You are currently browsing the category archive for the ‘Alles komt voor mij te vroeg’ category.

Levendig, dat was het wel. De twee zusjes fladderden om elkaar heen en hielpen elkaar met alles wat je maar bedenken kon en tussendoor was er natuurkijk gefluister. Gefluister om te zorgen dat de heer des huizes maar vooral niets horen zou. Een zieke situatie. Eén van ons zou nu toch eens een keer een eind moeten maken aan dit idiote spel?

Het was achterin een woensdagmiddag toen Jeltje bekendmaakte dat ze nog even een boodschap moest doen en dat ze zoooo terug zou komen. Zo zei ze dat: “Zooooo”……  Ik had niet het idee dat het echt iets betekende en zuchtte alleen ene beetje in de hoop dat er gewoon van buitenaf iets zou gebeuren dat alles veranderde.

Het bleef een half uurtje doodstil in de kamer en ik kreeg net het idee dat Jeltje zo wel terug zou komen toen Froukje heel dicht bij me kwam zitten en eerst ene paar onverstaanbare woorden uitstootte. Ik kon er niets aan doen maar moest gewoon weg vragen wat er aan de hand was. ” Ik ben HIV besmet”, zei ze deze keer iets gearticuleerder. Ik keek haar ongelovig aan maar kon niet nalaten te vragen: ” Durf je daarom zo dicht bij me te zitten?” Froukje grijnsde. ” Ik denk het wel”, zei ze. ” Ik heb gehoord dat jij het ook bent. Wete je, ik heb ongeloooflijke zin in een neukpartij met je maar dat zou ik niet durven als ik nergens last van had.” Hte klamme zweet brak me uit…ja, het was natuurlijk een nieuwe manier van kijken naar de vrijerijen…alleen nog met iemand anders die ook HIV-besmet was….  ” Volges mij is Jeltje ook HIV besmet…”   zei ik hakkelend. Froukje keek me met grote ogen aan. ” Ze heeft AIDS”, fluisterde ze terwijl haar lippen de mijne zochten.

Het was de eerste keer sinds ik Jeltje kende dat ik het deed met een andere vrouw. Nooit eerder had ik het zelfs maar geprobeerd. O ja, wel eens gewild maar nooit iets geprobeerd zelfs maar. Terwijl ik me tevredenstelde met de ongekend harmonieuze golfbeweging die ik met Froukje beleefde, bleef het woord “AIDS”  achterin mijn hoofd hangen. Het stoorde niet en ik vrijdde met Froukje eigenlijk beter en leuker dan met Jeltje maar het woord verdween ook niet naar de achtergrond. Het woord miste zijn uitwerking niet want ik realiseerde me dat ik er altijd nog beter aan toe was dan mijn vrouw.

Toen we lagen uit te hijgen, was Jeltje nog steeds niet thuis. “Ze blijft expres wat langer weg”, lachte Froukje. ” Ze doet het voor jou.”  Ik knikte met een verdrietig gezicht. ” Jaja, dat zal wel…ze doet alles voor mij. Is ook voor mij vreemd gegaan…”  Froukje nam eem stevige hap in mijn lid en gronde. ” In zekere zin wel, het was niet meer dan een ingeving, een moment, een moment van onnadenkendheid…en dat werd meteen bestraft.” ” Maar waarom deed ze dan net alsof ik de oorzaak van de ellende was?”  Froukje schudde haar hoofd. ” Zullen we het even niet over Jeltje hebben? Hebben wij het niet heel goed?” vroeg ze en opnieuw deed ze een anaval op mijn middengebied.

Die middag deden we het vier keer achter elkaar totdat we totaal uitgeput waren en niets anders meer konden dan uitgestrekt op de laminaatvloer liggen. Jeltje was nog steeds niet thuis en ze zou vermoedelijk ook nog lang wegblijven. Ik durfde niet opnieuw over mijn vrouw te beginnen en friemelde nu gezellig met Froukjes haar, beet in haar schouder en streelde haar tepels…van tijd tot tijd giechelde ze maar meestal lag ze doodstil met haar ogen dicht. Ze hikte een enkele keer maar dan zei ze geen “hik”  maar “hiv”. Eerst dacht ik dat ze opd ie manier ene gesprek wilde beginnen maar dat was het niet. ” Ik heb het me aangewned”, zei ze halflachend, ” sinds ik hiv heb. Niet leuk maar wat moet je? Hele dagen treuren, dat kan ik niet. Dat deed mijn vader altijd en vooral mijn moeder. Wat hebebn die veel getreurd.”

Ik grijnsde. Treuren! Nee, dat zat bij mij ook niet erg in de aard al kon ik wel heel diep verdrietig zijn maar dat duurde altijd maar even. Het was gek…we staarden allebei zielsgelukkig naar het plafond en zo bleven we liggen. Hoelang we daar gelegen hebben, weet ik niet meer maar het was al lang donker toen ik wakker werd. Froukje lag nog steeds op dezelfde manier naast me en sliep. Ik vroeg me meteen af of Jeltje al thuisgekomen was en ons zo had aangetroffen maar de moed om naar boven te gaan en in de slaapkamer te kijken, die had ik niet. Ik had in elk geval door dat Jeltje ons geen van beiden met ene mes of ander wapen had bewerkt…

Langzaamaan begon ik me aan te kleden toen ineens ene stem vanuit het duster zei:” Nee, dat hoeft toch niet meer. We kunnen nu toch gewoon naar bed gaan om te slapen?”  Het was Jeltje die klaarblijkelijk aan ons hoofdeinde had zitten wachten. Ik hoorde hoe ze een stoel opzij schoof en opstond. ” Kom”,z ei ze. ” ik neem aan dat Froukje je allang heeft verteld hoe het met mij zit.”  Ze gaf me een hand en troonde mij mee naarboven. ” We gaan naar bed…

Ik liet me die avond volledig willoos meesleuren naar boven en bedacht me of je zelf ook AIDS had als je had gevreeën met ene vrouw die AIDS had. Of bleef het gewoon bij de HIV aandoening? Eigenlijk kon het me niets meer schelen….

