat ik het wist brulde ik daarom naar hem: “Zeg, dronken lor, denk je niet dat het beter is als ik rijd?”  Mijn vriend trok zijn wenkbrauwen op en keek mij onderzoekend aan. ” Hoezo? Ik ben nog best in staat om in een rechte lijn te rijden, hoor!”  Mijn antwoord daarop lag al klaar voordat hij stopte met praten. ” Daar ben ik nu juist zo bang voor, dat je niet door hebt dat er een bocht is.”  Mijn vriend begon te gieren van het lachen en smeet de autosleutels naar mij toe.Iets in hem moet hem hebben ingegeven dat het beter was om zich te laten rijden. Het betekende trouwens wel dat hij met zijn vriendin op de achterbank dook, naast Froukje en Jeltje. Met alle kracht die in haar was, stapte Jeltje uit. Ze liep om de auto heen en kroop op de passagiersstoel naast mij. Het werd voor Froukje stil en eenzaam op de achterbank. Vooral stil want mijn vriend en zijn vriendin hingen over elkaar heen zonderdat er een woord uitkwam.

Het maakte de rit wel een stuk gemakkelijker. Niemand was verplicht een woord te zeggen of ene gesprek te voeren. En zo toerden we in een supertempo naar huis. Ik stopte zonder blikken of blozen voor mijn eigen huisdeur, stapte uit en liet Jeltje en ~Froukje uitstappen. ” Sorry jongens, verder gaat de reis vandaag niet. Het laatste wat ik ooit van ze heb gezien is de auto die stil bleef staan aan de kant van de weg. Toen de deur eenmaal dicht was, wasren we weer met z’n drieën en zonder iets te zeggen, besloten we niet meer met vrienden op stap te gaan. We hebben ze nooit meer terug gezien….

Meeslepend, zo kon je de sfeer wel noemen in de Ahoy…de aanwezigen hadden inmiddels kans gezien de hele hal te laten geuren naar bier en wiet en daar is vrij veel voor nodig. Mijn vriend en zijn vriendin liepen voorop en meteen daarachter volgde ik met beide zusjes stevig tegen mij aangeklemd met een arm. Het was een  heerlijke belevenis. Vooral ook omdat ik merkte dat uitgaan goed was, goed om te vergeten wat er aan negatieve gevoelens door me heen waren gegaan. Goed om te weten dat vreemdgaan en ziekte niet het einde van de wereld en ook niet het einde van de liefde betekenden. Integendeel, het werd steeds duidelijker hoe erg wij alle drie aan elkaar verbonden waren. Eigenlijk was het absurd om te bedenken dat Froukje hier met ons meeliep naar een concert terwijl ze in alle toonsoorten weigerden naar haar eigen man thuis terug te keren…

De zalen in de Ahoy zijn eigenlijk nooit vol en dat waren ze nu ook al weer niet. Zonde want de sfeer van zo’n bluesfeest kwam daardoor niet echt tot stand. Het bleef een beetje hangen op los van elkaar rondscharrelende groepjes die zich vooral druk leken te maken over de verdeling van koffie, marsen en pillen… Wij onttrokken ons daar zoveel mogelijk van, dat werd zo erg dat we zelfs ons tweetal vrienden kwijt waren en dat is een hele klus, zoeken in die menigte. De mobiele telefoon zij geprezen!

Het was geen slecht concert maar na een half uur zag ik Jeltjes gezicht betrekken. We konden elkaar nog net in de oren fluisteren wat er aan de hand was. ” Ik word van al dat getoeter moe en ik krijg er hoofdpijn van”, verzuchtte ze.  Ik keek om mij heen om te zien of er ene rustiger plekje te vinden was maar een geruststelling vond ik in de directe omgeving niet. Integendeel, de pillendealende mede-bezoekers gaven mij het gevoel dat we hier nooit met rust gelaten zouden worden.  Er zat maar één oplossing op: wegwezen…

Mij vriend en zijn vriendin keken zorgelijk: “Heeft ze zeker net iets opgepikt, ik hoor het wel meer de laatste tijd.” Voor mij betekende dat haastige instemming en een hoofdknik. ” Als we niet terugkomen, ontmoeten we jullie bij de TeddybearBar. Er kwam een wat stugge hoofdknik voor terug. Ja, echt gezellig was het allemaal niet. ” Zal ik maar bij ze blijven?”  vroeg Froukje die nog ongestoord fris en fruitig was. “Niet dat ik het leuk vind maar dan hebben ze tenminste niet het idee dat ze ons voor niks hebben meegenomen.” Jeltje en ik knikten en knipperden een beetje met de ogen. Intussen hield ik mijn vrouw met twee armen vast en zo begeleidde ik haar naars de uitgang, begeleiden ja, het was haast tillen….

