You are currently browsing the category archive for the ‘Alles is mogelijk’ category.

“Ja schat, ik weet het maar ik kan nu echt even niet weg. Ik heb hier een centrale taak. Ze zitten hier in een crisis en ik moet die helpen oplossen. Ik doe het voor mijn zusje.”  Even zweeg Froukje aan de telefoon maar het rood in haar gezicht werd weer steeds feller. ” Ja, die ja, dat is mijn zusje, die andere dochter van mijn ouders, die meid die jij nog mooier vond dan mij…”>  Weer valt er ene stilte en weer loopt het rood op.” Nou ja, dat heb je wel een keer gezegd. Stom eigenlijk van je, hè? ” Hetw erd mij steeds duidelijker dat Froukje en haar man, die godbetert Berthold heette, ook in een soort Crisis verkeerden. Ik krabde mij eens achter de oren om te bedenken hoe een vrouw als Froukje in ’s hemelsnaam had kunnen  trouwen met ene Berthold van der Veenmeren…pfff

Ik merkte dat ik voor het eerst sinds tijden mijn hoofd weer kon schudden over iemand anders dan over mijn eigen gezin. Voor mijn gevoel kon die crisis bij mijn zwager en schoonzus nog een veel ernstiger vorm aannemen dan die bij Jeltje en mij. Diep in me voelde ik nog steeds liefde voor mijn vrouw, ja zelfs respect. Hoe het mogelijk was, was een andere vraag want ze had me toch lelijk te grazen genomen. Maar toch…mijn gevoel, ja mijn gevoel leek zo nu en dan wel een eigen leven te leiden. Intussen had ik besloten om gewoon te blijven zitten waar ik zat en met een soort onverschillige houding  te veinzen dat ik niet meeluisterde. Dat was overigens vrijwel onmogelijk want Froukje ging van tijd tot tijd ernstiger te keer dan onze kat als je probeerde een boomtak tussen haar achterpoten vandaan te rukken.

“Nou ja”, haar stem leek nu een beetje op een schorre kermistoeter, “je lost dat geouwehoer maar op, je bent toch altijd zo’n handige, intelligente jongen en goeie vader? Dan heb je deze wat dommige blondine vast niet nodig.” Ik keek even op en zag dat ze gelijk had, ze was blond. Dat was me eerder nog niet zo opgevallen.

Het was wel opvallend hoe stil en zwijgzaam Jeltje het allemaal aanhoorde en ineens drong het tot me door. “Wat maken die twee een ruzie hè?”  zei ik tegen  haar. Ze keek me heel even van achter één van haar prachtige lokken aan. ” Ik ben te moe, veel te moe en alles doet zeer”, zei ze.  Waren dat niet de eerste klachten van een patiënt met AIDS? Ik kon niet voorkomen dat ik een bezorgde blik op haar wierp. Zoals ze er nu bij zat…ik had zo’n verschrikkelijk medelijden met haar, waarom kon je zo wanstaltig veel van iemand houden? Het was toch onlogisch? “Ik ga naar bed”, zei ze zachtjes en met schorre stem. ” Ik houd dit niet vol.”

Ze deed geen lamp uit maar toch leek het of het ineens een stuk donkerder in de kamer was toen ze eenmaal was opgestaan en de deur uit was. Ik keek haar wanhopig na, dat kon ik niet in de spiegel zien maar ik voelde het aan mijn gezicht. Mijn ogen dwaalden even later weer in de richting van Froukje maar die stond op en liep achter haar zusje aan. Ik voelde dat ik me daarin maar even niet moest mengen. Twee zusjes die samen verdriet gingen zitten hebben op de rand van eenbed ofzo….

Mijn  ogen dwaalden de kamer rond. Aan de muur recht tegenover mij stond een grote boekenkast en ik las de titels op de banden. In het verleden had ik de meeste ervan verslonden. Boeken daagden mij altijd uit om zo snel mogelijk door te wurmen. Nu deden ze me niets. Ik had het gevoel dat ik zelf de hoofdpersoon was in een verschrikkelijk en ellendig boek. Ik verweet mezelf zelfs dat ik ooit naar de dokter was gegaan voor die stomme vlekken op mijn voorhoofd. Die waren inmiddels weg trouwens…

Het duurde niet eens zo lang…Froukje kwam de kamer weer binnen maar haar humeur was waarschijnlijk niet opgeknapt. Ze keek nog steeds vooral naar de grond. ” Heb je honger?”  vroeg ze.  Ik bedacht me ineens dat ik de hele avond nog niets had gegeten maar honger, nee, dat voelde ik niet. Ik had niet eens trek in whisky…ik had nergens trek in. Froukje trok voor zichzelf een doos met pizza uit de vriezer en legde die in de oven. “Het gaat nu echt heel slecht met haar”, bromde ze tussen de piepgeluiden van de oven door. Ik wist niets te zeggen als antwoord.We zwegen allebei.

In stilte kropen we naar elkaar toe. Dat ging vanzelf…alsof er een externe kracht was die ons gewoon naar elkaar toe schoof en sensualiteit zat daar niet bij, nee, alleen beweging naar elkaar toe. Het duurde zelfs nog een half uur voordat we tegen elkaar aanzaten en zo zijn we die avond in slaap gevallen. Ik geloof dat het pas drie uur ’s morgens was, toen ik vreselijk moest plassen, dat ik me met moeite uit haar armen losmaakte… Zij voelde zo wam aan, in dit ijskoude huis…

Levendig, dat was het wel. De twee zusjes fladderden om elkaar heen en hielpen elkaar met alles wat je maar bedenken kon en tussendoor was er natuurkijk gefluister. Gefluister om te zorgen dat de heer des huizes maar vooral niets horen zou. Een zieke situatie. Eén van ons zou nu toch eens een keer een eind moeten maken aan dit idiote spel?