 

Een dooie boel was het al dagenlang want al die vrijpartijen waren natuurlijk al weer voorbij. Ik denk dat Jeltje verzadigd was en ja…ze keek me alleen nog maar afwachtend vanuit een hoek van de kamer aan. Soms knauwde ze daarbij op haar vingernagels en van tijd tot tijd stond ze op om een kop capuccino te maken. Het waseen soort schaduwspel want ik merkte dat ik niet veel anders deed. Nou ja, ik was wel in een boekje gedoken en had niet eens in de gaten waar het over ging. Pas na drie dagen merkte ik dat het vol stond met ervaringsverhalen over emigratie. Ja, emigratie, misschien was dat wel de oplossing. Beginnen aan een totaal nieuw leven.

Nou, dat totaal nieuwe leven want op ene goeie dag kondigde Jeltje aan dat haar zusje een week zou komen logeren. Froukje was nog nooit eerder bij ons geweest als logé en ik kon me zelfs niet herinneren dat ze op onze verjaardagen was geweest maat uitgerekend middenin deze crisis kwam ze logeren. Nou, het zou me een gezellige logeerpartij worden. ” En heeft ze dat helemaal alleen verzonnen?” vroeg ik snel, het was eruit voordat ik het wist. ” Ja, ze vond dat het tijd werd”, antwoordde Jeltje gauw maar ik kon aan haar stem horen dat ze niet van plan was de details van het idee verder uit de doeken te doen. ” Mooi zo, ja, tijd wordt het zeker”, ik bracht het er geeuwend uit, een vorm van gedrag die te maken had met de stress die de hele situatie bij mij opriep.

De stilte viel nog meer op nadat we dat allemaal hadden gezegd. ” Ze komt morgenmiddag”, voegde Jeltje er nog aan toe maar ik voelde in geen enkel opzicht behoefte om daarop te reageren. Een zure buikpijn kroop in mij omhoog omdat ik het gevoel had dat Froukje onmiddellijk mij de schuld zou geven van de situatie. Ze zou sowieso in eerste instantie worden ingelicht door haar zusje dus Jeltje lag al een paar meter voor. Daar kwam bij dat iedereen altijd in eerste instantie de schuld aan de man gaf in dit soort situaties, dat was nu eenmaal gebruikelijk, overal en dus ook in onze buurt en familie. Kortom, ik zou maar beter mijn mond kunnen houden en me verder verdiepen in het boekje over emigratie. De verhalen begonnen mij steeds meer aan te spreken. Zo’n emigratie naar Brazi;ië bijvoorbeeld en dan de hele dag aan het strand hangen. Hoe zou de gemeenschap daar op HIV reageren? Niemand gebruikte er immers een condoom?

Ik hoorde dan ook nauwelijks de deur opengaan toen Froukje de volgende dag de kamer binnenkwam. ” Hallo allemaal”, riep ze vrolijk. Het klonk alsof  ze nog niets had gehoord over de crisis in ons huis. Des te beter, dan was ze nog te beïnvloeden en…ik had een voordeel. Froukje was in stilte gek op mij, dat wist ik.  Ze was wat minder uitbundig en opgewonden dan Jeltje, echt het oudere zusje alles was wat bedaagder. Froukje was, of is, wel een mooie meid met fel blond haar en heel lichtblauwe ogen. Ik begon zelfs op te veren toen ik haar zag. Ze kwam meteen met grote passen naar me toe en gaf me drie dikke kussen. Eigenlijk moest ik haar dus als eerste “bewerken”.  “Luister eens Froukje”, begon ik….maar ze zwaaide heftig met haar paardenstaart.” Ik weet het al, je wilt liever niet dat ik hier logeer.”

Ik haalde mijn wenkbrauw op. ” Hoe kom je daar nu bij, ik ben juist hartstikke blij dat je er bent…. ”  Froukje keek mij onderzoekend aan. ” Wat is er? Is er iets?”  Ik voelde mij onzeker worden maar als ik haar als eerste wilde spreken over de problemen, dan moest ik nu toeslaan. Hoewel…op dat moment ging de kamerdeur opnieuw open en Jeltje kwam binnen. ” Zusje!” schreeuwde ze uit. ” Ben je er al?”  De twee vlogen elkaar in de armen en ondanks alles vond ik dat een ontroerend gezicht. Heerlijk,  twee mensen di zo onbevangen dol op elkaar waren. De onbevangenheid stierf in de loop van de middag wel wat weg omdat het duidelijk was dat Jeltje en ik niets gezamenlijk deden.

Afluisteren mag natuurlijk niet maar ik hoorde de zussen in de keuken met elkaar praten en ik kon het niet laten om even te luisteren. “Maar hoe is dat nou toch mogelijk?”  vroeg Froukje. De stemmen werden nu nog zachter en ik kon door de keukendeur heen en om de hoek niet goed horen wat ze zeiden totdat Froukjes stem uitsloeg: “Meid, hoe heb je dat kunnen doen?”  Onmiddellijk hoorde ik Jeltje sissen dat haar zusje stil moest zijn maar de wooreden die daarop volgden hoorde ik ook nog. ” Ik weet me geen raad, ik weet niet hoe ik hier uitkom.”