In de TeddybearBar was vrijwel niemand aanwezig en de muziek stond er heel zachtjes, zoemend aan. Het was nauwelijks te horen wat voor muziek het was, iets heel zoetigs in elk geval. Dat was de trend in deze bar, zoete muziek. Wat kon je ook anders verwachten van de TeddybearBar….? We zakten in een bank met dikke, stevig gevoerde kussens weg, hijgden allebei uit en keken elkaar aan. Plotseling sloeg Jeltje haar armen om mijn nek en barstte ze in huilen uit. ” Ik heb zo’n spijt van dit alles, ik houd zoveel van je….”  Ze huilde zo erg dat haar ademhaling onregelmatig begon te worden en ik bang werd voor een aanval van benauwdheid of erger.

Veel heb ik er toen niet aan kunnen doen. Wat er precies gebeurde weet ik niet meer maar ik denk dat we samen in slaap zijn gevallen op die zachte, met rode kussens gevulde bank. FDe barman heeft ons waarschijnlijk gewoon laten slapen want het begon al donker te worden toen mijn vriend, zijn vriendin en Froukje ons wekten. We lagen stevig verstrengeld met elkaar en hadden zelfs moeite om weer los te komen. Dat kwam ook door Jeltjes ogen, die ogen die nog steeds zo keken als vroeger toen ik haar met zoveel moeite naar me toe had gehaald. Toen mijn hart bijna had stilgestaan bij dat hek voor het huis van haar ouders. Stil gestaan van angst. Dat gevoel kreeg ik nu weer. Mijn har stond bijna stil van angst en weer was het de angst om haar te verliezen maar deze keer kwam er geen boze vader aan te pas. Het was het boze monster dat haar van binnen langzaam opvrat, dat me beangstigde.

Even zag ik Froukjes ogen, wat leken die op de ogen van Jeltje…alleen in haar ogen las ik nu niet zoveel.” Tijd voor ene borrel”, zei ze koeltjes en ze draaide zich om in de richting van de bar. Onze vrienden waren daarvoor ook wel te porren. Opnieuw keek ik diep in Jeltjes ogen en ik hoorde haar lippen haast onhoorbaar fluisteren: ” Ja, een lekkere cocktail zou er wel in gaan.” Ze glimlachte flauwtjes en draaide haar gezicht toen van me af zodat ze ontspannen en rustig op de bank kon blijven liggen. Mijn arm bleef haar schouders ondersteunen ook al voelde ik hoe de tinteling erin kroop. Er stroomde daar geen bloed meer.

“En hoe gaat het met jullie?”  Froukjes stem klonk heel geïnteresseerd terwijl ze in de richting van mijn  vrienden keek. Ik wist dat ze veinsde maar het kwam allemaal wel op het juiste moment. ” Nou”, zei de vriendin van mijn vriend…”daar is heel wat over te vertellen….”

Hadden we goed geslapen? Ja, als je alles in ogenschouw nam, al onze zieke lichamen enzo, ja dan hadden we goed geslapen. En om het allemaal een beetje dragelijk te houden waren we nog met z’n drieën in één bed gaan liggen ook. Ik had het geluk de spleet in het midden te mogen bedekken. De dames lagen aan weerszijden van mij. Het was gek maar ik had me zelden zo gelukkig gevoeld, zo rijk, temidden van de beide zusjes. Ik wist dat we bij elkaar hoorden. Mijn armen had ik om hen heen geslagen. Beiden lagen ze met hun gezicht naar mij toe.

