You are currently browsing the category archive for the ‘Alles komt voor mij te vroeg’ category.

Froukje en ik lagen die ochtend in een standje 69,5 verwikkeld. Het moet gezegd worden. Van de twee zussen was zij degene met de beste seks, Jeltje had de beste babbel. Overigens…ze maakten elkaar niet heel veel uit op die gebieden maar Froukje was door de omstandigheden steeds meer mijn sexing-partner geworden.

In zo’n houding waren we meestal nog al onbereikbaar maar deze keer was het anders. De deur vloog open en Jeltje kwam luid schreeuwend binnen. “Jeroen, o God, ze hebben Jeroen…!” Ik weet niet meer hoe ik het deed maar ik sprong onmiddellijk recht overeind. Froukje rolde op haar zij en kroop zittend in een hoek bij de verwarming. Bibberend van de kou, even zo goed maar ook heel stil. Ze voelde zich op de één of andere manier schuldig.

“Wie heeft Jeroen te pakken?”  vroeg ik geschrokken terwijl ik mijn arm heel stevig om Jeltjes schouders heen sloeg. Het was vreemd om te merken dat ze daarop nauwelijks reageerde door steun bij me te zoeken zoals ze vroeger altijd had gedaan.”De jongens…de jongens…” snikte ze. ” Het komt doordat we nooit meer op hem hebben opgelet”, ging ze verder.  “We zijn het oog gewoon op hem kwijtgeraakt.” Nog steeds vroeg ik me zenuwachtig en gestresst af wat er precies aan de hand was maar op dat moment kwamen er geen woorden meer uit Jeltje. Ze huilde alleen maar en ik sloot haar sterker in mijn armen. Deze keer gaf ze wel toe en ontspande ze zich helemaal  tegen mij aan.

Ik had geduld geleerd, niet van mijn ouders maar juist van Jeltje en dus wachtte ik, ik wachtte en het verhaal kwam na een paar minuten. “Ze hebben hem helemaal in elkaar geslagen en geschopt. Hij ligt in het ziekenhuis en is bewusteloos…”  onmiddellijk barstte ze weer uit in tranen, haar geschreeuw ging me door merg en been want ik wist dat ze zichzelf de schuld gaf. ” We hebben te weinig aandacht aan hem besteed, de laatste maanden”, snikte ze.  “Hij wordt al tijdenlang heel erg gepest omdat hij zich zo terugtrekt op school en nu dit…o God, ik ben zo bang…. . o God, mijn kind, ze hebben hem kapotgeslagen…”  De laatste woorden krijste ze uit, het was niet eens meer haar eigen herkenbare stem…

Froukje had zich inmiddels in stilte teruggetrokken en was baar haar kamer gegaan om kleren aan te doen. Ze mompelde in zichzelf en ik kon aan haar gezicht nog net zien hoe zij zich het verdriet van haar zusje aantrok. Jeltje keek me nu aan, het leek of haar ogen bovenop een meer van tranen dreven. Ik kon niet veel anders doen dan strelen en zoenen en haar zoenen ontvangen want ze kuste mij aan alle kanten nu. ” Ons kind”, bracht ze eindelijk schor uit. ” Moet dan alles van onze liefde kapot gaan? Ons kind, het is verdomme ons kind…!”

Het sneed door mijn trommelvliezen, ruggenmerk, achterhoofd, het sneed door alles wat ik had…haar wanhoop en de mijne en ik kon niets doen want de machteloosheid id het eerste wat zich opdrong… “We gaan erheen….” fluisterde ik maar Jeltje schudde haar hoofd. ” Dat kan nu niet, ze hebben gezegd dat we vanmiddag kunnen komen, niet nu…. .”  Ik voelde emn innerlijke woede opkomen en kreeg ook het gevoel dat ze mijn vrouw behoorlijk hadden afgepoeierd. “Hoe kan dat nou, waarom zouden zijn ouders niet mogen komen?”  vroeg ik woedend maar Jeltje zat een beetje verdwaasd voor zich uit te staren. Het leek of ze de schok niet te boven kon komen. Hoe konden anderen haar zoon zoiets aan doen. ” Alles gaat dood”, zei ze zachtjes. ” Al het leven rondom mij gaat dood of kapot.” Ze sprak de woorden uit zonderdat haar gezichtsuitdrukking veranderde. “Het is allemaal begonnen met die ene keer met… ”

Ze keek me schichtig aan en gluurde toen weer gauw uit het raam alsof ze zich realiseerde dat ze een geheim had verklapt, al was dat niet zo. Ik besloot er niets over te zeggen, er niet op i te gaan…Jeltje had het al moeilijk genoeg. We hadden het allemaal moeilijk…we moesten allemaal eruit zien te komen. Hoe zouden we gemakkelijk verder kunnen leven, in de wetenschap dat dit het gevolg was van ons prettige, warme, knusse samenzijn?  Van onze afsluiting naar buiten, die onverbreekbare eenheid van drie mensen….die drie mensen die alles waarin ze zo kwetsbaar waren, maar even waren vergeten, even over de schutting hadden gegooid? Nee, zo mocht je dat niet zeggen…

Maar hoe dan wel? Het was toch waar dat we Jeroen gewoon een beetje z’n eigen boontjes hadden laten doppen? Het was toch waar dat we niet of nauwelijks met hem hadden gesproken, alleen met elkaar? Over onze eigen angsten en problemen en gevoelens? En verder hadden we er toch maar zo’n beetje op losgeneukt waar het kon?  Ja, dat was waar!

Het kostte mij geen moeite om de telefoon te pakken en het ziekenhuis te bellen. Ik voelde me opgelaten, sjagrijnig, kwaad en nog veel meer. Ik wilde als vader gewoon mijn zoon kunnen bezoeken, mijn zoon die eigenlijk door mijn eigen toedoen in het ziekenhuis was beland. DE juffrouw aan de andere kant bleek erg begrijpend te zijn…zo begrijpend dat ik begreep waarom ze ons nog even niet op bezoek wilden hebben…het viel niet mee, dat wachten in schuldbesef…

 

Advertenties

Jeroen…ik heb hem een paar keer “het zoontje”  genoemd en dat is kenmerkend. Jeroen…hij leek als het ware een leven van zichzelf te leiden, wat natuurlijk niet kon. Vooral sinds hij naar school ging, onttrok zijn doen en laten zich dagelijks lange tijd aan  ons blikveld en nu we in de nieuwe situatie waren geraakt, was dat nog sterker. Van Herman, de kater, kon je nog zeggen dat hij om de haverklap om aandacht vroeg maar Jeroen…die was gewoon urenlang onder de pannen bij iemand anders.