Met een klap sloeg ik de deur van het toilet dicht om duidelijk te maken dat ik in de buurt was met een geldige reden. Daarna stapte ik door de gang. In de keuken stokten de stemmen even. Meteen daarna gierden de twee het uit van het lachen. Was dat ene gezamenlijke poging om mij een gevoel van eenzaamheid te bezorgen? Was dat een paranoïde gedachte? Ik stapte door en liep terug naar de woonkamer maar ik merkte hoe een zware hoofdpijn zich meester begon te maken van mij.  Hoofdpijn omdat ik het gevoel kreeg dat ik niemand meer kon vertrouwen, ook niet mijzelf.  Lusteloos zakte ik in de stoel waar ik nu al dagen in had gehangen en gezeten. Ik begon mij af te vragen waar dit moest eindigen. Hoe kon hier een einde aan komen?

Boos? Was ik boos? Heel alleen in mijn bed in het holst van de nacht schoot die gedachte door mijn hoofd en op een keer werd ik er wakker van. Was ik boos? Ik woelde en draaide in bed en krabde op plaatsen waar ik graag kwam en op plaatsen waar ik graag mijn vrouw liet komen. Het maakte me alleen maar onrustiger en de vraag bleef me bezighouden.

Slapen deed ik dus niet meer en het klamme zweet begon me zelfs uit te breken. Ik zag onze eerste stappen in Deurne, de allereerste afspraak en het gedoe met de fiets. Ik zag het afgrijselijke gedrag van sommig bezoek bij ons thuis en ik zag de verlossing op onze eerste kamer. Het was wel opmerkelijk dat ik op geen enkel moment tranen in me voelde opwellen terwijl ik me toch heel eenzaam voelde. Eenzaam en koud, zo koud als ik me zelfs in de winter daarvoor niet had gevoeld en…het hielp niet om de verwarming hoger te zetten. Ik bleef het koud hebben. Om een beetje op temperatuur te komen begon ik heen en weer te lopen door de kamer, met sloffen aan en van tijd tot tijd leek het of mijn voeten warm werden.

Zo merkte ik niet hoe heel zachtjes de deur van mijn slaapkamer openging. Ik had het pas door toen er ene lichtstraal in de kamer naar binnen viel. Ik wilde me omdraaien maar het was al te laat. Jeltjes handen gleden over mijn schouders en ze fluisterde in mijn oor. ” Heb je het ook zo koud en kun je daardoor ook niet slapen?” Ik had de kracht niet om er tegenin te gaan en “nee” te zeggen. Haar handen lieten weer warmte in mijn lichaam vloeien zoals dat altijd was geweest. Zoals ik dat kende en het voelde precies zo aan als vroeger. Ik merkte hoe heel mijn weerstand en de opgebouwde weerzin wegtrokken en hoe ik alleen maar weer meer zin in haar kreeg. Even schoot het door mijn hoofd: wat maakt het uit als we allebei met HIV besmet zijn? Er kan dus niets meer gebeuren.”

Of zij er zó diepgaand over na had gedacht, dat heeft ze mij nooit verteld maar ze leek geen remmingen te hebben. Integendeel, het liefdesspel was heftiger dan ooit tevoren en ik raakte al gauw de tel kwijt bij het aantal krassen op mijn rug. Hoelang het duurde weet ik ook iet meer maar ik weet zeker dat we in slaap vielen toen de kat begon te mauwen om naar buiten te kunnen.  En voor het werk was het ook slecht, we hebben ons ziek gemeld en zijn toen weer samen in bed gekropen. Pas tegen het avondeten zijn we eruit gekomen. Arme kat, het dier was doorweekt!

Ik weet niet meer hoe ik me die avond voelde maar het gekke was dat we weer ieder in een hoek van de kamer kropen. Zo nu en dan leken we elkaar niet meer dan schuwe blikken toe  te werpen. Daar zaten we weer, ieder met onze eigen gedachten en tegelijkertijd met die heerlije herinnering van de afgelopen nacht en dag in het achterhoofd…en toch…kon ik ook die avond niet meer opbrnegen dan ” slaap lekker”. Toen liep ik weg.

Het bleef zo, we waren stil en we vreeën en hartstochtelijker vaak dan in de maanden daarvoor hoewel je je dat toch bijna niet voor kon stellen. Zo ging dat veertien dagen lang. Plots kwam er een dag, een dinsdag dat we uitgeblust en bekaf waren. We gingnen naar ons werk en ’s avonds thuis aten we zwijgend samen aan tafel. Als iemand van buitenaf naar binnen had gekeken, zou het er bijna normaal hebben uitgezien. Maar het was niet normaal en ik begon me af te vragen of er niet iets echts moest gebeuren, iets dat hout zou snijden.

Die nacht sliep ik weer niet maar het was niet Jeltje waaraan ik dacht en ook de slaapkamerdeur ging niet open. Ik lag me helemaal suf te piekeren over een oplossing van het probleem. Natuurlijk, ik kon het nog steeds niet hebben dat zij deed alsof ik de oorzaak was van de HIV-besmetting. Maar verder dan, wat moest je doen? Scheiden? Zou dat iets oplossen? Wie zou zich daar gelukkig bij gaan voelen? We waren allebei ziek, of we liepen kans op een zware ziekte en ging het ons dan helpen om daarover ruzie te maken?

 

Nooit eerder was het huis zo leeg geweest als die ochtend. Zeker,z e stond in de keuken te drinken uit een pak sinaasappelsap maar de lieve ogen, haar naar mij toe gekeerde gezicht, haar strelende armen, haar verlangen naar mij…het was allemaal weg. Ik voelde me kapot en moe en hoewel ik de laatste jaren als een gek had gewerkt, kwam er nu niets uit mijn handen. Ik kon mij er zelf niet toe krijgen om naar mijn werk te gaan. Het was alsof mijn benen niet meer konden bewegen, alsof ze verlamd waren.