In de afgelopen dagen waren mijn kwaadheid en teleurstelling weggeëbt. In plaats daarvan kwam er een gevoel van geluk over me dat ik vroeger nooit had gekend. Het leek wel of er ene heel nieuwe band was gekomen, tussen mij en Jeltje maar ook tussen de zusjes en tussen mij en Froukje. Hoe dan ook, we vonden dat we goed hadden geslapen en meteen na het wakker worden dreigde er zelfs nog een kussengevecht los te barsten maar we beseften plotseling dat daarvoor geen tijd was. We moesten ons klaar maken voor het concert. Gek genoeg aarzelden we nauwelijks. Voor het eerst sinds dagen, weken gingen we weer uit. Na die heel lange tijd binnenshuis moest het een leuke dag kunnenw orden. Zorgen maakte ik me alleen een beetje over Jeltje die wel heel rustig aan zou moeten doen. Ze was zo gauw moe…

Gelukkig had mijn vriend en zijn vriendin aangeboden om te rijden. We hoefden alleen maar achterin de auto te rollen en gezellig te zijn, melige opmerkingen te maken of ons bezorgd te tonen over anderen. Ik hoopte diep in mijn hart dat niemand begon over ziek zijn en het gebruikelijke gejeremieer dat erbij hoort maar daar had ik buiten de waard  gerekend. De vriendin van mijn vriend had een verschrikkelijke benauwdheid te pakken die het gevolg was van een soort bronchitis. Wij deden alle drie ons best om het vreselijk te vinden, vooral vanwege de keelpijnaanvallen die ze had.

Hoe langer de rit duurde, des te erger begon ik me iets anders af te vragen. Als de vriendin van mijn vriend bronchitis had, hoe zou dat dan uitwerken op Jeltje? Haar immuunsysteem moest uiterst kwetsbaar zijn en….zou ze de ziekte niet extra gauw overnemen? Ik keek vanuit mijn ooghoeken naar haar maar zij scheen zich niet bezorgd te maken. Zehad zich zo comfortabel mogelijk genesteld en schreeuwde zo nu en dan mee met een lied. Van tijd tot tijd deed ze ook haar ogen dicht. Ik was bang dat ze nu al verschrikkelijk moe was en het concert was nog niet eens in zicht…

Ik probeerde niet de hele tijd naar haar te kijken en gluurde zo nu en dan ook even naar Froukje. Zonder dat iemand het merkte greep ik haar hand stevig vast en zij liet het toe. Ze reageerde niet eens door in mijn richting te kijken. Ook zij wilde geen argwaan wekken, zo leek het.  Nou ja, een kwartier later keek ze me van opzij aan en gaf ze een knipoog. Wij begrepen elkaar goed, heel goed….

Plotseling ging Froukjes mobiele telefoon. Ze liet mijn hand meteen los en grabbelde zenuwachtig naar het ding. Bijna viel het op de grond toen ze het eenmaal te pakken had. ” Ja”, haarstem klonk uitgesproken knorrig. ” Ja, godverdomme, kun je daar nou niet eens mee ophouden?” schreeuwde ze geïrriteerd door de telefoon. ” Jij bent toch degenen die altijd alles zo keurig en goed op kan lossen? Nu kan je ineens niet meer uit de voeten met een driejarige kleuter. los het even lekker op en ik mom wel thuis als ik er zin in heb. En houd op met dat geslijm want dat maakt me doodziek.” Die laatste woorden kreeg ze er nog zonder haperen uit ook. Meteen klikte ze haar toestel uit en schakelde het ding zelfs helemaal uit. ” Niks meer, ik heb er genoeg van”, haar stemgeluid klonk als geknor ren ze trok zich helemaal in haar hoek van de achterbank terug.

Mijn vriend was geschokt door het optreden van Froukje. Hij keek mij onderzoekend aan maar ik zocht zijn ogen niet. Wat had ik tegen hem moeten zeggen? “Dat klonk niet heel vriendelijk… .”  Hij slikte zijn woorden gauw in toen zijn vriendin hem boos begon aan te kijken en Froukje reageerde niet. Het enige dat zij liet horen was een diepe zucht.