Het was achterin een woensdagmiddag toen Jeltje bekendmaakte dat ze nog even een boodschap moest doen en dat ze zoooo terug zou komen. Zo zei ze dat: “Zooooo”……  Ik had niet het idee dat het echt iets betekende en zuchtte alleen ene beetje in de hoop dat er gewoon van buitenaf iets zou gebeuren dat alles veranderde.

Het bleef een half uurtje doodstil in de kamer en ik kreeg net het idee dat Jeltje zo wel terug zou komen toen Froukje heel dicht bij me kwam zitten en eerst ene paar onverstaanbare woorden uitstootte. Ik kon er niets aan doen maar moest gewoon weg vragen wat er aan de hand was. ” Ik ben HIV besmet”, zei ze deze keer iets gearticuleerder. Ik keek haar ongelovig aan maar kon niet nalaten te vragen: ” Durf je daarom zo dicht bij me te zitten?” Froukje grijnsde. ” Ik denk het wel”, zei ze. ” Ik heb gehoord dat jij het ook bent. Wete je, ik heb ongeloooflijke zin in een neukpartij met je maar dat zou ik niet durven als ik nergens last van had.” Hte klamme zweet brak me uit…ja, het was natuurlijk een nieuwe manier van kijken naar de vrijerijen…alleen nog met iemand anders die ook HIV-besmet was….  ” Volges mij is Jeltje ook HIV besmet…”   zei ik hakkelend. Froukje keek me met grote ogen aan. ” Ze heeft AIDS”, fluisterde ze terwijl haar lippen de mijne zochten.

Het was de eerste keer sinds ik Jeltje kende dat ik het deed met een andere vrouw. Nooit eerder had ik het zelfs maar geprobeerd. O ja, wel eens gewild maar nooit iets geprobeerd zelfs maar. Terwijl ik me tevredenstelde met de ongekend harmonieuze golfbeweging die ik met Froukje beleefde, bleef het woord “AIDS”  achterin mijn hoofd hangen. Het stoorde niet en ik vrijdde met Froukje eigenlijk beter en leuker dan met Jeltje maar het woord verdween ook niet naar de achtergrond. Het woord miste zijn uitwerking niet want ik realiseerde me dat ik er altijd nog beter aan toe was dan mijn vrouw.

Toen we lagen uit te hijgen, was Jeltje nog steeds niet thuis. “Ze blijft expres wat langer weg”, lachte Froukje. ” Ze doet het voor jou.”  Ik knikte met een verdrietig gezicht. ” Jaja, dat zal wel…ze doet alles voor mij. Is ook voor mij vreemd gegaan…”  Froukje nam eem stevige hap in mijn lid en gronde. ” In zekere zin wel, het was niet meer dan een ingeving, een moment, een moment van onnadenkendheid…en dat werd meteen bestraft.” ” Maar waarom deed ze dan net alsof ik de oorzaak van de ellende was?”  Froukje schudde haar hoofd. ” Zullen we het even niet over Jeltje hebben? Hebben wij het niet heel goed?” vroeg ze en opnieuw deed ze een anaval op mijn middengebied.

Die middag deden we het vier keer achter elkaar totdat we totaal uitgeput waren en niets anders meer konden dan uitgestrekt op de laminaatvloer liggen. Jeltje was nog steeds niet thuis en ze zou vermoedelijk ook nog lang wegblijven. Ik durfde niet opnieuw over mijn vrouw te beginnen en friemelde nu gezellig met Froukjes haar, beet in haar schouder en streelde haar tepels…van tijd tot tijd giechelde ze maar meestal lag ze doodstil met haar ogen dicht. Ze hikte een enkele keer maar dan zei ze geen “hik”  maar “hiv”. Eerst dacht ik dat ze opd ie manier ene gesprek wilde beginnen maar dat was het niet. ” Ik heb het me aangewned”, zei ze halflachend, ” sinds ik hiv heb. Niet leuk maar wat moet je? Hele dagen treuren, dat kan ik niet. Dat deed mijn vader altijd en vooral mijn moeder. Wat hebebn die veel getreurd.”

Ik grijnsde. Treuren! Nee, dat zat bij mij ook niet erg in de aard al kon ik wel heel diep verdrietig zijn maar dat duurde altijd maar even. Het was gek…we staarden allebei zielsgelukkig naar het plafond en zo bleven we liggen. Hoelang we daar gelegen hebben, weet ik niet meer maar het was al lang donker toen ik wakker werd. Froukje lag nog steeds op dezelfde manier naast me en sliep. Ik vroeg me meteen af of Jeltje al thuisgekomen was en ons zo had aangetroffen maar de moed om naar boven te gaan en in de slaapkamer te kijken, die had ik niet. Ik had in elk geval door dat Jeltje ons geen van beiden met ene mes of ander wapen had bewerkt…

Langzaamaan begon ik me aan te kleden toen ineens ene stem vanuit het duster zei:” Nee, dat hoeft toch niet meer. We kunnen nu toch gewoon naar bed gaan om te slapen?”  Het was Jeltje die klaarblijkelijk aan ons hoofdeinde had zitten wachten. Ik hoorde hoe ze een stoel opzij schoof en opstond. ” Kom”,z ei ze. ” ik neem aan dat Froukje je allang heeft verteld hoe het met mij zit.”  Ze gaf me een hand en troonde mij mee naarboven. ” We gaan naar bed…

Ik liet me die avond volledig willoos meesleuren naar boven en bedacht me of je zelf ook AIDS had als je had gevreeën met ene vrouw die AIDS had. Of bleef het gewoon bij de HIV aandoening? Eigenlijk kon het me niets meer schelen….