Omdat ik ook honger had, ging ook ik naar de keuken maar er veranderde niets. Jeltje keek niet naar me en lette niet op me totdat ze plotseling het uitkrijste. ” Als jij niet altijd met die vreemde vrouwen aan de scharrel was geweest, als jij niet altijd alleen maar aan het werken was geweest, dan had alles nog geklopt. Godverdomme, je lijkt mijn vader wel, die man die nooit thuis was maar altijd op pad tussen vriendin en bureau…”  Ze haakte met twee handen aan de rand van de aanrecht en hing voorover en huilde op ene manier die het meest deed denken aan het gegil van een varken dat ter slacht ging. Mijn hart bonkte intussen zwaar in mijn keel die al op slot zat door alle woorden die ik niet kon uitbrengen. Het leek of mijn hoofd op springen stond. Ik wilde wat zeggen maar toen was ze weg…twee deuren denderden dicht en weg was ze…godmagweten waar naar toe. Later vond ik haar terug, in elkaar gekrompen met haar rug tegen de badkamerdeur.

Nadat ik twee keer voor niets naar boven was gelopen, besloot ik toch maar “gewoon”  aan het werk te doen, nog net voordat ik de laatste kans had gehad om af te bellen. Maar mijn God, wat een drama, wat een dreun…ik merkte met elke stap hoe ik volslagen van mijn spoor af was. Het kostte me daadwerkelijk moeite om de weg naar het kantoor te vinden en reed anderhalf blok om voordat ik merkte dat ik verkeerd zat. De grote architect van het bureau zag mij binnenkomen en wilde me ,. geloof ik, goeiemorgen wensen maar toen hij mijn gezicht zag, slijkte ghij die woorden maar in. Er was de hele ochtend niemand die iets tegen me zei en ik moet zeggen: dat beviel prima.

Aan het einde van de ochtend kwam de vraag of ik naar huis zou gaan. Dat trok me wel aan want er zou niemand zijn en…op het werk blijven zou mij verplichten tot gesprekken met anderen. Ik trok dus mijn jas aan toen Michael, mijn beste vriend op kantoor, me aansprak. ” Waar ga jij heen? Je blijft toch altijd hier, tussen de middag?”  Ik keek hem wazig aan en iets in zijn ogen gaf me een schok. Zo zou de man waarmee Jeltje het gedaan had, er dus uit kunnen zien. ” “Ik moet even weg”. mompelde ik. “Zie je zo weer.” Waar ik heen ben geweest? Ik kan het niet eens meer vertellen, misschien wel naar de cafetaria om de hoek, om me vol te proppen met kroketten enzo…geen idee. Het zou best kunnen want ik kwam kotsmisselijk op mijn werk terug. Daar zag ik Michael weer en opnieuw probeerde hij me aan ta spreken maar ik maakte duidelijk dat ik geen tijd had.

Toen de avond naderde zwoegde ik me naar huis en daar was niemand. Ik vroeg me af waar Jeltje was maar aan de andere kant, een leeg huis was beter dan een gestorven liefde. Het was niet alleen mijn lieve vrouw die ik kwijt was. Het was ook de mislukking van de vlucht uit het afschuwelijke dorp Deurne. Het leek alsof we het allemaal voor niets hadden gedaan. Het samenspannen, het weglopen en leven van de lucht in het begin  en toen het opbouwen van een eigen leventje.

Het waren precies die zinnen waarmee Jeltje de kamer binnenkwam, willekeurig gemengd met verwijten in mijn richting… En ineens wist ik het zeker, zo ging het niet langer…we moesten zeker weten waar de ziekte vandaan kwam, wat de bron was. Leven in deze sfeer van verdachtmakingen, nee, dat ging niet meer….

Ik heb nooit geweten dat je hersens verdoofd konden worden maar het kan. De klap kwam harder aan dan ik verwacht had…gewoon op zo’n doordeweekse dag, ochtend eigenlijk, in de wetenschap dat er nog mensen in de wachtkamer zitten. Ik zat daar maar op die stoel, te staren naar het papier waarop de uitslag was weergegeven. HIV!

Welke gedachte er door mijn hoofd ging als eerste? Ik weet het echt niet meer, geen denken aan. Volgens mij was het gewoon: “Dus toch”  maar dat was geen acceptatie ofzo, het was een soort opvangen van de schrik. Een schokbreker in mijn hoofd. Het hielp natuurlijk niets en ik zat voor mijn gevoel wel ene uur met geboden hoofd aan het bureau van de dokter. Ik hoorde zijn stem ergens in de verte zeggen: ” We moeten nu kijken hoe we de gevolgen in de hand kunnen houden.”

De gevolgen? Ik wilde daar niet eens over denken. De gevolgen. Waren er gevolgen? Ik wist alleen dat ik daar zat aan dat bureau met het bericht dat ik HIV had en dat ik dus gewoon een dreun voor mijn kop had gekregen. Daar zaten geen gevolgen bij..of het gevolg moest zijn dat ik geen woord meer kon denken, laat staan uitbrengen.

De dokter keek mij onderzoekend aan zonder iets te zeggen maar ik begreep dat het niet lang kon duren op die manier. Voor hem was er meer te doen, voor mij niets…nee, waarom zou ik nog iets doen? Ik kon me hier laten wegdragen of naar huis laten brengen en dan nog…er zou niets veranderen. Er hing een ijzige stilte in de spreekkamer en ik was niet in staat die te doorbreken. Ik voelde hoe een handvol woorden zich opzamelde achter mijn tong en tanden en geen weg naar buiten kon vinden omdat daarvoor nu eenmaal een bepaalde volg-orde nodig is. Die was er niet. Mijn woorden waren in paniek, niet ik …mijn woorden wel.