Zelfs tussen de middag kwam hij niet meer thuis. De school was echt van alle markten thuis en gaf de leerlingen te eten en te drinken. Dat kostte wat meer dan had je ook wat en ik hoefde hem alleen maar om 08.30 af te zetten en om 17.00 uur weer op te halen. Vaak wilde hij dan nog met een vriendje spelen, wat we ook weer prima vonden ” Maar niet bij ons thuis, Jeroen, dat kan nu even niet… .”  Ik geloof niet dat Jeroen het heel erg vond. De sfeer in huis was misschien niet zo geschikt voor spelende kinderen. Hij voelde dat natuurlijk maar een enkele keer zag ik iets in zijn ogen, ik zag het maar ik deed er niets mee. Ik bleef onverbiddelijk en hard. We konden geen spelende kinderen in huis hebben. We wilden zelf immers op de grond zitten, met drie volwassen mensen. Het was opmerkelijk dat Jeltje er ook nooit om vroeg. Gek genoeg was haar behoefte aan Jeroen om zich heen maar heel klein. Alleen ’s avonds, tegen bedtijd, als ze hem naar bed bracht en voorlas….dan was er een ondoorgrondelijke eenheid en liefde tussen die twee… Ze las voor, ze las voor en het kon haar niet schelen hoelang het duurde en waarover het ging. Na afloop had ze altijd de tranen in haar ogen staan…

Maar wat moest ik ermee? Ons samenleven was helemaal niet geschikt voor de verzorging van kinderen tussendoor. Eten en wegwezen was het devies. Neuspoetsen, zelfs daarvoor was overdag zelden tijd. Nu, nu ik zo nu en dan weer naar Jeroen kijk, hoe hij door huis loopt op zoek naar iets dat hij niet kan vinden, zijn moeder die hij zo heeft genist…en dan, hij heeft geen besef hoe erg zijn moeder hem heeft gemist. Want zelfs al deed ze weinig om haar zoontje in haar omgeving te hebben, ze miste hem tot op het bot, en nog dieper…tot in haar baarmoeder die nu zo vreselijk no-go area was. Jeroen was het enige tastbare bewijs van haar moederlijkheid, ze was dat wat ze diep in zich had gedragen en wilde dat niet vermengen met de vuiligheid die zich daar nu bevond…

We spraken er nooit over maar ik kon het aan haar zien. Aan haar gebaren en haar lichaamshouding als ze Jeroen over zijn krullen streelde maar vooral….asl ze hem voorlas. Ik kon het ook zien als Froukje dat een enkele keer deed omdat Jeltje het gewoon niet meer kon opbrengen aan het eind van de dag. Dan was er haast haat en nijd in haar ogen. Geen haat tegenover Froukje maar haat voor alles….en haat voor haar eigen onvermogen van het moment…

Uit alles bleek dat ze Jeroen miste, ze miste alles aan hem. Hoe hij groot werd, blij was, speelde, huilde en beter leerde spreken en leerde schrijven…alles….  Soms huilde Jeltje zo maar ineens en dan vroeg ik niet eens waarom. Ik sloot haar in mijn armen en dacht eraan hoe blij ik was dat ze er nog was. Ik vroeg niet meer naar oorzaak en schuld en boete, ik vroeg alleen maar om leven….

Ik weet niet wat Jeroen is bijgebleven van die dagen. Ik merk wel eens een soort schuwheid tegenover andere mensen, juist de mensen die hij goed zou moeten kennen. Ooms en tantes die we nu wel weer eens opzoeken, het lijkt of het vreemden voor hem zijn.  Of hij er afstand van wil nemen. Dan duikt hij haast tegen me weg terwijl ik van hem volwassen gedrag verwacht. Pas later op de dag bedenk ik me dan vaak dat hij er niets aan kon doen en nu nog steeds niets aan kan doen. Het moet slijten, de eenzaamheid die hij als klein kind heeft ervaren…die heeft zich dieper in hem ingevroten dan we hadden gedacht.

vandaag vroeg hij me of hij een foto van zijn moeder op zijn kamer mocht hebben. ” Gewoon om vanuit mijn bed naar te kijken”, zei hij. ” Dat was wat hij zei maar ik weet zeker dat zijn verlangen verder gaat. Ik weet zeker dat hij met zijn moeder praat, vanuit zijn bed. Dan bedenkt hij hoe ze op de rand van zijn bed zit, dan voelt hij weer hoe haar hand door zijn krullen gaat en hoe ze hem een nachtkus geeft….die foto heb ik gegeven, in een eenvoudige lijst want het beeld mag niet worden verstoord….

 

 

Ik weet niet wat ons overeind hield of misschien weet ik het nu wel. Toen wist ik het in elk geval niet. Het leek meer op een soort bestaan waarbij het bewustzijn volledig was uitgeschakeld. Pas een dag of meer dagen na een handeling, bleek mij wat de betekenis ervan was en wat mijn drijfveren waren geweest.

Nooit heb ik later ook pogingen ondernomen om uit te rekenen hoeveel liter drank er in die dagen doorheen is gegaan en hoeveel cocaïne we snoven. Ja, dat ook want drank en cocaïne zij de beste middelen om te vergeten dat je in ene geordende samenleving leeft. Niets is zo erg als een geordende samenleving als je je hebt voorgenomen gewoon ene leven te leiden zolang het leuk is.

Geborgenheid, geborgenheid, dat zochten we alle drie, geborgenheid in de wetenschap dat de buitenwereld niet wist hoe en wanneer we ons misdroegen. Niets is zo liefdevol als het gedeelde, verschrikkelijke geheim, zo lijkt het me nu want ik kan me niet herinneren dat er daarvoor of later tijden zijn geweest waarin ik zo godsgruwelijk van twee vrouwen tegelijkertijd heb gehouden.  Natuurlijk, voor het kind, voor het kind en de kat was het minder. Ik denk dat zij te weinig aandacht hebben gekregen in die tijd maar ja…aan de andere kant…het duurde alles bij elkaar maar ene paar maanden dus…

Ja, ik weet het de schade die je een kind toebrengt, is in een later stadium nauwelijks nog goed te maken. We hebben in later jaren wat afgetobd met “professionele hulp” maar daarover kom ik nog te spreken. Ja, ik denk dat we hem tekort hebben gedaan. De kat niet, die kreeg volop aandacht. Vooral Jeltje was erop gespitst elke ochtend voor hem een bordje magere melk en wat brokjes neer te zetten. Dat werd beloond doordat hij bij mij op schoot kwam zitten en zo hard spinde dat de hele familie me afgunstig aan zat te kijken. Soms vraag ik me af of poes ook begreep wat er gaande was, dat ze intuïtief het goede gevoel had.

What the heck, the cat! Nou, dat kon je zo niet zeggen want de kat was ons aller vriendje, de enige die volledig schuldeloos door het huis sloop en liet zien dat er meer was dan onze eigen muizenissen en doemdenkerijtjes. Hoe dan ook, een blijk van de veranderde waarden en normen was dat we steeds vaker op de grond zaten. Zelden of nooit zochten we onze stoelen en banken op. Zelfs eten deden we zittend op de grond. We hadden het gevoel dat we op onze stoelen en aan tafel teveel zichtbaar waren voor passerende buren. We hadden niet zoveel behoefte aan gezwaai en wuiven. We hadden echt meer dan genoeg aan onszelf.