 

Boos? Was ik boos? Heel alleen in mijn bed in het holst van de nacht schoot die gedachte door mijn hoofd en op een keer werd ik er wakker van. Was ik boos? Ik woelde en draaide in bed en krabde op plaatsen waar ik graag kwam en op plaatsen waar ik graag mijn vrouw liet komen. Het maakte me alleen maar onrustiger en de vraag bleef me bezighouden.

Slapen deed ik dus niet meer en het klamme zweet begon me zelfs uit te breken. Ik zag onze eerste stappen in Deurne, de allereerste afspraak en het gedoe met de fiets. Ik zag het afgrijselijke gedrag van sommig bezoek bij ons thuis en ik zag de verlossing op onze eerste kamer. Het was wel opmerkelijk dat ik op geen enkel moment tranen in me voelde opwellen terwijl ik me toch heel eenzaam voelde. Eenzaam en koud, zo koud als ik me zelfs in de winter daarvoor niet had gevoeld en…het hielp niet om de verwarming hoger te zetten. Ik bleef het koud hebben. Om een beetje op temperatuur te komen begon ik heen en weer te lopen door de kamer, met sloffen aan en van tijd tot tijd leek het of mijn voeten warm werden.

Zo merkte ik niet hoe heel zachtjes de deur van mijn slaapkamer openging. Ik had het pas door toen er ene lichtstraal in de kamer naar binnen viel. Ik wilde me omdraaien maar het was al te laat. Jeltjes handen gleden over mijn schouders en ze fluisterde in mijn oor. ” Heb je het ook zo koud en kun je daardoor ook niet slapen?” Ik had de kracht niet om er tegenin te gaan en “nee” te zeggen. Haar handen lieten weer warmte in mijn lichaam vloeien zoals dat altijd was geweest. Zoals ik dat kende en het voelde precies zo aan als vroeger. Ik merkte hoe heel mijn weerstand en de opgebouwde weerzin wegtrokken en hoe ik alleen maar weer meer zin in haar kreeg. Even schoot het door mijn hoofd: wat maakt het uit als we allebei met HIV besmet zijn? Er kan dus niets meer gebeuren.”

Of zij er zó diepgaand over na had gedacht, dat heeft ze mij nooit verteld maar ze leek geen remmingen te hebben. Integendeel, het liefdesspel was heftiger dan ooit tevoren en ik raakte al gauw de tel kwijt bij het aantal krassen op mijn rug. Hoelang het duurde weet ik ook iet meer maar ik weet zeker dat we in slaap vielen toen de kat begon te mauwen om naar buiten te kunnen.  En voor het werk was het ook slecht, we hebben ons ziek gemeld en zijn toen weer samen in bed gekropen. Pas tegen het avondeten zijn we eruit gekomen. Arme kat, het dier was doorweekt!

Ik weet niet meer hoe ik me die avond voelde maar het gekke was dat we weer ieder in een hoek van de kamer kropen. Zo nu en dan leken we elkaar niet meer dan schuwe blikken toe  te werpen. Daar zaten we weer, ieder met onze eigen gedachten en tegelijkertijd met die heerlije herinnering van de afgelopen nacht en dag in het achterhoofd…en toch…kon ik ook die avond niet meer opbrnegen dan ” slaap lekker”. Toen liep ik weg.

Het bleef zo, we waren stil en we vreeën en hartstochtelijker vaak dan in de maanden daarvoor hoewel je je dat toch bijna niet voor kon stellen. Zo ging dat veertien dagen lang. Plots kwam er een dag, een dinsdag dat we uitgeblust en bekaf waren. We gingnen naar ons werk en ’s avonds thuis aten we zwijgend samen aan tafel. Als iemand van buitenaf naar binnen had gekeken, zou het er bijna normaal hebben uitgezien. Maar het was niet normaal en ik begon me af te vragen of er niet iets echts moest gebeuren, iets dat hout zou snijden.

Die nacht sliep ik weer niet maar het was niet Jeltje waaraan ik dacht en ook de slaapkamerdeur ging niet open. Ik lag me helemaal suf te piekeren over een oplossing van het probleem. Natuurlijk, ik kon het nog steeds niet hebben dat zij deed alsof ik de oorzaak was van de HIV-besmetting. Maar verder dan, wat moest je doen? Scheiden? Zou dat iets oplossen? Wie zou zich daar gelukkig bij gaan voelen? We waren allebei ziek, of we liepen kans op een zware ziekte en ging het ons dan helpen om daarover ruzie te maken?

 

Nooit eerder was het huis zo leeg geweest als die ochtend. Zeker,z e stond in de keuken te drinken uit een pak sinaasappelsap maar de lieve ogen, haar naar mij toe gekeerde gezicht, haar strelende armen, haar verlangen naar mij…het was allemaal weg. Ik voelde me kapot en moe en hoewel ik de laatste jaren als een gek had gewerkt, kwam er nu niets uit mijn handen. Ik kon mij er zelf niet toe krijgen om naar mijn werk te gaan. Het was alsof mijn benen niet meer konden bewegen, alsof ze verlamd waren.