“Voorlopig geef ik u dit mee”, zei de dokter langzaam en hij legde een briefje over, ik vermoed dat er een recept op stond en misschien wel een praatgroep. ” Er is heel veel te verhelpen aan de situatie”, ging hij verder. “Het is zelfs mogelijk dat het virus niet tot uitbarsting komt en dat u er nooit last van zult hebben of pas heel laat. Het is goed om de ontwikkelingen te blijven peilen en…om te kijken of u bepaalde ziektekiemen onder de leden heeft.”

Ik walgde, ik walgde dubbel, van de dokter en van de briefjes en van de spreekkamer en van alles. Plotseling sprong ik overeind, griste de briefjes van het bureau, propte ze in mijn zak en rende de kamer uit. ” Ik heb aids”, schreeuwde ik op de gang en keihard in de wachtkamer. ” Ik heb aids mensen, eindelijk is het zover. Gerechtigheid, zegt hij…”  en ik wees in de richting van de spreekkamer. Ik nam de moeite niet om te wachten op de reacties van de andere patiënten en rende de deur uit en jubelde: ” Ik heb aids, ik heb aids, God heeft me uitverkoren.”

Meteen daarop sprong ik op mijn fiets en ik reed fluitend naar huis. Nog nooit eerder had ik zo hard gefloten op straat…iets van Santana of nee…Too much love can kill you, van Queen geloof ik, ja van Queen…” Gek hè, zou het toevallig zijn dat die song op dat moment mijn mond uitkwam. Maar wel fluitend hè, want de woorden stonden nog steeds in de verkeerde volgorde.” Ik kwakte mijn fiets met een haast perfecte boog tussen de andere rommel in de schuur,sloeg de deur dicht  en stapte met grote passen naar binnen. ” Schat, ik heb HIV”, riep ik zo hard mogelijk….  Er kwam niet direct antwoord maar het duurde niet lang of ik hoorde gestommel op de trap en de kamerdeur vloog even later wagenwijd open. Ik herhaalde mijn zin in hetzelfde volume en ik zag hoe Jeltjes mond openviel, hoe zij duizelde. Ik voelde de neiging in me opkomen om haar op te vangen en…ik deed het ook. Ze viel voorover in mijn armen, sloeg haar armen om mijn nek en barstte uit in snikken. Maar toen gebeurde er iets geks. Ze worstelde zich los en keek mij verwijtend aan. ” Hoe kun je zo stom zijn geweest?”  vroeg ze. Haar laatste tranen werkte ze weg met een simpele handbeweging. ” Hoe kon je zo stom zijn” herhaalde ze en het verbaasde me nog dat ze nie stampvoette.

Nog nooit eerder had ik het gevoel gehad tegen een vreemde te praten en naar een vreemde te kijken maar nu veranderde Jeltje voor mij in iemand die ik niet kende. Opnieuw haperden mijn woorden maar dit keer niet omdat ze paniekerig voor mijn tanden hokten. Nee, ze werden tegengehouden door woede want één ding wist ik zeker: IK was niet de bron van de ziekte in huis. Maar ja, hoe zou ik dat duidelijk kunnen maken? Natuurlijk, er waren technieken voor en natuurlijk, als er één was die het wist, dan was het Jeltje maar voor al die overpeinzingen en gedachten had ik nu geen tijd. ” Ik ga op de zolderkamer slapen”, zei ze briesend en met grote stappen liep ze de trap op, mij achterlatend met het gevoel van leegte en ijzige kou diep in me…

.

De dokter

Waarom weet ik niet maar iets bracht me ertoe razendsnel ene afspraak te maken voor die test.Misschien was het mijn gevoel dat me zei dat er gewoon niets aan de hand was. Misschien waren er de onschuldige ogen van Jeltje, nou ja ondeugend maar toch onschuldig. Ik wilde gewoon horen dat er niets aan de hand was en dat moest zo gauw mogelijk gebeuren. Ik wist zeker dat het allemala op een grote vergissing berustte en dat zou er dan al gauw uitkomen.

Het was trouwens pas op de ochtend van de dag van de afspraak dat Jeltje ernaar vroeg. ” Ga je die test nog doen?”  vroeg ze. ” Dan zijn we er tenminste af, dan weten gewoon dat er niets aan de hand is.”  Om de één of andere reden had ze dat beter niet kunnen zeggen. Het klonk mij te zoetjes, alsof er meer was, alsof ze meer wist dan ik. ” Ik ga het vandaag doen, over een uurtje”, zei ik zo losjes mogelijk alsof het me eigenlijk niet zoveel kon schelen. Jeltje reageerde lauwtjes: ” O, nou, zal ik meegaan?”  Normaal gesproken zou ze gezegd hebben. ” O, maar dan ga ik mee.”  Maar nee, deze keer was ze afhoudend, hopend op een ontsnappingsmogelijkheid.  Ik schudde mijn hoofd. ” Nou nee schat, het is maar een test en die is zo voorbij. De uitslag komt later. Dan…mag je mee.”

Of ze echt verbleekte bij die gedachte,weet ik niet meer maar ze schrok wel. We wasten samen af want we hadden altijd een bloedhekel gehad aan een afwasser. Afwassen hoorde voor ons tot het dagelijks praatcontact alleen deze dag wilde het gesprek niet vlotten. We waren veel teveel met onze eigen gedachten bezig rond het hele ranzige idee dat er iemand van ons besmet zou zijn met HIV en hoe dat dan zou komen. De stilte bleef haast ijzig hangen tot op het moment dat ik de deur uitging voor de test…ja ze kon me moeilijk tegenhouden. Dan zou ze de kans lopen dat ze door mij besmet werd of in elk geval de kans daarop lopen, zo hoorde ze te denken. Dus nee…hoe je het ook wendde of keerde…ze moest me naar die test laten gaan.