Met een brede zwaai draaide mijn vriend de auto de parkeerplaats op voor de Ahoy…. zoo te zien waren we veel te vroeg want er was nog haast niemand bij de kassa. Dat zat dus mee. Ik pakte Jeltje onder haar rechter arm stevig beet en hield haar gezicht in de gaten. Er was weinig te zien van haar gevoel van vermoeidheid. Met z’n drieën gearmd stapten we fluitend naar de kassa toe. vanuit de entree klonken al de eerste tonen van bluesmuziek. Ik begon nog echt in de stemming te komen ook….

 

“Ja schat, ik weet het maar ik kan nu echt even niet weg. Ik heb hier een centrale taak. Ze zitten hier in een crisis en ik moet die helpen oplossen. Ik doe het voor mijn zusje.”  Even zweeg Froukje aan de telefoon maar het rood in haar gezicht werd weer steeds feller. ” Ja, die ja, dat is mijn zusje, die andere dochter van mijn ouders, die meid die jij nog mooier vond dan mij…”>  Weer valt er ene stilte en weer loopt het rood op.” Nou ja, dat heb je wel een keer gezegd. Stom eigenlijk van je, hè? ” Hetw erd mij steeds duidelijker dat Froukje en haar man, die godbetert Berthold heette, ook in een soort Crisis verkeerden. Ik krabde mij eens achter de oren om te bedenken hoe een vrouw als Froukje in ’s hemelsnaam had kunnen  trouwen met ene Berthold van der Veenmeren…pfff

Ik merkte dat ik voor het eerst sinds tijden mijn hoofd weer kon schudden over iemand anders dan over mijn eigen gezin. Voor mijn gevoel kon die crisis bij mijn zwager en schoonzus nog een veel ernstiger vorm aannemen dan die bij Jeltje en mij. Diep in me voelde ik nog steeds liefde voor mijn vrouw, ja zelfs respect. Hoe het mogelijk was, was een andere vraag want ze had me toch lelijk te grazen genomen. Maar toch…mijn gevoel, ja mijn gevoel leek zo nu en dan wel een eigen leven te leiden. Intussen had ik besloten om gewoon te blijven zitten waar ik zat en met een soort onverschillige houding  te veinzen dat ik niet meeluisterde. Dat was overigens vrijwel onmogelijk want Froukje ging van tijd tot tijd ernstiger te keer dan onze kat als je probeerde een boomtak tussen haar achterpoten vandaan te rukken.

“Nou ja”, haar stem leek nu een beetje op een schorre kermistoeter, “je lost dat geouwehoer maar op, je bent toch altijd zo’n handige, intelligente jongen en goeie vader? Dan heb je deze wat dommige blondine vast niet nodig.” Ik keek even op en zag dat ze gelijk had, ze was blond. Dat was me eerder nog niet zo opgevallen.

Het was wel opvallend hoe stil en zwijgzaam Jeltje het allemaal aanhoorde en ineens drong het tot me door. “Wat maken die twee een ruzie hè?”  zei ik tegen  haar. Ze keek me heel even van achter één van haar prachtige lokken aan. ” Ik ben te moe, veel te moe en alles doet zeer”, zei ze.  Waren dat niet de eerste klachten van een patiënt met AIDS? Ik kon niet voorkomen dat ik een bezorgde blik op haar wierp. Zoals ze er nu bij zat…ik had zo’n verschrikkelijk medelijden met haar, waarom kon je zo wanstaltig veel van iemand houden? Het was toch onlogisch? “Ik ga naar bed”, zei ze zachtjes en met schorre stem. ” Ik houd dit niet vol.”

Ze deed geen lamp uit maar toch leek het of het ineens een stuk donkerder in de kamer was toen ze eenmaal was opgestaan en de deur uit was. Ik keek haar wanhopig na, dat kon ik niet in de spiegel zien maar ik voelde het aan mijn gezicht. Mijn ogen dwaalden even later weer in de richting van Froukje maar die stond op en liep achter haar zusje aan. Ik voelde dat ik me daarin maar even niet moest mengen. Twee zusjes die samen verdriet gingen zitten hebben op de rand van eenbed ofzo….