Daar kwam nog bij dat stoelen, tafels en banken dwingend zijn als het gaat om de manier van zitten. Froukje had er ene pesthekel aan. Stoelen en banken deden haar denken aan haar man, die man met die godsgruwelijke voornaam die je het liefst zo diep mogelijk in de grond zou willen begraven of door het riool zou willen spoelen. Ze voelde zich in een stoel of op ene bank net zo gevangen als in haar huwelijk met die nitwit, die man die trouwens opmerkelijk minder vaak belde. Een enkele keer maakte ik er een opmerking over en dan zag ik een hoopvol licht opgloeien in haar ogen.

Jeltje zat het liefste op de grond omdat die haar de meeste bewegingsvrijheid gaf. Je kon er zitten, hurken, liggen, hangen zonder dat het nodig was om je te verplaatsen. “De grond is alles wat ik nodig heb om me gelukkig te voelen, en mijn man”, zei ze dan en dan sloeg ze haar beide armen heel klemmend om me heen. En dat…dat….maakte mij dan weer meteen heel duidelijk waar we eigenlijk mee bezig waren. Soms schoot het door me heen dat het misschien de laatste “loodjes”  waren want wanneer zou het onafwendbare zich voor gaan doen? Jeltje was steeds vaker moe en misselijk terwijl Froukje en ik nog relatief fris en vrolijk rondliepen. Jetje, mijn Jeltje….er ware momenten dat ik me helemaal alleen opsloot in een lege kamer en voelde hoe de tranen opwelden en vervolgens naar buiten spoten… Ik wilde die momenten niet aan haar laten zien en ook niet aan Froukje.

Het was mijn eigen energie en mijn eigen kracht die zulke momenten op moest vangen, zo vond ik. Van tijd tot tijd vroeg Jeltje me waarom ik me wel eens terug trok en dan moest ik smoezen verzinnen over geld tellen en boodschappen voorbereiden of iets voor het werk want ja….die meiden zaten de hele dag in huis maar ik moest dagelijks de deur uit. Hoewel, het was Froukje die ook steeds vaker aanbood om boodschappen te gaan doen. Ook zij hield het bij tijd en wijle toch ook niet alleen maar binnenshuis uit. Ik merkte dat wel en soms bekroop me de angst dat zij eigenlijk ernaar verlangde naar die grijze, gezichtloze, onbeweglijke slagboom die haar man was terug te willen gaan. Dat ze zich langzaam daarop voorbereidde maar ze zei er niets over. Daarom besloot ik haar er eens naar te vragen….maar ene nog groter vraag was: wanneer zou daarvoor het juiste moment zijn?

Juiste momenten….daar kwam alles op neer en ze waren steeds moeilijker te vinden omdat alles wat we deden vlagen van spontaneïteit en misschien moest het ook wel zo gebeuren. Misschien moest ik het gewoon een keer vragen als ik de woorden niet langer binnen kon houden.

Koud, ijskoud! Het liet me helemaal koud! Junior partner bij het architectenbureau…vroeger zou het me iets gezegd hebben maar ik merkte nu meteen al dat ik er geen enkel gevoel bij had. Misschien heb ik glazig voor me uitgekeken, misschien was ik snel met opstaan. De chef moet iets gemerkt hebben, iets dat niet klopte. Ik gaf hem niet een een hand om te bedanken, stond op en met een stijf hoofdknikje liep ik de kamer uit. Misschien dacht hij wel dat ik te veel was afgebluft door de snelle promotie.

Ik hoorde de deur van de kamer net iets te hard achter me dichtslaan en een argeloze voorbijganger zou gedacht hebben dat er net een forse ruzie uitgevochten was. Dat beeld werd nog versterkt door de sloffende gang die ik er op na hield totdat ik mijn stoel had bereikt. Onder weg groette ik nog al lusteloos een paar collega’s. Het viel niemand op. Ik had het gevoel dat de meesten mijn komend ontslag in het verschiet zagen maar daar hadden ze zich dus lelijk in vergist. Kijk, dat was nu wel weer aardig en ja, het liet heel even iets in me zingen maar die uitgelatenheid bekoelde snel. Ik vreesde dat ik als partner harder zou moeten gaan werken, meer uren zou moeten maken en daar had ik echt geen tijd voor. Zo heb ik de hele m iddag gezeten met mijn handen in mijn haar en mijn hoofd rustend in mijn handpalmen. Niemand kwam langs, wat karakteristiek was voor de periode van crisis…het ging slecht in de bouw…

Die avond kwam ik thuis en Jeltje vroeg mij meteen of er iets ergs was gebeurd op het werk. Het was aan me te zien klaarblijkelijk dat ik niet bepaald blij was. ” O nee”, loog ik. ” Gewoon een beetje moe, zware gesprekken gehad en gezeur over teruglopende opdrachten maar verder niks…. ” Ze willen je niet kwijt?”  vroeg zij met een trillende stem en ik schudde mijn luizenbos. ” Nee hoor, ze zijn allemaal hartstikke blij met me. Wat schaft de pot vandaag?”  Intussen bekommerde ik mij met mijn zoon die altijd nog idolaat naar mij kon opkijken.

“We hebben je lievelingskostje”, glimlachte Jeltje, “bruine bonen met spek.”  Hoewel ik de enige was die zo nu en dan boodschappen deed, wist ik niet eens dat we zoiets in huis hadden. ” Dat is een meevaller”, lachte ik. ” Ja, dat lijkt me wel iets.”  Ik vroeg me af war Froukje was maar wilde niets vragen. Iets in mij zei me dat zij zo maar van de ene op de andere dag kon vetrekken, een ander spoor in de wereld volgend. Ik concentreerde me op het spel met mijn zoon en dat was heerlijk. Een tijdlang leek het of alles ver weg was: hiv, aids, werk en zelfs Froukje…. We speelden, we speelden…totdat Jeltje met heteten binnenkwam. ” De heren kunnen aan tafel en…”, zeven pauzeerde ze, ” de dames ook.”

Froukje kwam binnen in een prachtige jurk, een jurk die ze nog niet eerder had gedragen sinds ze bij ons logeerde. In  werkelijkheid had ze helemaal geen jurk aan gehad maar alleen een T-shirt en een spijkerbroek. Ik kon het niet helpen dat mijn mond openviel. Jeltje zette wijn op tafel, wijn bij de bruine bonen met spek. Ik keek daar niet van op, we hadden al heel lang de gewoonte bij elke gelegenheid wijn op tafel te zetten. Toch kreeg ik ene onzeker en onaangenaam gevoel erbij. ” Hebben we iets bijzonders te vieren?”  Jeltje en Froukje schoten allebei tegelijk in de lach, het deed me plezier de beide meiden zo vrolijk te zien maar ik wist nog steeds niet wat er aan de hand was.