Het was ook opmerkelijk dat ik gewoon, snel en ontspannen naar het ziekenhuis fietste. Mijn gedachten gingen zelfs met me op de loop en de gedachte kwam  toen voor het eerst in me op om over mijn ervaringen een boek te schrijven. Niet dat ik ooit eerder aan schrijven had gedacht maar nu leek mijn leven zo’n bizarre wending te nemen dat ik er wel wat in zag. Schrijven over je eigen, dramatische ervaringen, daar stond de hele Nederlandse boekenkast toch vol mee? Dit zou zeker aanslaan als verhaal al aarzelde ik nog wel even over het taalgebruik.

De weg ernaartoe ging snel en in het ziekenhuis was ik voor het eerst van mijn leven onmiddellijk aan de beurt. Ik had nog de neiging om aan de zuster te vragen of alle andere klanten waren overleden maar uiteindelijk eet ik op het puntje van mijn tong. Ik besefte dat de reden van mijn bezoek niet meteen uitnodigde tot veel humor. De zuster leek mij ook steeds verwijtend aan te kijken alsof ze al wist wat de uitslag was en wat daarvan de oorzaak was. Ik had gelijk, het zijn altijd de mannen die in dit soort gevallen overal de schuld van krijgen. Ik berustte in mijn lot en liet alles passeren in ene gelatenheid die past bij de stervenden.

Achteraf vond ik het vermoeiend. Dat was de stress die mij stiekem toch behoorlijk te pakken had genomen. Vermoeiend zo’n onderzoek en zelfs zo vermoeiend dat mijn libido in elk geval voor die dag een behoorlijke knauw had opgelopen. Het zou die avond niets worden. Toen ik thuiskwam, was Jeltje weg, ze had kennelijk niet op me kunnen wachten. Natuurlijk wist ik nietwaar ze heen was maar het ergste was het lege huis waar ik in kwam. Ik voelde met nutte- en energieloos…ik zakte op de bank onderuit en klikte de tv aan…Boer zoekt vrouw, herhaling…het kon me niet schelen en bleef kijken.

Pas twee uur later kwam Jeltje thuis. Ze zag er opgewonden uit, alsof ze een heftige ontmoeting had gehad. ” Alles goed gegaan?”  vroeg ze hijgerig. “Nog wel”, bracht ik uit en ik merkte dat het me moeite kostte om die woorden sterk en gearticuleerd te laten klinken. Ik voelde me intens moe. ” Wanneer heb je de uitslag?”  Ik rommelde wat met een hand in mijn broekzak en bekeek een papiertje dat nu helemaal verfrommeld was. ” O, eigenlijk hoef ik me daarover geen zorgen te maken want de dokter gaat me bellen.”

Die avond viel de grote stilte in. Het leek wel of Jeltje niet meer wist wat ze tegen me moest zeggen, van tijd tot tijd dook ze weg achter haar boeken, de stofzuiger, de was en zelfs achter de kat. Het was ongewoon in ons huis waar altijd vrolijkheid en jubel hadden geheerst. Nu was er van al dat leven weinig meer over en als het klopte met de HIV, dan zou het nog erger worden. Het was benauwend voor mij, de hele dag te leven onder de druk van die test. De uitslag leek nu een donkere wolk die langzaam naar ons toe dreef en hoe dichter de dag van de uitslag nabij kwam, hoe zwaarder en hoe drukkender het werd. Alle voortekenen van een hevig onweer waren aanwezig. En dan inderdaad…op een ochtend om kwart voor negen ging de telefoon…bij de zesde keer had ik het ding te pakken en ik luisterde….

Hij herkende met  dit keer al van een afstand en zei weinig. Pas toen we in zijn kamer aan het bureau zaten, begon hij te spreken. ” Ik wilde u graag even spreken”, zei hij langzaam en met een toonloze stembuiging, eerder bezorgd dan ontspannen. ” Voor wat de betreft de vlekken in uw gezicht, heeft u vermoedelijk gelijk”,ging hij op dezelfde  toon verder. Dat zal een allergie zijn, mogelijk veroorzaakt door de airco.”  Ik vond dat zelfs vrij dom want een allergie wordt natuurlijk niet veroorzaakt door de airco maar door wat je eet of drinkt of gebruikt… Ik kreeg weinig tijd om daarover na te denken. ” U kunt daarvoor ene poedertje krijgen, dat zal zeker helpen en een hydrateringsmiddel , speciaal voor uw gezicht.  Maar dat is niet het belangrijkste.”

Het was duidelijk dat hij het er moeilijk mee had. ” We hebben er niet op getest dus er is niets zeker maar er zijn aanwijzingen gevonden dat u met HIV bent besmet”, de woorden kwamen er als een soort eruptie uit en bleven onmiddellijk, schokloos in de ruimte hangen. Even bleef het stil en toen volgde er:” Ik raad u aan een test te doen.” Ik hoorde zijn woorden nauwelijks maar staarde naar het blad van het bureau. Hoelang ik zo ben blijven zitten, weet ik niet meer maar even later vroeg ik toch nog:”  Wat moet ik doen?”  De dokter overhandigde mij een papiertje waarop ene naam en een telefoonnummer. ” Als u hiermee contact opneemt, dan kunt u een afspraak maken. Begrijpt u me goed, er is niets zeker maar een test is verstandig.” Hij keek mij nu recht in mijngezicht aan maar ik durfde niet goed terug te kijken. Ik had het gevoel dat ik beschuldigd was van iets heel smerigs, iets dat niemand van mij had verwacht en nu kreeg ik de rekening gepresenteerd. Ik slikte moeilijk, voelde aan mijn vlekken op mijn voorhoofd en wist ineens zeker dat die allergie het ergste was wat ik had. ” OK”, zei ik…, ” dat was het.?”  De dokter knikte en probeerde ene vriendelijk gezicht te trekken en zei nog. ” Zodra de uitslag binnen is, zal ik u bellen”, het klonk zachtjes maar toch als een belofte vol zekerheid.