Mijn  ogen dwaalden de kamer rond. Aan de muur recht tegenover mij stond een grote boekenkast en ik las de titels op de banden. In het verleden had ik de meeste ervan verslonden. Boeken daagden mij altijd uit om zo snel mogelijk door te wurmen. Nu deden ze me niets. Ik had het gevoel dat ik zelf de hoofdpersoon was in een verschrikkelijk en ellendig boek. Ik verweet mezelf zelfs dat ik ooit naar de dokter was gegaan voor die stomme vlekken op mijn voorhoofd. Die waren inmiddels weg trouwens…

Het duurde niet eens zo lang…Froukje kwam de kamer weer binnen maar haar humeur was waarschijnlijk niet opgeknapt. Ze keek nog steeds vooral naar de grond. ” Heb je honger?”  vroeg ze.  Ik bedacht me ineens dat ik de hele avond nog niets had gegeten maar honger, nee, dat voelde ik niet. Ik had niet eens trek in whisky…ik had nergens trek in. Froukje trok voor zichzelf een doos met pizza uit de vriezer en legde die in de oven. “Het gaat nu echt heel slecht met haar”, bromde ze tussen de piepgeluiden van de oven door. Ik wist niets te zeggen als antwoord.We zwegen allebei.

In stilte kropen we naar elkaar toe. Dat ging vanzelf…alsof er een externe kracht was die ons gewoon naar elkaar toe schoof en sensualiteit zat daar niet bij, nee, alleen beweging naar elkaar toe. Het duurde zelfs nog een half uur voordat we tegen elkaar aanzaten en zo zijn we die avond in slaap gevallen. Ik geloof dat het pas drie uur ’s morgens was, toen ik vreselijk moest plassen, dat ik me met moeite uit haar armen losmaakte… Zij voelde zo wam aan, in dit ijskoude huis…

Levendig, dat was het wel. De twee zusjes fladderden om elkaar heen en hielpen elkaar met alles wat je maar bedenken kon en tussendoor was er natuurkijk gefluister. Gefluister om te zorgen dat de heer des huizes maar vooral niets horen zou. Een zieke situatie. Eén van ons zou nu toch eens een keer een eind moeten maken aan dit idiote spel?

Het was achterin een woensdagmiddag toen Jeltje bekendmaakte dat ze nog even een boodschap moest doen en dat ze zoooo terug zou komen. Zo zei ze dat: “Zooooo”……  Ik had niet het idee dat het echt iets betekende en zuchtte alleen ene beetje in de hoop dat er gewoon van buitenaf iets zou gebeuren dat alles veranderde.

Het bleef een half uurtje doodstil in de kamer en ik kreeg net het idee dat Jeltje zo wel terug zou komen toen Froukje heel dicht bij me kwam zitten en eerst ene paar onverstaanbare woorden uitstootte. Ik kon er niets aan doen maar moest gewoon weg vragen wat er aan de hand was. ” Ik ben HIV besmet”, zei ze deze keer iets gearticuleerder. Ik keek haar ongelovig aan maar kon niet nalaten te vragen: ” Durf je daarom zo dicht bij me te zitten?” Froukje grijnsde. ” Ik denk het wel”, zei ze. ” Ik heb gehoord dat jij het ook bent. Wete je, ik heb ongeloooflijke zin in een neukpartij met je maar dat zou ik niet durven als ik nergens last van had.” Hte klamme zweet brak me uit…ja, het was natuurlijk een nieuwe manier van kijken naar de vrijerijen…alleen nog met iemand anders die ook HIV-besmet was….  ” Volges mij is Jeltje ook HIV besmet…”   zei ik hakkelend. Froukje keek me met grote ogen aan. ” Ze heeft AIDS”, fluisterde ze terwijl haar lippen de mijne zochten.

Het was de eerste keer sinds ik Jeltje kende dat ik het deed met een andere vrouw. Nooit eerder had ik het zelfs maar geprobeerd. O ja, wel eens gewild maar nooit iets geprobeerd zelfs maar. Terwijl ik me tevredenstelde met de ongekend harmonieuze golfbeweging die ik met Froukje beleefde, bleef het woord “AIDS”  achterin mijn hoofd hangen. Het stoorde niet en ik vrijdde met Froukje eigenlijk beter en leuker dan met Jeltje maar het woord verdween ook niet naar de achtergrond. Het woord miste zijn uitwerking niet want ik realiseerde me dat ik er altijd nog beter aan toe was dan mijn vrouw.