Froukje hief als eerste haar glas en met ene brede glimlach op haar gezicht begon ze te praten. “Vandaag is het voor het eerst dat mijn man me vijf dagen achter elkaar NIET heeft gebeld”, zei ze triomfantelijk. Het klonk als authentiek, vrouwelijk sarcasme. “Hiephiephoera”, bracht Jetje er kuchend uit doordat ze zich verslikte in een stukje brood. Ook zij hief het glas met fonkelende rode wijn hoog op. Ik kon niet achterblijven al schoot de gedachte door me heen om het glas zonder al teveel poichtplegingen in één teug leeg te klokken. Nee, ik tilde mijn glas op en keek de meiden lachend aan.mijn meisjes dus…er kroop iets vertederds in mijn hoofd…niet lustig maar vertederds…ik hield van ze….

We nipten van de wijn en opnieuw drong het tot me door, ik had niets anders nodig dan deze twee heerlijke zusjes en mijn zoon om gelukkig te zijn. Dat hele partnerschap kon me gestolen worden, misschien moest ik het morgen gaan zeggen. Dan kon een ander misschien thuiskomen bij zijn vrouw en kreeg hij ook eens een schouderklopje of compliment. Ik wenkte Jeltje die ene plekje tegenover mij had ingenomen terwijl Froukje juist naast me zat. Ik wilde haar ook bij me en m’n zoontje…met z’n vioeren. Mijn armen sloeg ik om die fragiele schouders heen. Het werd een avond van weinig eten maar dat hoefde ook niet. We leefden ergens anders van….

Vrienden zijn als ijs…ze smelten weg als de grond hen te heet wordt onder de voeten. Ja, ik weet het, die vrienden met die auto heb ik zelf buiten in de kou laten staan maar het is opvallend hoe weinig vrienden je overhoudt als er ziekte heerst in je huis. Ik kreeg het gevoel dat er nooit meer iemand op bezoek kwam en dat er ook nooit meer iemand belde. Alleen die maffe echtgenoot van Froukje belde van tijd tot tijd om te vragen wanneer ze thuiskwam. Het antwoord was elke keer hetzelfde: zoek het even lekker zelf uit. Meestal kroop Froukje meteen na zo’n gesprek heel dicht tegen me aan. Heel dicht. zij had behoefte aan warmte, vriendschap en ook liefde…

Nu ik dit opschrijf, denk ik wel eens ” hield ik van haar”?  Ik vind dat moeilijk want wat is precies “houden van”? Dat gaat nog heel wat verder dan met enige regelmaat een wip maken op de vloerbedekking of in een onopgemaakt bed. Het maakt daarbij niet uit of je de gevulde condooms van de vorige keer nog terugvindt…met liefde heeft het allemaal niets te maken. Houden van, dat ging helemaal z’n eigen weg en had alleen nog betrekking op de relatie tussen mij en Jeltje. Ik wilde haar niet kwijt en niet zien vertrekken, ondanks alles, ze was van mij….ja, de gedachte alleen al maakt me warm tot op de dag van vandaag. Jeltje zit zo vergroeid in mij, als ze eruit wordt gehaald, ga ik dood…

En natuurlijk, het lag ook aan mij vooral. Ik was degene van ons drieën die het meeste buiten de deur kwam. Na een week moest ik ook weer aan het werk en dat viel net mee.  Veel collega’s dachten vooral dat ik leuk met vakantie was geweest. En dan gebeurde er iets geks: Ik zei dat het leuk was geweest en dat we ontzettend leuke dingen hadden gedaan.  Mijn collega’s gingen er ook heel enthousiast op in. Ik hield het vaag en ja…vaak insinueerde ik boeiende seksuele ervaringen. Dan vraagt haast niemand verder…hooguit worden er wat grove grappen gemaakt.

Vrolijk werd ik daar dan weer niet van maar ik was wel een tijdje de meest populaire jongen op de afdeling. Seks…en auto’s, dat is natuurlijk altijd het hoogtepunt van vermaak onder collega’s. Daarbij zorgde ik er dan wel weer voor dat ik me heel netjes aan de gangbare opvattingen hield. Dus gewoon, niks overspel, niks buitenechtelijk geneuk…gewoon met je eigen vrouw van alles. En dat terwijl van binnen alles in je jankt en gilt ” was het maar waar, kon dat maar!”  Die wanhoop zal ik nooit vergeten….

Nee, ik hield ook van Froukje, ik denk het wel…ja, echt houden van. Ze was lief, zorgde goed voor me, gaf zichzelf met overtuiging aan me, ze zoende beter dan Jeltje, ja zeker. Die kunst had ze beter onder de knie maar….ze was niet zo met me vergroeid als Jeltje….ze was niet een eenheid met me geworden, ze was geen orgaan van me… En toch…ik had haar niet kunnen missen, ze bood me de troost die ik nodig had en de vrijpartij die ik bij mijn vrouw zo miste. En Jeltje wist het en ze vond het goed want ze was net zo gek op haar zusje als ik en ze hield van mij…ondanks alles hield ze van mij zoals ik van haar.

Na een tijdje begon het te slijten op het werk. Het lachen om grove grappen en het tumult over een korte, wilde vakantie was voorbij. Ik merkte dat mijn collega’s me zelfs een beetje begonnen te mijden. Dat verliep heel verraderlijk. Eerst waren er ene paar “per ongeluk”  vergeten vergaderingen, later vroegen ze of ik ergens wel bij wilde zijn op een toon alsof ze “nee hoor”  als antwoord verwachtten. Kort daarop kwamen ze ook minder langs voor individuele gesprekjes.  Soms leek het ook wel of de stemmen stokten als ik op de gang langskwam. Nee, de sfeer werd er niet prettiger op.

Tot die dag dat Partner Willem mij  op het matje riep en begon te vragen waarom ik me zo afzonderde. Onmiddellijk begonnen mijn oren te gloeien omdat ik er een aanzet in zag om me te lozen. Het waren van die gemene , achterbakse vragen en opmerkingen. Of ik me wel kon vinden in het nieuwe beleid van het bureau en hoe ik dacht over mijn directe vrouwelijke collega’s. Het leek wel ene spellletje om mij erin te laten lopen, om te zorgen dat ik iets vrouwonvriendelijks zou zeggen ofzo. Ik was op mijn hoede maar mijn humeur werd daardoor niet beter. Integendeel, ik vroeg me af  waar Willem op uit was.

“Nou ja”, zei hij eindelijk, ” je hebt het er goed afgebracht. Je reacties zijn zoals ik verwacht had en eigenlijk nog een stukje beter en”,…hij boog zich voorover…” sluwer.” Eerder zou ik misschien een brede glimlach op mijn gezicht hebben getoverd maar deze keer brak er niet meer dan iets flauws door. Het leek Partner Willem niet op te vallen. ” We willen je voordragen voor een partnership”, zei hij glimlachend. ” Een junior partnership”.  En zelfs toen…voelde ik me opveren…even was er iets van vreugde in me ook al voelde mijn leven zo verschrikkelijk zwaar.