Onderweg naar huis maalden mijn hersens sneller dan mijn fietsende benen. Hoe kon dit? HIV kon je toch alleen oplopen door seks? Voor mijzelf wist ik zeker dat ik het al jarenlang alleen maar met Jeltje had gedaan maar zou er iemand zijn in mijn omgeving die dat geloofde? Kregen mannen niet altijd de schuld van alles als het om seks ging? En, het verschrikkelijkste van allemaal, had Jeltje het ook? Als ik het had…ja, dan kon het niet anders. En wist ze dat al en had ze niets gezegd? Dat kon ik me niet voorstellen maar dan…als de uitslag nu straks “positief”  zou zijn, hoe kwam zij er aan en waarom, waarom…?

Ik besloot in elk geval voorlopig nog niets tegen haar te zeggen. Misschien was het loos alarm. Ik had zo’n gevoel ook eens gehad toen ik dacht geflitst te zijn op de Spaanse snelweg terwijl ik 40 km te hard reed. Ik dacht dat er thuis een dikke bon zou liggen en dat ik mijn rijbewijs tijdelijk kwijt zou zijn. Niets van dat alles, geen bon en rijbewijs gewoon in mijn zak maar dan…zo zou het nu toch ook wel gaan? Zo was altijd alles in mijn leven gegaan. Het kwam altijd allemaal op zijn pootjes terecht.

Ik keek onderweg naar het briefje en ik zag dat er twee adressen op stonden. Eén van het ziekenhuisonderdeel waar ik de test zou kunnen doen en één van een soort praatgroep of zoiets. Alsof het al zeker was dat ik HIV had! Stiekem had de dokter mij tot ongeneselijk patiënt verklaard!

“Niks aan de hand”, lachte ik zo luchtig mogelijk toen ik Jeltje een zoen had gegeven bij thuiskomst.  ” Die plekke komen zeer waarschijnlijk van een allergie en daar kan ik een poedertje tegen krijgen en…een zalfje.” Het leek alsof ze mijn stille stress niet opmerkte. ” O, wat heerlijk”, zei ze vrolijk. ” Ik heb lekker gekookt.”  En het was lekker, boeuf bourguignon. We aten dat wel vaker maar deze keer leek het nog beter te smaken dan anders. Het werd een mooie avond en toen ze me later in de slaapkamer probeerde te verleiden, ging ik er met volle energie op in. Het was lang geleden, dus er moest veel worden goed gemaakt.

Een goeie baan, nou ja, wat geld betreft dan hè…ik moest zo’n twaalf uur per dag werken en dat legde ons dan weer geen windeieren. In het begin was het nog leuk en kwam ik ’s avonds met een lachend gezicht en kusjes thuis en zoende ik de kinderen of nam ze op schoot. Papa was niet alleen maar de man die ’s zondags het vlees sneed, ik was ook de beste vriend van de kindereren, tot het genoegen van Jeltje.

En toch…we zagen elkaar wat minder, ook in bed. Na een werkdag was ik afgetobd en kwam ik niet aan het ontspannen toe dat in het verleden tot zoveel mooie momenten had geleid. Eerlijk gezegd, ik had er ook niet zoveel zin meer in. Ik begon in Jeltje steeds meer de moeder van mijn kinderen te zien en steeds minder een vrouw om gek op te worden, een vrouw die kriebels en tintelingen veroorzaakte of zelfs een gewone prooi voor mijn man-zijn. Aan de andere kant leverde het nauwelijks problemen op want ik had het idee dat het moederschap haar ook zwaarder viel dan ze had gedacht. ” Elke dag kom ik uren tekort”, zei ze en veel verder kwam ze dan niet omdat ik de energie niet kon opbrengen om naar de achtergronden van haar verhaal te luisteren. Een enkele keer liet ze wat doorschemeren. ” Wat ben je vroeg”, zei ze op een middag, toen ik inderdaad wat vroeger thuiskwam. Het klonk bijna teleurgesteld. Met tuitlipjes bergde ze haar teken- en schilderspullen op. Niet dat het nodig was geweest want een kwartier later lag ik in mijn draaistoel te knorren. Haast zuchtend haalde ze haar hobby weer tevoorschijn. Het zal een twee uur later zijn geweest toen ze me wakker maakte met de opmerking “het eten is klaar”  en een zoen. Haar teken- en schilderspullen waren toen al weer opgeborgen omdat we de tafel nodig hadden voor het eten en…ik had dus niets van haar werk gezien.

Later begreep ik haar opmerkingen over de beperkte tijd die ik voor haar had. ” Kom eens bij me zitten”,  “Luister eens”, “Wat moeten we met…”, “Doe eens rustiger aan…” en zo ging het maar door maar ik hoorde de onderliggende boodschap natuurlijk niet: “Geef mij eens wat meer aandacht.” Nee, ik klopte mijzelf op de borst en vond mijzelf een kampioen in het onderhouden van een gezin. Van tijd tot tijd gingen we met vakantie naar een binnenlandse bestemming omdat de kinderen nog zo klein waren. “Het is altijd leuk voor ze als er een zwembad in de buurt is”, zei Jeltje vaak en ik knikte braaf omdat ik aan de rand van het zwembad via mijn laptop mijn werk verder kon beheren.

Van vrijen kwam het zelfs in de vakantie niet meer omdat het doodeenvoudig niet meer in de cultuur zat, de cultuur van alledag.We keken tv zoals de meesten, maakten wandelingen en sliepen aan de rand van het zwembad en we dachten, we wilden geloven, dat we gelukkig waren. Alleen al de herinnering aan de verschrikkelijke jaren in Deurne, waren daarvoor voldoende.