Toen we lagen uit te hijgen, was Jeltje nog steeds niet thuis. “Ze blijft expres wat langer weg”, lachte Froukje. ” Ze doet het voor jou.”  Ik knikte met een verdrietig gezicht. ” Jaja, dat zal wel…ze doet alles voor mij. Is ook voor mij vreemd gegaan…”  Froukje nam eem stevige hap in mijn lid en gronde. ” In zekere zin wel, het was niet meer dan een ingeving, een moment, een moment van onnadenkendheid…en dat werd meteen bestraft.” ” Maar waarom deed ze dan net alsof ik de oorzaak van de ellende was?”  Froukje schudde haar hoofd. ” Zullen we het even niet over Jeltje hebben? Hebben wij het niet heel goed?” vroeg ze en opnieuw deed ze een anaval op mijn middengebied.

Die middag deden we het vier keer achter elkaar totdat we totaal uitgeput waren en niets anders meer konden dan uitgestrekt op de laminaatvloer liggen. Jeltje was nog steeds niet thuis en ze zou vermoedelijk ook nog lang wegblijven. Ik durfde niet opnieuw over mijn vrouw te beginnen en friemelde nu gezellig met Froukjes haar, beet in haar schouder en streelde haar tepels…van tijd tot tijd giechelde ze maar meestal lag ze doodstil met haar ogen dicht. Ze hikte een enkele keer maar dan zei ze geen “hik”  maar “hiv”. Eerst dacht ik dat ze opd ie manier ene gesprek wilde beginnen maar dat was het niet. ” Ik heb het me aangewned”, zei ze halflachend, ” sinds ik hiv heb. Niet leuk maar wat moet je? Hele dagen treuren, dat kan ik niet. Dat deed mijn vader altijd en vooral mijn moeder. Wat hebebn die veel getreurd.”

Ik grijnsde. Treuren! Nee, dat zat bij mij ook niet erg in de aard al kon ik wel heel diep verdrietig zijn maar dat duurde altijd maar even. Het was gek…we staarden allebei zielsgelukkig naar het plafond en zo bleven we liggen. Hoelang we daar gelegen hebben, weet ik niet meer maar het was al lang donker toen ik wakker werd. Froukje lag nog steeds op dezelfde manier naast me en sliep. Ik vroeg me meteen af of Jeltje al thuisgekomen was en ons zo had aangetroffen maar de moed om naar boven te gaan en in de slaapkamer te kijken, die had ik niet. Ik had in elk geval door dat Jeltje ons geen van beiden met ene mes of ander wapen had bewerkt…

Langzaamaan begon ik me aan te kleden toen ineens ene stem vanuit het duster zei:” Nee, dat hoeft toch niet meer. We kunnen nu toch gewoon naar bed gaan om te slapen?”  Het was Jeltje die klaarblijkelijk aan ons hoofdeinde had zitten wachten. Ik hoorde hoe ze een stoel opzij schoof en opstond. ” Kom”,z ei ze. ” ik neem aan dat Froukje je allang heeft verteld hoe het met mij zit.”  Ze gaf me een hand en troonde mij mee naarboven. ” We gaan naar bed…

Ik liet me die avond volledig willoos meesleuren naar boven en bedacht me of je zelf ook AIDS had als je had gevreeën met ene vrouw die AIDS had. Of bleef het gewoon bij de HIV aandoening? Eigenlijk kon het me niets meer schelen….

 

Boos? Was ik boos? Heel alleen in mijn bed in het holst van de nacht schoot die gedachte door mijn hoofd en op een keer werd ik er wakker van. Was ik boos? Ik woelde en draaide in bed en krabde op plaatsen waar ik graag kwam en op plaatsen waar ik graag mijn vrouw liet komen. Het maakte me alleen maar onrustiger en de vraag bleef me bezighouden.