Omdat ik ook honger had, ging ook ik naar de keuken maar er veranderde niets. Jeltje keek niet naar me en lette niet op me totdat ze plotseling het uitkrijste. ” Als jij niet altijd met die vreemde vrouwen aan de scharrel was geweest, als jij niet altijd alleen maar aan het werken was geweest, dan had alles nog geklopt. Godverdomme, je lijkt mijn vader wel, die man die nooit thuis was maar altijd op pad tussen vriendin en bureau…”  Ze haakte met twee handen aan de rand van de aanrecht en hing voorover en huilde op ene manier die het meest deed denken aan het gegil van een varken dat ter slacht ging. Mijn hart bonkte intussen zwaar in mijn keel die al op slot zat door alle woorden die ik niet kon uitbrengen. Het leek of mijn hoofd op springen stond. Ik wilde wat zeggen maar toen was ze weg…twee deuren denderden dicht en weg was ze…godmagweten waar naar toe. Later vond ik haar terug, in elkaar gekrompen met haar rug tegen de badkamerdeur.

Nadat ik twee keer voor niets naar boven was gelopen, besloot ik toch maar “gewoon”  aan het werk te doen, nog net voordat ik de laatste kans had gehad om af te bellen. Maar mijn God, wat een drama, wat een dreun…ik merkte met elke stap hoe ik volslagen van mijn spoor af was. Het kostte me daadwerkelijk moeite om de weg naar het kantoor te vinden en reed anderhalf blok om voordat ik merkte dat ik verkeerd zat. De grote architect van het bureau zag mij binnenkomen en wilde me ,. geloof ik, goeiemorgen wensen maar toen hij mijn gezicht zag, slijkte ghij die woorden maar in. Er was de hele ochtend niemand die iets tegen me zei en ik moet zeggen: dat beviel prima.

Aan het einde van de ochtend kwam de vraag of ik naar huis zou gaan. Dat trok me wel aan want er zou niemand zijn en…op het werk blijven zou mij verplichten tot gesprekken met anderen. Ik trok dus mijn jas aan toen Michael, mijn beste vriend op kantoor, me aansprak. ” Waar ga jij heen? Je blijft toch altijd hier, tussen de middag?”  Ik keek hem wazig aan en iets in zijn ogen gaf me een schok. Zo zou de man waarmee Jeltje het gedaan had, er dus uit kunnen zien. ” “Ik moet even weg”. mompelde ik. “Zie je zo weer.” Waar ik heen ben geweest? Ik kan het niet eens meer vertellen, misschien wel naar de cafetaria om de hoek, om me vol te proppen met kroketten enzo…geen idee. Het zou best kunnen want ik kwam kotsmisselijk op mijn werk terug. Daar zag ik Michael weer en opnieuw probeerde hij me aan ta spreken maar ik maakte duidelijk dat ik geen tijd had.

Toen de avond naderde zwoegde ik me naar huis en daar was niemand. Ik vroeg me af waar Jeltje was maar aan de andere kant, een leeg huis was beter dan een gestorven liefde. Het was niet alleen mijn lieve vrouw die ik kwijt was. Het was ook de mislukking van de vlucht uit het afschuwelijke dorp Deurne. Het leek alsof we het allemaal voor niets hadden gedaan. Het samenspannen, het weglopen en leven van de lucht in het begin  en toen het opbouwen van een eigen leventje.

Het waren precies die zinnen waarmee Jeltje de kamer binnenkwam, willekeurig gemengd met verwijten in mijn richting… En ineens wist ik het zeker, zo ging het niet langer…we moesten zeker weten waar de ziekte vandaan kwam, wat de bron was. Leven in deze sfeer van verdachtmakingen, nee, dat ging niet meer….

“Gelukkig dood ervaring”  is het eerste verhaal op deze site dat klaar is. Een man is tot ver over zijn oren verliefd op ene vrouw maar zij beantwoordt die liefde niet. In zijn wanhoop vliegt hij met zijn sportvliegtuigje tegen een bergwand want ” als ik dood ben, ben ik gelukkig, overal vanaf”. Zo denkt hij…maar het pakt anders uit…  Lees het verhaal op Gelukkig dood ervaring

Ik heb nooit geweten dat je hersens verdoofd konden worden maar het kan. De klap kwam harder aan dan ik verwacht had…gewoon op zo’n doordeweekse dag, ochtend eigenlijk, in de wetenschap dat er nog mensen in de wachtkamer zitten. Ik zat daar maar op die stoel, te staren naar het papier waarop de uitslag was weergegeven. HIV!

Welke gedachte er door mijn hoofd ging als eerste? Ik weet het echt niet meer, geen denken aan. Volgens mij was het gewoon: “Dus toch”  maar dat was geen acceptatie ofzo, het was een soort opvangen van de schrik. Een schokbreker in mijn hoofd. Het hielp natuurlijk niets en ik zat voor mijn gevoel wel ene uur met geboden hoofd aan het bureau van de dokter. Ik hoorde zijn stem ergens in de verte zeggen: ” We moeten nu kijken hoe we de gevolgen in de hand kunnen houden.”

De gevolgen? Ik wilde daar niet eens over denken. De gevolgen. Waren er gevolgen? Ik wist alleen dat ik daar zat aan dat bureau met het bericht dat ik HIV had en dat ik dus gewoon een dreun voor mijn kop had gekregen. Daar zaten geen gevolgen bij..of het gevolg moest zijn dat ik geen woord meer kon denken, laat staan uitbrengen.

De dokter keek mij onderzoekend aan zonder iets te zeggen maar ik begreep dat het niet lang kon duren op die manier. Voor hem was er meer te doen, voor mij niets…nee, waarom zou ik nog iets doen? Ik kon me hier laten wegdragen of naar huis laten brengen en dan nog…er zou niets veranderen. Er hing een ijzige stilte in de spreekkamer en ik was niet in staat die te doorbreken. Ik voelde hoe een handvol woorden zich opzamelde achter mijn tong en tanden en geen weg naar buiten kon vinden omdat daarvoor nu eenmaal een bepaalde volg-orde nodig is. Die was er niet. Mijn woorden waren in paniek, niet ik …mijn woorden wel.