Nooit meer…hoewel, de volgende ochtend stond hun auto nog steeds voor onze deur maar het kon me niets schelen of ze er nog in zaten of niet, ik ben ook niet gaan kijken. Pas vele uren later was het ding weg en daarmee was voor mij voor goed de deur dicht. Het was een ongekend gevoel voor me maar ik wist meteen dat het goed was. Ik voelde me bevrijd van een vriendschap waarvan ik me afvroeg of het ooit wel vriendschap was geweest. Wat hield het allemaal nou eigenlijk in?

Zuipen, barbezoek, een enkele keer naar de film, popconcerten en discussiëren over neukervaringen, vooral na Pinkpop, nee, een echt beter gesprek had er nooit bij gezeten. We waren razendsnel dor de dagen gevlogen zonder ooit iets zinnigs te doen en eens bij elkaar binnen te kijken. O nee, daar moest iedereen afblijven en zelfs onze ” best ”  vrienden kregen daar geen kijkje in. Hooguit de teleurstelling over een veel te dure nieuwe auto was onderwerp geweest op gevoelsgebied. Daar hield het dan zo ongeveer mee op. Zelfs het voetbal stelde in onze vriendschap niets voor want ik hield niet van voetbal en dat is nog steeds zo. Ik wil niet zeggen dat het afscheid zo maar een uitgemaakte zaak was. “Uitgemaakte zaak”, eigenlijk een bizarre uitdrukking als je er over nadenkt. Nee, ik heb zeker ene uurtje voor me uit zitten staren om de hele vriendschap eens te laten passeren en toen wist ik het zeker: weg ermee. Pas nu ik dit opschrijf, denk ik eraan terug. Zonder weemoed want ik weet dat ik het goeie heb gedaan. Voor ons allemaal.

Tevreden keek ik om me heen, ik zag Jeltje en haar nog steeds prachtig golvende haar, Froukje en haar wilde haardos en mijzelf zag ik in de spiegel en,..het moet gezegd worden…ik was en ben een knappe jongen. Ik kon me best voorstellen dat die meiden hartstikke gek op me waren geworden. Jeltje met wie ik nooit meer een vrijpartij zou durven hebben, Froukje die voortdurend naar zo’n vrijpartij verlangde en wist dat ik er ook voor “in”  was, wij hadden een band, een heel intieme band. Natuurlijk, we hadden ook een gezamenlijk probleem. Een gezamenlijk band van ellende maar het was opvallend, die ellende bracht ons samen en bezorgde ons alledrie ene intens gevoel van geluk. Ik kon het merken aan de woorden die de meisjes met elkaar spraken en de manier waarop ze mij   aankeken. Zelden had ik met zoveel zorg de twee meiden dagelijks omarmd. Voor het eten…voor de ontspanning…

Natuurlijk dat kon ook doordat ik me ziek had gemeld. Ik vroeg me ook af wat ik op mijn werk nog moest doen. Misschien waren er collega’s met wier ik beter kon omgaan dan met mijn “vrienden”  maar behoefte, nee behoefte had ik er niet aan. Ik bewoog mij geregeld heen en weer tussen huis en supermarkt om eten in huis te halen, voor onszelf, de kat en het kind. Zo nu en dan speelde ik ook met hem, dan legden we de hele vloer van zijn kamer onder het uitgebreide wegennet, de plastic ruimtevaartbasis met daarnaast een brandweerkazerne en een manege en alles wat hij in de loop van de tijd meer had gekregen. We waren een gezin met z’n drieën dat van tijd tot tijd alleen werd opgeschrikt door de woede-uitvallen van Froukje in de richting van haar man die als maar vroeg wanneer ze thuis zou komen. Was het raar? Nou ja, ze logeerde drie weken bij ons voordat er nijdige brieven van zijn hand binnen kwamen al dreigde hij nog steeds niet met een scheiding.

“Dan zie je maar eens wat een schijterd hij is”, zei ze soms venijnig op een toon die mijn mag ineen deed krimpen. Hij durft nog niet eens over een scheiding te beginnen, omdat-ie dan z’n lieve vrouwtje kwijt is, z’n lieve schattige vrouwtje waarmee hij altijd zo graag de vloer aanveegt.”  De koude rillingen liepen mij over de rug. De snerpende toon die Froukje kon opzetten, had Jeltje nooit tegen mij gebruikt. Op een dag vroeg ik haar waarom ze zelf niet aan haar man voorstelde om te scheiden. Ze keek mij met grote, ontzette ogen aan en wilde eerst niet antwoorden maar na twee happen banketstaaf, ja het was Sinterklaastijd, zei ze toch heel zachtjes een paar woorden. ” Het gaat niet om MIJ, het gaat om HEM! Hij moet eens een keer laten zien dat hij een echte vent is.” Ik moet zeggen, die opmerking dreunde even bij me door. Het werd me duidelijk dat Froukje eigenlijk helemaal niet van haar man af wilde. Helemaal begrijpen deed ik dat niet want ik vond het inderdaad maar een suffe lul terwijl Froukje volgens mij veel meer in haar mars had, beeldhouwen en toneelspenen enzo…creatief meisje. Creatiever dan Jeltje eigenlijk…nou ja….anders

Vrienden….nee, er kwam eigenlijk niemand meer aan de deur. Een enkele keer was er de buurman die om een afspraak kwam bedelen, gewoon omdat hij iets wilde weten. Ik zag aan zijn schichtige gedrag dat hij vond dat het er allemaal maar raar uitzag bij ons, een beetje rommelig misschien ook. Meestal waren de meisjes boven als hij aanbelde maar de rommel kon ik niet zo snel wegwerken en het kon me niet schelen ook…

Je kon niet zeggen dat ze lang aan het woord bleef, het duurde gewoon eindeloos  en  klonk als een immer voortdenderende trein. Mijn vriend zat er zonder met de ogen te knipperen naast en glimlachte zo nu en dan omdat zijn vriendin iets vertelde dat zij beiden kennelijk erg komisch vonden. Ik had van begin tot het eind niet het idee dat één van ons drieën er geïnteresseerd naar luisterde. Toch zag vooral Froukje nog wel kans zo nu en dan een pseudo geïnteresseerde vraag er tussendoor te gooien en dan ging de hele vertellende grasmaaier weer van start.

Het viel niemand mee om er een woord tussen te krijgen en het viel mij al helemaal niet mee Jeltje bij de les te houden. Die viel geregeld in slaap. Soms liet ik haar gewoon lekker liggen, een andere keer probeerde ik onopgemerkt haar aandacht te vragen voor het buitenwoon boeiende verhaal. Intussen zat mijn vriend, onze BOB zal ik maar zeggen, het ene na het andere glas bier weg te werken. Dat beloofde nog wat. Zijn vriendin kabbelde intussen jolig verder over het geluk dat zij tweeën aan elkaar beleefden. Het werd bijna genant. Plotseling viel Froukje haar in de rede:” Denk je er wel eens over dat er ook mensen bij kunnen zitten met een rothuwelijk?”  Ze vroeg het strak, sjagrijnig en resoluut. De spreekster ontkwam er niet aan dat ze antwoord moest geven.