Slapen deed ik dus niet meer en het klamme zweet begon me zelfs uit te breken. Ik zag onze eerste stappen in Deurne, de allereerste afspraak en het gedoe met de fiets. Ik zag het afgrijselijke gedrag van sommig bezoek bij ons thuis en ik zag de verlossing op onze eerste kamer. Het was wel opmerkelijk dat ik op geen enkel moment tranen in me voelde opwellen terwijl ik me toch heel eenzaam voelde. Eenzaam en koud, zo koud als ik me zelfs in de winter daarvoor niet had gevoeld en…het hielp niet om de verwarming hoger te zetten. Ik bleef het koud hebben. Om een beetje op temperatuur te komen begon ik heen en weer te lopen door de kamer, met sloffen aan en van tijd tot tijd leek het of mijn voeten warm werden.

Zo merkte ik niet hoe heel zachtjes de deur van mijn slaapkamer openging. Ik had het pas door toen er ene lichtstraal in de kamer naar binnen viel. Ik wilde me omdraaien maar het was al te laat. Jeltjes handen gleden over mijn schouders en ze fluisterde in mijn oor. ” Heb je het ook zo koud en kun je daardoor ook niet slapen?” Ik had de kracht niet om er tegenin te gaan en “nee” te zeggen. Haar handen lieten weer warmte in mijn lichaam vloeien zoals dat altijd was geweest. Zoals ik dat kende en het voelde precies zo aan als vroeger. Ik merkte hoe heel mijn weerstand en de opgebouwde weerzin wegtrokken en hoe ik alleen maar weer meer zin in haar kreeg. Even schoot het door mijn hoofd: wat maakt het uit als we allebei met HIV besmet zijn? Er kan dus niets meer gebeuren.”

Of zij er zó diepgaand over na had gedacht, dat heeft ze mij nooit verteld maar ze leek geen remmingen te hebben. Integendeel, het liefdesspel was heftiger dan ooit tevoren en ik raakte al gauw de tel kwijt bij het aantal krassen op mijn rug. Hoelang het duurde weet ik ook iet meer maar ik weet zeker dat we in slaap vielen toen de kat begon te mauwen om naar buiten te kunnen.  En voor het werk was het ook slecht, we hebben ons ziek gemeld en zijn toen weer samen in bed gekropen. Pas tegen het avondeten zijn we eruit gekomen. Arme kat, het dier was doorweekt!

Ik weet niet meer hoe ik me die avond voelde maar het gekke was dat we weer ieder in een hoek van de kamer kropen. Zo nu en dan leken we elkaar niet meer dan schuwe blikken toe  te werpen. Daar zaten we weer, ieder met onze eigen gedachten en tegelijkertijd met die heerlije herinnering van de afgelopen nacht en dag in het achterhoofd…en toch…kon ik ook die avond niet meer opbrnegen dan ” slaap lekker”. Toen liep ik weg.

Het bleef zo, we waren stil en we vreeën en hartstochtelijker vaak dan in de maanden daarvoor hoewel je je dat toch bijna niet voor kon stellen. Zo ging dat veertien dagen lang. Plots kwam er een dag, een dinsdag dat we uitgeblust en bekaf waren. We gingnen naar ons werk en ’s avonds thuis aten we zwijgend samen aan tafel. Als iemand van buitenaf naar binnen had gekeken, zou het er bijna normaal hebben uitgezien. Maar het was niet normaal en ik begon me af te vragen of er niet iets echts moest gebeuren, iets dat hout zou snijden.

Die nacht sliep ik weer niet maar het was niet Jeltje waaraan ik dacht en ook de slaapkamerdeur ging niet open. Ik lag me helemaal suf te piekeren over een oplossing van het probleem. Natuurlijk, ik kon het nog steeds niet hebben dat zij deed alsof ik de oorzaak was van de HIV-besmetting. Maar verder dan, wat moest je doen? Scheiden? Zou dat iets oplossen? Wie zou zich daar gelukkig bij gaan voelen? We waren allebei ziek, of we liepen kans op een zware ziekte en ging het ons dan helpen om daarover ruzie te maken?

 

Blog Stats

  • 10.303 hits

RSS my home

  • Er is een fout opgetreden. De feed is waarschijnlijk uit de lucht. Probeer later opnieuw.
Advertenties