“Voorlopig geef ik u dit mee”, zei de dokter langzaam en hij legde een briefje over, ik vermoed dat er een recept op stond en misschien wel een praatgroep. ” Er is heel veel te verhelpen aan de situatie”, ging hij verder. “Het is zelfs mogelijk dat het virus niet tot uitbarsting komt en dat u er nooit last van zult hebben of pas heel laat. Het is goed om de ontwikkelingen te blijven peilen en…om te kijken of u bepaalde ziektekiemen onder de leden heeft.”

Ik walgde, ik walgde dubbel, van de dokter en van de briefjes en van de spreekkamer en van alles. Plotseling sprong ik overeind, griste de briefjes van het bureau, propte ze in mijn zak en rende de kamer uit. ” Ik heb aids”, schreeuwde ik op de gang en keihard in de wachtkamer. ” Ik heb aids mensen, eindelijk is het zover. Gerechtigheid, zegt hij…”  en ik wees in de richting van de spreekkamer. Ik nam de moeite niet om te wachten op de reacties van de andere patiënten en rende de deur uit en jubelde: ” Ik heb aids, ik heb aids, God heeft me uitverkoren.”

Meteen daarop sprong ik op mijn fiets en ik reed fluitend naar huis. Nog nooit eerder had ik zo hard gefloten op straat…iets van Santana of nee…Too much love can kill you, van Queen geloof ik, ja van Queen…” Gek hè, zou het toevallig zijn dat die song op dat moment mijn mond uitkwam. Maar wel fluitend hè, want de woorden stonden nog steeds in de verkeerde volgorde.” Ik kwakte mijn fiets met een haast perfecte boog tussen de andere rommel in de schuur,sloeg de deur dicht  en stapte met grote passen naar binnen. ” Schat, ik heb HIV”, riep ik zo hard mogelijk….  Er kwam niet direct antwoord maar het duurde niet lang of ik hoorde gestommel op de trap en de kamerdeur vloog even later wagenwijd open. Ik herhaalde mijn zin in hetzelfde volume en ik zag hoe Jeltjes mond openviel, hoe zij duizelde. Ik voelde de neiging in me opkomen om haar op te vangen en…ik deed het ook. Ze viel voorover in mijn armen, sloeg haar armen om mijn nek en barstte uit in snikken. Maar toen gebeurde er iets geks. Ze worstelde zich los en keek mij verwijtend aan. ” Hoe kun je zo stom zijn geweest?”  vroeg ze. Haar laatste tranen werkte ze weg met een simpele handbeweging. ” Hoe kon je zo stom zijn” herhaalde ze en het verbaasde me nog dat ze nie stampvoette.

Nog nooit eerder had ik het gevoel gehad tegen een vreemde te praten en naar een vreemde te kijken maar nu veranderde Jeltje voor mij in iemand die ik niet kende. Opnieuw haperden mijn woorden maar dit keer niet omdat ze paniekerig voor mijn tanden hokten. Nee, ze werden tegengehouden door woede want één ding wist ik zeker: IK was niet de bron van de ziekte in huis. Maar ja, hoe zou ik dat duidelijk kunnen maken? Natuurlijk, er waren technieken voor en natuurlijk, als er één was die het wist, dan was het Jeltje maar voor al die overpeinzingen en gedachten had ik nu geen tijd. ” Ik ga op de zolderkamer slapen”, zei ze briesend en met grote stappen liep ze de trap op, mij achterlatend met het gevoel van leegte en ijzige kou diep in me…

.

De dokter

Waarom weet ik niet maar iets bracht me ertoe razendsnel ene afspraak te maken voor die test.Misschien was het mijn gevoel dat me zei dat er gewoon niets aan de hand was. Misschien waren er de onschuldige ogen van Jeltje, nou ja ondeugend maar toch onschuldig. Ik wilde gewoon horen dat er niets aan de hand was en dat moest zo gauw mogelijk gebeuren. Ik wist zeker dat het allemala op een grote vergissing berustte en dat zou er dan al gauw uitkomen.

Het was trouwens pas op de ochtend van de dag van de afspraak dat Jeltje ernaar vroeg. ” Ga je die test nog doen?”  vroeg ze. ” Dan zijn we er tenminste af, dan weten gewoon dat er niets aan de hand is.”  Om de één of andere reden had ze dat beter niet kunnen zeggen. Het klonk mij te zoetjes, alsof er meer was, alsof ze meer wist dan ik. ” Ik ga het vandaag doen, over een uurtje”, zei ik zo losjes mogelijk alsof het me eigenlijk niet zoveel kon schelen. Jeltje reageerde lauwtjes: ” O, nou, zal ik meegaan?”  Normaal gesproken zou ze gezegd hebben. ” O, maar dan ga ik mee.”  Maar nee, deze keer was ze afhoudend, hopend op een ontsnappingsmogelijkheid.  Ik schudde mijn hoofd. ” Nou nee schat, het is maar een test en die is zo voorbij. De uitslag komt later. Dan…mag je mee.”