Even was ze van de kaart. ” Nou ja, zo erg is het allemaal toch niet”, giechelde ze een beetje onhandig. Onmiddellijk daarna ging ze weer verder met haar verhaal totdat Froukje kans zag er een gat in te slaan. ” Nou, bij mij wel hoor! Bij mij is het wel zo erg, we liggen dagelijks met elkaar overhoop”, ze gooide zelfs een paar tranen in de strijd en dat kostte haar helemaal geen moeite. Ik kon zien dat ze echt waren en zo kwamen ze ook over want de vriendin van mijn vriend was ineens stil. Ze zat even sip voor zich uit te kijken en wilde net opnieuw beginnen te vertellen toen Froukje haar opnieuw voor was. “Weet je wat het is?”  zei ze langzaam. ” Soms kan ik me erg prettig voelen bij het geluk van een ander maar zoals jij het vertelt….het klinkt net alsof wij alleen maar luisterbehang zijn.”

Het was meteen helemaal doodstil. Niemand deed nog een mond open en ik dacht bij me zelf ” Oei, we moeten straks nog wel met hun auto terug naar huis”. Zover was het dus al met me, ik begon onmiddellijk aan mijn  eigen situatie te denken. Intussen was Froukje weer begonnen. ” Jij praat op ene manier waardoor niemand de kans krijgt iets over zichzelf te vertellen. Alleen JOUW verhaal is belangrijk!”  “Oei”, pareerde de vriendin van mijn vriend nu. ” Het lijkt wel of er bij jou heel wat scheef zit, of is dat alleen vandaag?”  Froukje plofte haar halverwege in de rede. ” Nee, dat is niet alleen vandaag en het is de laatste maanden al zo en het zal de rest van mijn leven niet meer veranderen, snap je dat?”

Er lag een ijzingwekkende stilte in de ruimte. ” Kom”, zei mijn vriend eindelijk. ” Het wordt tijd om naar huis te gaan.” Hij stond op en betaalde de hele rekening. Van mij wilde hij geen geld aannemen. ” We gaan rijden”, zei hij vlakjes. Onderweg naar de auto bleek dat hij behoorlijk over de weg zwalkte en ik kreeg even het idee om hem te vragen het stuur van hem over te nemen maar een echt goed idee leek me dat ook weer niet. Het was misschien vreemd maar ik was even het stuur over mezelf kwijt.

Voordat ik het wist brulde ik daarom naar hem: “Zeg, dronken lor, denk je niet dat het beter is als ik rijd?”  Mijn vriend trok zijn wenkbrauwen op en keek mij onderzoekend aan. ” Hoezo? Ik ben nog best in staat om in een rechte lijn te rijden, hoor!”  Mijn antwoord daarop lag al klaar voordat hij stopte met praten. ” Daar ben ik nu juist zo bang voor, dat je niet door hebt dat er een bocht is.”  Mijn vriend begon te gieren van het lachen en smeet de autosleutels naar mij toe.Iets in hem moet hem hebben ingegeven dat het beter was om zich te laten rijden. Het betekende trouwens wel dat hij met zijn vriendin op de achterbank dook, naast Froukje en Jeltje. Met alle kracht die in haar was, stapte Jeltje uit. Ze liep om de auto heen en kroop op de passagiersstoel naast mij. Het werd voor Froukje stil en eenzaam op de achterbank. Vooral stil want mijn vriend en zijn vriendin hingen over elkaar heen zonderdat er een woord uitkwam.

Het maakte de rit wel een stuk gemakkelijker. Niemand was verplicht een woord te zeggen of ene gesprek te voeren. En zo toerden we in een supertempo naar huis. Ik stopte zonder blikken of blozen voor mijn eigen huisdeur, stapte uit en liet Jeltje en ~Froukje uitstappen. ” Sorry jongens, verder gaat de reis vandaag niet. Het laatste wat ik ooit van ze heb gezien is de auto die stil bleef staan aan de kant van de weg. Toen de deur eenmaal dicht was, wasren we weer met z’n drieën en zonder iets te zeggen, besloten we niet meer met vrienden op stap te gaan. We hebben ze nooit meer terug gezien….

Meeslepend, zo kon je de sfeer wel noemen in de Ahoy…de aanwezigen hadden inmiddels kans gezien de hele hal te laten geuren naar bier en wiet en daar is vrij veel voor nodig. Mijn vriend en zijn vriendin liepen voorop en meteen daarachter volgde ik met beide zusjes stevig tegen mij aangeklemd met een arm. Het was een  heerlijke belevenis. Vooral ook omdat ik merkte dat uitgaan goed was, goed om te vergeten wat er aan negatieve gevoelens door me heen waren gegaan. Goed om te weten dat vreemdgaan en ziekte niet het einde van de wereld en ook niet het einde van de liefde betekenden. Integendeel, het werd steeds duidelijker hoe erg wij alle drie aan elkaar verbonden waren. Eigenlijk was het absurd om te bedenken dat Froukje hier met ons meeliep naar een concert terwijl ze in alle toonsoorten weigerden naar haar eigen man thuis terug te keren…

De zalen in de Ahoy zijn eigenlijk nooit vol en dat waren ze nu ook al weer niet. Zonde want de sfeer van zo’n bluesfeest kwam daardoor niet echt tot stand. Het bleef een beetje hangen op los van elkaar rondscharrelende groepjes die zich vooral druk leken te maken over de verdeling van koffie, marsen en pillen… Wij onttrokken ons daar zoveel mogelijk van, dat werd zo erg dat we zelfs ons tweetal vrienden kwijt waren en dat is een hele klus, zoeken in die menigte. De mobiele telefoon zij geprezen!

Het was geen slecht concert maar na een half uur zag ik Jeltjes gezicht betrekken. We konden elkaar nog net in de oren fluisteren wat er aan de hand was. ” Ik word van al dat getoeter moe en ik krijg er hoofdpijn van”, verzuchtte ze.  Ik keek om mij heen om te zien of er ene rustiger plekje te vinden was maar een geruststelling vond ik in de directe omgeving niet. Integendeel, de pillendealende mede-bezoekers gaven mij het gevoel dat we hier nooit met rust gelaten zouden worden.  Er zat maar één oplossing op: wegwezen…

Mij vriend en zijn vriendin keken zorgelijk: “Heeft ze zeker net iets opgepikt, ik hoor het wel meer de laatste tijd.” Voor mij betekende dat haastige instemming en een hoofdknik. ” Als we niet terugkomen, ontmoeten we jullie bij de TeddybearBar. Er kwam een wat stugge hoofdknik voor terug. Ja, echt gezellig was het allemaal niet. ” Zal ik maar bij ze blijven?”  vroeg Froukje die nog ongestoord fris en fruitig was. “Niet dat ik het leuk vind maar dan hebben ze tenminste niet het idee dat ze ons voor niks hebben meegenomen.” Jeltje en ik knikten en knipperden een beetje met de ogen. Intussen hield ik mijn vrouw met twee armen vast en zo begeleidde ik haar naars de uitgang, begeleiden ja, het was haast tillen….