Of ze echt verbleekte bij die gedachte,weet ik niet meer maar ze schrok wel. We wasten samen af want we hadden altijd een bloedhekel gehad aan een afwasser. Afwassen hoorde voor ons tot het dagelijks praatcontact alleen deze dag wilde het gesprek niet vlotten. We waren veel teveel met onze eigen gedachten bezig rond het hele ranzige idee dat er iemand van ons besmet zou zijn met HIV en hoe dat dan zou komen. De stilte bleef haast ijzig hangen tot op het moment dat ik de deur uitging voor de test…ja ze kon me moeilijk tegenhouden. Dan zou ze de kans lopen dat ze door mij besmet werd of in elk geval de kans daarop lopen, zo hoorde ze te denken. Dus nee…hoe je het ook wendde of keerde…ze moest me naar die test laten gaan.

Het was ook opmerkelijk dat ik gewoon, snel en ontspannen naar het ziekenhuis fietste. Mijn gedachten gingen zelfs met me op de loop en de gedachte kwam  toen voor het eerst in me op om over mijn ervaringen een boek te schrijven. Niet dat ik ooit eerder aan schrijven had gedacht maar nu leek mijn leven zo’n bizarre wending te nemen dat ik er wel wat in zag. Schrijven over je eigen, dramatische ervaringen, daar stond de hele Nederlandse boekenkast toch vol mee? Dit zou zeker aanslaan als verhaal al aarzelde ik nog wel even over het taalgebruik.

De weg ernaartoe ging snel en in het ziekenhuis was ik voor het eerst van mijn leven onmiddellijk aan de beurt. Ik had nog de neiging om aan de zuster te vragen of alle andere klanten waren overleden maar uiteindelijk eet ik op het puntje van mijn tong. Ik besefte dat de reden van mijn bezoek niet meteen uitnodigde tot veel humor. De zuster leek mij ook steeds verwijtend aan te kijken alsof ze al wist wat de uitslag was en wat daarvan de oorzaak was. Ik had gelijk, het zijn altijd de mannen die in dit soort gevallen overal de schuld van krijgen. Ik berustte in mijn lot en liet alles passeren in ene gelatenheid die past bij de stervenden.

Achteraf vond ik het vermoeiend. Dat was de stress die mij stiekem toch behoorlijk te pakken had genomen. Vermoeiend zo’n onderzoek en zelfs zo vermoeiend dat mijn libido in elk geval voor die dag een behoorlijke knauw had opgelopen. Het zou die avond niets worden. Toen ik thuiskwam, was Jeltje weg, ze had kennelijk niet op me kunnen wachten. Natuurlijk wist ik nietwaar ze heen was maar het ergste was het lege huis waar ik in kwam. Ik voelde met nutte- en energieloos…ik zakte op de bank onderuit en klikte de tv aan…Boer zoekt vrouw, herhaling…het kon me niet schelen en bleef kijken.

Pas twee uur later kwam Jeltje thuis. Ze zag er opgewonden uit, alsof ze een heftige ontmoeting had gehad. ” Alles goed gegaan?”  vroeg ze hijgerig. “Nog wel”, bracht ik uit en ik merkte dat het me moeite kostte om die woorden sterk en gearticuleerd te laten klinken. Ik voelde me intens moe. ” Wanneer heb je de uitslag?”  Ik rommelde wat met een hand in mijn broekzak en bekeek een papiertje dat nu helemaal verfrommeld was. ” O, eigenlijk hoef ik me daarover geen zorgen te maken want de dokter gaat me bellen.”

Die avond viel de grote stilte in. Het leek wel of Jeltje niet meer wist wat ze tegen me moest zeggen, van tijd tot tijd dook ze weg achter haar boeken, de stofzuiger, de was en zelfs achter de kat. Het was ongewoon in ons huis waar altijd vrolijkheid en jubel hadden geheerst. Nu was er van al dat leven weinig meer over en als het klopte met de HIV, dan zou het nog erger worden. Het was benauwend voor mij, de hele dag te leven onder de druk van die test. De uitslag leek nu een donkere wolk die langzaam naar ons toe dreef en hoe dichter de dag van de uitslag nabij kwam, hoe zwaarder en hoe drukkender het werd. Alle voortekenen van een hevig onweer waren aanwezig. En dan inderdaad…op een ochtend om kwart voor negen ging de telefoon…bij de zesde keer had ik het ding te pakken en ik luisterde….

Hij herkende met  dit keer al van een afstand en zei weinig. Pas toen we in zijn kamer aan het bureau zaten, begon hij te spreken. ” Ik wilde u graag even spreken”, zei hij langzaam en met een toonloze stembuiging, eerder bezorgd dan ontspannen. ” Voor wat de betreft de vlekken in uw gezicht, heeft u vermoedelijk gelijk”,ging hij op dezelfde  toon verder. Dat zal een allergie zijn, mogelijk veroorzaakt door de airco.”  Ik vond dat zelfs vrij dom want een allergie wordt natuurlijk niet veroorzaakt door de airco maar door wat je eet of drinkt of gebruikt… Ik kreeg weinig tijd om daarover na te denken. ” U kunt daarvoor ene poedertje krijgen, dat zal zeker helpen en een hydrateringsmiddel , speciaal voor uw gezicht.  Maar dat is niet het belangrijkste.”

Het was duidelijk dat hij het er moeilijk mee had. ” We hebben er niet op getest dus er is niets zeker maar er zijn aanwijzingen gevonden dat u met HIV bent besmet”, de woorden kwamen er als een soort eruptie uit en bleven onmiddellijk, schokloos in de ruimte hangen. Even bleef het stil en toen volgde er:” Ik raad u aan een test te doen.” Ik hoorde zijn woorden nauwelijks maar staarde naar het blad van het bureau. Hoelang ik zo ben blijven zitten, weet ik niet meer maar even later vroeg ik toch nog:”  Wat moet ik doen?”  De dokter overhandigde mij een papiertje waarop ene naam en een telefoonnummer. ” Als u hiermee contact opneemt, dan kunt u een afspraak maken. Begrijpt u me goed, er is niets zeker maar een test is verstandig.” Hij keek mij nu recht in mijngezicht aan maar ik durfde niet goed terug te kijken. Ik had het gevoel dat ik beschuldigd was van iets heel smerigs, iets dat niemand van mij had verwacht en nu kreeg ik de rekening gepresenteerd. Ik slikte moeilijk, voelde aan mijn vlekken op mijn voorhoofd en wist ineens zeker dat die allergie het ergste was wat ik had. ” OK”, zei ik…, ” dat was het.?”  De dokter knikte en probeerde ene vriendelijk gezicht te trekken en zei nog. ” Zodra de uitslag binnen is, zal ik u bellen”, het klonk zachtjes maar toch als een belofte vol zekerheid.

Onderweg naar huis maalden mijn hersens sneller dan mijn fietsende benen. Hoe kon dit? HIV kon je toch alleen oplopen door seks? Voor mijzelf wist ik zeker dat ik het al jarenlang alleen maar met Jeltje had gedaan maar zou er iemand zijn in mijn omgeving die dat geloofde? Kregen mannen niet altijd de schuld van alles als het om seks ging? En, het verschrikkelijkste van allemaal, had Jeltje het ook? Als ik het had…ja, dan kon het niet anders. En wist ze dat al en had ze niets gezegd? Dat kon ik me niet voorstellen maar dan…als de uitslag nu straks “positief”  zou zijn, hoe kwam zij er aan en waarom, waarom…?

Ik besloot in elk geval voorlopig nog niets tegen haar te zeggen. Misschien was het loos alarm. Ik had zo’n gevoel ook eens gehad toen ik dacht geflitst te zijn op de Spaanse snelweg terwijl ik 40 km te hard reed. Ik dacht dat er thuis een dikke bon zou liggen en dat ik mijn rijbewijs tijdelijk kwijt zou zijn. Niets van dat alles, geen bon en rijbewijs gewoon in mijn zak maar dan…zo zou het nu toch ook wel gaan? Zo was altijd alles in mijn leven gegaan. Het kwam altijd allemaal op zijn pootjes terecht.

Ik keek onderweg naar het briefje en ik zag dat er twee adressen op stonden. Eén van het ziekenhuisonderdeel waar ik de test zou kunnen doen en één van een soort praatgroep of zoiets. Alsof het al zeker was dat ik HIV had! Stiekem had de dokter mij tot ongeneselijk patiënt verklaard!

“Niks aan de hand”, lachte ik zo luchtig mogelijk toen ik Jeltje een zoen had gegeven bij thuiskomst.  ” Die plekke komen zeer waarschijnlijk van een allergie en daar kan ik een poedertje tegen krijgen en…een zalfje.” Het leek alsof ze mijn stille stress niet opmerkte. ” O, wat heerlijk”, zei ze vrolijk. ” Ik heb lekker gekookt.”  En het was lekker, boeuf bourguignon. We aten dat wel vaker maar deze keer leek het nog beter te smaken dan anders. Het werd een mooie avond en toen ze me later in de slaapkamer probeerde te verleiden, ging ik er met volle energie op in. Het was lang geleden, dus er moest veel worden goed gemaakt.

Ik merkte de vlek boven mijn linker oog nauwelijks op maar gek genoeg wees Jeltje me erop, of gek genoeg… zij, moest er de hele dag tegenaan kijken dus zo gek was het niet. “Stress?”  vroeg ze met een onschuldig gezicht en als ik toen had opgelet, had ik geweten dat er iets aan de hand was. Maar ik lette te weinig op…dat was de gewoonte, de routine die in elke relatie sluipt, vroeger of later.

Eigenlijk maakte ik me er niet zo bezorgd over en ik stelde me gerust met de gedachte dat het de eerste winter was die ik in het nieuwe kantoor doorbracht en dat het wel iets met de airco te maken zou hebben. ” Ik zal er vandaag meteen een smet ze over praten”, zei ik nog tegen Jeltje. Daarmee was voorlopig de kous af…het werk riep en lokte weer en ik boog mij volop over tekeningen en plannen en vergat de vlek vrijwel helemaal. Ik dacht er net vanaf te zijn toen een collega tegen mij zei:” Die vlek boven je oog, die ziet er niet goed uit. Ik zou er een snaar laten kijken.” Ik glimlachte een beetje zenuwachtig en kunstmatig en zei dat het vanzelf over zou gaan bij een betere afstelling van de airo maar mijn collega was daar niet zo zeker van. Om te bewijzen dat ik gelijk had, liep ik dan ook meteen naar de afdeling die de afstelling regelde. Daar vroegen ze mij een formuliertje in te vullen, als er meer klachten kwamen, zouden ze eens kijken.

Er kwamen niet meer klachten en het duurde niet lang of Jeltje wees op een tweede paarsige vlek op mijn voorhoofd. ” Ik vind dat je ermee naar de dokter moet”, zei ze maar daar voelde ik helemaal niets voor. Ik zag zo’n wachtkamer vol zielige vrouwen voor me en dan zou ikm me daar moeten gaan zitten vervelen om uiteindelijk te horen dat er niets aan de hand was. En zo bleef ik weg bij de dokter…todat de derde vlek en de vierde zich hadden vertoond. Toen werd het ook mij teveel. Op naar de dokter. Hij zou best een huidherstelmiddeltje weten en anders zijn aantrekkelijke assistente wel.