In de TeddybearBar was vrijwel niemand aanwezig en de muziek stond er heel zachtjes, zoemend aan. Het was nauwelijks te horen wat voor muziek het was, iets heel zoetigs in elk geval. Dat was de trend in deze bar, zoete muziek. Wat kon je ook anders verwachten van de TeddybearBar….? We zakten in een bank met dikke, stevig gevoerde kussens weg, hijgden allebei uit en keken elkaar aan. Plotseling sloeg Jeltje haar armen om mijn nek en barstte ze in huilen uit. ” Ik heb zo’n spijt van dit alles, ik houd zoveel van je….”  Ze huilde zo erg dat haar ademhaling onregelmatig begon te worden en ik bang werd voor een aanval van benauwdheid of erger.

Veel heb ik er toen niet aan kunnen doen. Wat er precies gebeurde weet ik niet meer maar ik denk dat we samen in slaap zijn gevallen op die zachte, met rode kussens gevulde bank. FDe barman heeft ons waarschijnlijk gewoon laten slapen want het begon al donker te worden toen mijn vriend, zijn vriendin en Froukje ons wekten. We lagen stevig verstrengeld met elkaar en hadden zelfs moeite om weer los te komen. Dat kwam ook door Jeltjes ogen, die ogen die nog steeds zo keken als vroeger toen ik haar met zoveel moeite naar me toe had gehaald. Toen mijn hart bijna had stilgestaan bij dat hek voor het huis van haar ouders. Stil gestaan van angst. Dat gevoel kreeg ik nu weer. Mijn har stond bijna stil van angst en weer was het de angst om haar te verliezen maar deze keer kwam er geen boze vader aan te pas. Het was het boze monster dat haar van binnen langzaam opvrat, dat me beangstigde.

Even zag ik Froukjes ogen, wat leken die op de ogen van Jeltje…alleen in haar ogen las ik nu niet zoveel.” Tijd voor ene borrel”, zei ze koeltjes en ze draaide zich om in de richting van de bar. Onze vrienden waren daarvoor ook wel te porren. Opnieuw keek ik diep in Jeltjes ogen en ik hoorde haar lippen haast onhoorbaar fluisteren: ” Ja, een lekkere cocktail zou er wel in gaan.” Ze glimlachte flauwtjes en draaide haar gezicht toen van me af zodat ze ontspannen en rustig op de bank kon blijven liggen. Mijn arm bleef haar schouders ondersteunen ook al voelde ik hoe de tinteling erin kroop. Er stroomde daar geen bloed meer.

“En hoe gaat het met jullie?”  Froukjes stem klonk heel geïnteresseerd terwijl ze in de richting van mijn  vrienden keek. Ik wist dat ze veinsde maar het kwam allemaal wel op het juiste moment. ” Nou”, zei de vriendin van mijn vriend…”daar is heel wat over te vertellen….”

Opvallend was het ook dat er al een week lang niemand van onze vrienden aan de deur was geweest. Zouden ze de lucht ervan hebben gekregen dat er iets niet deugde in ons huis? Zou die HIV de hele atmosfeer hebben vergiftigd? Het schoot door me heen terwijl ik de ochtend koffie voor ons drieën inschonk. Ja gek genoeg begon het steeds meer op een gezellige commune te lijken, met één kind en een kat die zich allebei wonderwel goed gedroegen.

Froukje had geen last meer van de ongewenste intimidaties door haar man via de telefoon en ze vertoonde ook nog geen enkele aandrang om naar huis te gaan. Over crisis gesproken! Die man zat daar in z’n eentje met werk en kind…nou ja, niet dat ik daar nou medelijden mee kreeg maar het was toch vreemd. Ik had mijn zwager nooit erg hoog gehad. In mijn ogen was hij het voorbeeldtype, het rolmodel van de burgerlul. Maar ja, op de keper beschouwd zaten we nu met z’n allen toch maar lelijk in het schuitje. Als niet-burgerlul kon je kennelijk lelijk bedrogen uitkomen! Dat was de eerste keer dat ik er zo over dacht.

Natuurlijk werden die gedachten onderbroken door een bel…de deurbel. Was dat telepathie? Ik zou het niet weten, hoe dan ook voor de deur stond één van mijn beste vrienden. “We horen zo weinig meer van jullie, ik dacht , ik ga eens kijken”, zei hij. Even moet ik hem stomverbaasd en ontredderd aangekeken hebben want hij schoot in de lach. ” Is het allemaal goed hier?”  vroeg hij. Dat was een stevige vraag in de gegeven omstandigheden en hoe leg je iemand in een paar woorden uit dat je allebei HIV hebt en zelfs AIDS en dat je logé er ook niet vrij van is. Nee, dat hield ik toch maar even voor me hoewel Jeltje net bezig was haar pillen weg te werken. En dus zei ik: ” Ja, alles gaat prima, we hebben ene logé op bezoek, mijn schoonzusje.”

” O, wat leuk”, zei mijn vriend met een knipoogje ook nog en eindelijk had hij gelijk want mijn schoonzusje is een meisje om een knipoog te geven. “Ja”, glimlachte Froukje flauwtjes wat mijn vriend natuurlijk weer een schok bezorgde. Ik kende hem goed en hij is overtuigd van zijn aantrekkelijkheid voor vrouwen. Dat geeft hem wel eens het gevoel dat alle vrouwen hen leuk moeten vinden. Echte macho man dus…. Hij moest eens weten, veel van de ellende waar wij mee te maken hadden was het gevolg van ene beetje teveel macho enzo…  Het nam allemaal niet weg dat hij ook de enorme verzameling medicijnen op tafel zag staan. ” Dat ziet er niet goed uit, horen we daarom zo weinig van jullie. Zijn jullie allemaal ziek?”  ” Nou, we hebben het behoorlijk te pakken”, zei ik gauw. De anderen knikten en keken wat mistroostig voor zich uit.

“Jammer”, zei hij “want we gaan komend weekend met een groep naar een bluesconcert in het Kurhaus, we dachten dat jullie wel mee zouden willen.”  Ik keek hem verrast aan. ” Kun je daar nu nog kaarten voor krijgen?”  Mijn vriend knikte:” Die kun je alleen aan de zaal kopen dus het is een zaak van vroeg zijn.”  Ik kon niet nalaten de twee dames aan te kijken. Zou er nog iets van een activiteit te beleven zijn of waren we allemaal te moe. Veel levensvreugde hadden we de laatste dagen niet gehad dus…

Tot mijn stomme verbazing knikte Jeltje, zij was het meest ernstig ziek van ons allemaal, nu bleek ineens dat ze wel zin had in een feestje. Ik had het gevoel dat wij nu geen nee meer konden zeggen en kennelijk dacht Froukje er ook zo over. “Ik zie dat we meegaan”, zei ik met een wat geforceerde glimlach. Mijn vriend glimlachte nu ook. Misschien verbaasde hij zich er wel over dat ik nog geen biertje had anageboden. Ik hoopte dat hij dat zou onderbrengen bij het hoofdstuk “ziek”.  “Dus dat gaat wel, ondanks de ziekte”?  vroeg hij. ” O ja, hoor”, antwoordde ik snel. “We zijn bezig beter te worden, gezellig met z’n drieën. Dat laatste was als een soort grap bedoeld. Intussen liep ik naar de koelkast waar ik tot mijn grote verrassing nog twee blikjes bier aantrof en een fles witte wijn. ” Samme wat drinken”?  vroeg ik in een wilde bui…

We zaten met z’n vieren aan tafel en eigenlijk vlotte het gesprek heel goed. Ik was dolblij dat er weer eens iemand anders was, iemand die niet tot ons kleine, ongelukkige groepje behoorde. Mijn vriend had inderdaad prachtige verhalen over de afgelopen weken, wat hij allemaal had uitgevreten. Vooral dat laatste was waar, hoorden we want hij vertelde vooral over zijn tochten van restaurant naar restaurant. Jas, mensen die gewoon vakantie hielden, konden zoiets doen.