Die was er trouwens niet meer, merkte ik die ochtend en ik bedacht me hoelang het geleden was dat ik bij de dokter was geweest. Zou ik hem nog wel herkennen en zou hij nog weten wie ik was? Zou hij boos zijn dat ik zolang was weggebleven? Ik zou snel het antwoord krijgen want het was helemaal niet druk en er zaten vooral mannen die even snel als ik weer weg wilden zijn. De dokter kwam mij tegemoet met een brede glimlach op zijn gezicht. ” De man uit Deurne”, zei hij in ene poging een wat ontspannen indruk te maken, hoewel ik inmiddels al tien jaar weg was uit Deurne. Ik sprak hem niet tegen en probeerde een stevige handdruk te geven. Ik had ooit gehoord dat zoiets een zelfverzekerde indruk maakte.

De dokter keek naar mijn vlekken alsof hij een leesbril nodig had, streek er eens over met zijn vinger en vroeg of het zeer deed. Hij drukte erop en schudde toen zijn hoofd . ” Ik kan nu niet direct zioen waarop dit wijst”, zei hij op een nadenkende toon. ” Het zou heel goed kunnen zijn dat het door de airco komt in uw kantoor maar ik zou toch even een bloedmonster willen laten nemen. Dan zal blijken of we te maken hebben met een hinderlijke allergie. U kunt zelf even een afspraak maken in het ziekenhuis”, zei hij.

Verontrust? Nee, verontrust was ik niet. Ik was eigenlijk meer geïrriteerd dat ik nu weer vastzat aan zo’n stommer afspraak met het ziekenhuis. In dezelfde tijd zou ik ook gewoon aan het werk kunnen gaan en ik liep al smoesje s te bedenken om Jeltje te vragen die afspraak te maken alleen…dat zou ze dan vast weer op ene verkeerd moment doen. Onhandig dus…

Het kon al op korte termijn, ik was zo slim geweest meteen even langs het ziekenhuis te lopen en de afspraak te maken. Dezelfde week nog, dat leek me prima want dan was ik er eerder vanaf. Met zo’n briefje in de hand kon ik die mensen op kantoor misschien zover brengen iets te doen aan die airco. Ik raakte des te meer van de noodzaak daarvan overtuigd toen zich ook ene paarse vlek naast mijn neus vertoonde. Tot mijn grote ergernis kreeg ik bovendien steeds meer last van buikpijn. Verband was er natuurlijk niet maar ik voelde me er steds minder gelukkig door, behalve op de momenten dat Jeltje me de liefde gaf die je als zieke man nodig hebt…

Een goeie baan, nou ja, wat geld betreft dan hè…ik moest zo’n twaalf uur per dag werken en dat legde ons dan weer geen windeieren. In het begin was het nog leuk en kwam ik ’s avonds met een lachend gezicht en kusjes thuis en zoende ik de kinderen of nam ze op schoot. Papa was niet alleen maar de man die ’s zondags het vlees sneed, ik was ook de beste vriend van de kindereren, tot het genoegen van Jeltje.

En toch…we zagen elkaar wat minder, ook in bed. Na een werkdag was ik afgetobd en kwam ik niet aan het ontspannen toe dat in het verleden tot zoveel mooie momenten had geleid. Eerlijk gezegd, ik had er ook niet zoveel zin meer in. Ik begon in Jeltje steeds meer de moeder van mijn kinderen te zien en steeds minder een vrouw om gek op te worden, een vrouw die kriebels en tintelingen veroorzaakte of zelfs een gewone prooi voor mijn man-zijn. Aan de andere kant leverde het nauwelijks problemen op want ik had het idee dat het moederschap haar ook zwaarder viel dan ze had gedacht. ” Elke dag kom ik uren tekort”, zei ze en veel verder kwam ze dan niet omdat ik de energie niet kon opbrengen om naar de achtergronden van haar verhaal te luisteren. Een enkele keer liet ze wat doorschemeren. ” Wat ben je vroeg”, zei ze op een middag, toen ik inderdaad wat vroeger thuiskwam. Het klonk bijna teleurgesteld. Met tuitlipjes bergde ze haar teken- en schilderspullen op. Niet dat het nodig was geweest want een kwartier later lag ik in mijn draaistoel te knorren. Haast zuchtend haalde ze haar hobby weer tevoorschijn. Het zal een twee uur later zijn geweest toen ze me wakker maakte met de opmerking “het eten is klaar”  en een zoen. Haar teken- en schilderspullen waren toen al weer opgeborgen omdat we de tafel nodig hadden voor het eten en…ik had dus niets van haar werk gezien.

Later begreep ik haar opmerkingen over de beperkte tijd die ik voor haar had. ” Kom eens bij me zitten”,  “Luister eens”, “Wat moeten we met…”, “Doe eens rustiger aan…” en zo ging het maar door maar ik hoorde de onderliggende boodschap natuurlijk niet: “Geef mij eens wat meer aandacht.” Nee, ik klopte mijzelf op de borst en vond mijzelf een kampioen in het onderhouden van een gezin. Van tijd tot tijd gingen we met vakantie naar een binnenlandse bestemming omdat de kinderen nog zo klein waren. “Het is altijd leuk voor ze als er een zwembad in de buurt is”, zei Jeltje vaak en ik knikte braaf omdat ik aan de rand van het zwembad via mijn laptop mijn werk verder kon beheren.

Van vrijen kwam het zelfs in de vakantie niet meer omdat het doodeenvoudig niet meer in de cultuur zat, de cultuur van alledag.We keken tv zoals de meesten, maakten wandelingen en sliepen aan de rand van het zwembad en we dachten, we wilden geloven, dat we gelukkig waren. Alleen al de herinnering aan de verschrikkelijke jaren in Deurne, waren daarvoor voldoende.