Toen hij eenmaal de deur weer uit was, werd het heel stil. ” Gaan we dat voor elkaar krijgen~?”  vroeg Jeltje. ” Bij zo’n concert hoort ene opgewonden maar ook ontspannen stemming. Krijgen we dat voor elkaar?”  Ik keek de kring rond…nou ja…ik keek Froukje aan en trok mijn wenkbrauwen op. “Misschien lukt het als we ons best doen energie te verzamelen”, zei ze. ” Vroeg naar bed en niet drinken ’s avonds tevoren.”  Het was een idee…

“Ja schat, ik weet het maar ik kan nu echt even niet weg. Ik heb hier een centrale taak. Ze zitten hier in een crisis en ik moet die helpen oplossen. Ik doe het voor mijn zusje.”  Even zweeg Froukje aan de telefoon maar het rood in haar gezicht werd weer steeds feller. ” Ja, die ja, dat is mijn zusje, die andere dochter van mijn ouders, die meid die jij nog mooier vond dan mij…”>  Weer valt er ene stilte en weer loopt het rood op.” Nou ja, dat heb je wel een keer gezegd. Stom eigenlijk van je, hè? ” Hetw erd mij steeds duidelijker dat Froukje en haar man, die godbetert Berthold heette, ook in een soort Crisis verkeerden. Ik krabde mij eens achter de oren om te bedenken hoe een vrouw als Froukje in ’s hemelsnaam had kunnen  trouwen met ene Berthold van der Veenmeren…pfff

Ik merkte dat ik voor het eerst sinds tijden mijn hoofd weer kon schudden over iemand anders dan over mijn eigen gezin. Voor mijn gevoel kon die crisis bij mijn zwager en schoonzus nog een veel ernstiger vorm aannemen dan die bij Jeltje en mij. Diep in me voelde ik nog steeds liefde voor mijn vrouw, ja zelfs respect. Hoe het mogelijk was, was een andere vraag want ze had me toch lelijk te grazen genomen. Maar toch…mijn gevoel, ja mijn gevoel leek zo nu en dan wel een eigen leven te leiden. Intussen had ik besloten om gewoon te blijven zitten waar ik zat en met een soort onverschillige houding  te veinzen dat ik niet meeluisterde. Dat was overigens vrijwel onmogelijk want Froukje ging van tijd tot tijd ernstiger te keer dan onze kat als je probeerde een boomtak tussen haar achterpoten vandaan te rukken.

“Nou ja”, haar stem leek nu een beetje op een schorre kermistoeter, “je lost dat geouwehoer maar op, je bent toch altijd zo’n handige, intelligente jongen en goeie vader? Dan heb je deze wat dommige blondine vast niet nodig.” Ik keek even op en zag dat ze gelijk had, ze was blond. Dat was me eerder nog niet zo opgevallen.

Het was wel opvallend hoe stil en zwijgzaam Jeltje het allemaal aanhoorde en ineens drong het tot me door. “Wat maken die twee een ruzie hè?”  zei ik tegen  haar. Ze keek me heel even van achter één van haar prachtige lokken aan. ” Ik ben te moe, veel te moe en alles doet zeer”, zei ze.  Waren dat niet de eerste klachten van een patiënt met AIDS? Ik kon niet voorkomen dat ik een bezorgde blik op haar wierp. Zoals ze er nu bij zat…ik had zo’n verschrikkelijk medelijden met haar, waarom kon je zo wanstaltig veel van iemand houden? Het was toch onlogisch? “Ik ga naar bed”, zei ze zachtjes en met schorre stem. ” Ik houd dit niet vol.”

Ze deed geen lamp uit maar toch leek het of het ineens een stuk donkerder in de kamer was toen ze eenmaal was opgestaan en de deur uit was. Ik keek haar wanhopig na, dat kon ik niet in de spiegel zien maar ik voelde het aan mijn gezicht. Mijn ogen dwaalden even later weer in de richting van Froukje maar die stond op en liep achter haar zusje aan. Ik voelde dat ik me daarin maar even niet moest mengen. Twee zusjes die samen verdriet gingen zitten hebben op de rand van eenbed ofzo….

Mijn  ogen dwaalden de kamer rond. Aan de muur recht tegenover mij stond een grote boekenkast en ik las de titels op de banden. In het verleden had ik de meeste ervan verslonden. Boeken daagden mij altijd uit om zo snel mogelijk door te wurmen. Nu deden ze me niets. Ik had het gevoel dat ik zelf de hoofdpersoon was in een verschrikkelijk en ellendig boek. Ik verweet mezelf zelfs dat ik ooit naar de dokter was gegaan voor die stomme vlekken op mijn voorhoofd. Die waren inmiddels weg trouwens…

Het duurde niet eens zo lang…Froukje kwam de kamer weer binnen maar haar humeur was waarschijnlijk niet opgeknapt. Ze keek nog steeds vooral naar de grond. ” Heb je honger?”  vroeg ze.  Ik bedacht me ineens dat ik de hele avond nog niets had gegeten maar honger, nee, dat voelde ik niet. Ik had niet eens trek in whisky…ik had nergens trek in. Froukje trok voor zichzelf een doos met pizza uit de vriezer en legde die in de oven. “Het gaat nu echt heel slecht met haar”, bromde ze tussen de piepgeluiden van de oven door. Ik wist niets te zeggen als antwoord.We zwegen allebei.

In stilte kropen we naar elkaar toe. Dat ging vanzelf…alsof er een externe kracht was die ons gewoon naar elkaar toe schoof en sensualiteit zat daar niet bij, nee, alleen beweging naar elkaar toe. Het duurde zelfs nog een half uur voordat we tegen elkaar aanzaten en zo zijn we die avond in slaap gevallen. Ik geloof dat het pas drie uur ’s morgens was, toen ik vreselijk moest plassen, dat ik me met moeite uit haar armen losmaakte… Zij voelde zo wam aan, in dit ijskoude huis…

Blog Stats

  • 10.303 hits

RSS my home

  • Er is een fout opgetreden. De feed is waarschijnlijk uit de lucht. Probeer later opnieuw.
Advertenties