VII

(Voor het complete verhaal kies: Komt een man bij de dokter integraal )

Op een goede morgen had ze tot mijn grote schrik de hele tafelschikking veranderd. Zij keek mij stralend aan en wees op de kinderstoelen die links en rechts van haar stonden en zei met ene blije stem. ” Kijk eens, links en rechts heb ik nu wat het mij het liefste is mijn leven. De kinderstoel aan de linkerkant was nog leeg maar verwees naar de toekomst. Recht tegenover haar aan tafel stond mijn  stoel, alsof ons leven in het vervolg een talkshow zou worden met mijn beide kinderen als publiek…euh…onze beide kinderen. Ik knikte wat wanhopig maar waar die wanhoop precies vandaan kwam, was mij op dat moment  nog onduidelijjk. Nu, een paar jaar later, nu de hele geschiedenis achter de rug is, nu snap ik het maar ja te laat: de kinderwens van de vrouw is algemeen geaccepteerd omdat het de diepste wens van de vrouw is. De bevruchtingswens van de man is zijn diepste wens maar wordt gezien als ontrouw. It’s a man’s world…???!

Hoe dan ook , ik nam plaats op de stoel die mij was toegewezen en at zuchtende en langdurig kauwend mijn brood op. Ik kreeg het gevoel dat de sfeer van het traditionele huwelijk. Het was of er een loodzware mantel der liefde over mijn schouders werd geworpen. Een liefde die nooit loslaat, die zegt dat uit elkaar gaan de goedkoopste oplossing is van de problemen die ieder van de beide partners met zichzelf heeft. Van die zware gedachten overkwamen mij die mijn lichaam doortrokken van nek naar voeten en die elke lust tot lust weg deden vloeien. Beginselen van trouw, beloften, zekerheden en verantwoordelijkheid…het waren nu niet bepaald begrippen die als beleg goed passen op volkorenbrood. Ik keek Jeltje aan en zij keek nauwelijks terug. Haar ogen waren vooral gericht op de kleine Jeroen, een leuk ventje, natuurlijk, zoiets vind je als vader ook. Maar waarom keek zij nauwelijks mijn kant op? Was ze geschokt door mijn weinig bemoedigende reactie op de herschikking aan tafel? Ik had geen zin om het te ragen en kondigde na nog drie keer kauwen aan dat ik aan het werk ging.

Ze reageerde niet maar propte opnieuw een hap in het mondje van Jeroen. Die in mij was er iets dat me vertelde haar niet alleen te laten zitten met de afwas maar tegelijkertijd had ik het gevoel dat zij helemaal voor zichzelf had gekozen zonder aan mij te denken. Nu wild eik voor mijzelf kiezen, al was het maar één keer. Dat wik niet zeggen dat ik er vrolijk van werd. Terwijl ik mijn rooster zat op te maken voor een indeling van studie en werk, bleef er in mijn achterhoofd iets hameren, een gevoel dat het allemaal anders was dan vroeger. Aan de andere kant maakte ik mijzelf ook wijs dat het tussen Jeltje en mij nooit anders zou kunnen worden, we waren gewoon gek op elkaar. En inderdaad…

De volgende dag was de oude tafelschikking weer terug. Jeltje zei met een wat mistroostig gezicht dat ze het allemaal toch niet zo mooi vond staan en dat ze toch meer hield van de oude opstelling met ons beiden aan weerszijden van Jeroen en of ik dat ook niet vond. Ik was diplomatiek genoeg om te zeggen dat ik haar speelsheid met nieuwe ideeën juist zo opwindend vond, die drang naar afwisseling maar…dat ik de oude opstelling toch ook wel zo prettig vond en daarmee dreef een donkere bui over. Hoewel, niet helemaal, het bleef aan mij knagen dat ik de eerste keer zo weinig had gereageerd, zo matig assertief was geweest. Ik zag mijzelf altijd graag als een assertieve, krachtdadige man en nu, in het contact met Jeltje was daar toch bitter weinig van terechtgekomen. Wie eenmaal een bittere pil heeft geslikt, blijft altijd de smaak bij zich dragen. We leefden weer vrolijk en gedachtenloos verder maar nooit meer zo onbevangen als vroeger. Van tijd tot tijd staarde ik uit het raam en dan vroeg Jeltje waar ik aan dacht en dan zei ik dat het staren deel uitmaakte van het creatieve proces. Dat had ik een keer ergens gelezen.

We flierefluiten nog lange tijd en Jeroen werd groot…kreeg eerst tandjes en daarna heel veel streken en we vonden het allemaal prachtig en we merkten niet hoe er steeds vaker dingen gebeurden waarover we niet spraken, dingen die niet leuk waren maar waar we geen woord over zeiden. Ik begon zelfs te denken dat het niet praten over dingen, een vorm van liefde was. Het hoorde erbij, wie van een ander hield begon niet steeds over alle mogelijke wissewasjes die hem niet aanstonden en daarom hield ik mijn mond. En nu denk ik vaak dat Jeltje hetzelfde deed.

Leuk vonden we wel het zusje dat Jeroen kreeg, Joseetje. We kregen nu dus echt een nieuwe tafelschikking met twee kinderstoelen in het midden. Joseetje zat aan mijn kant omdat Jeltje zich wijs had gemaakt dat vaders en dochters een speciale band behoorden te hebben, een band die zij zelf thuis altijd had gemist. We waren een gezinnetje waarin ik inmiddels met ene goeie baaa de kost , de hypotheek en de auto verdiende en Jeltje de kinderen in de gaten hield.

Gezellig, ja zo kon je het wel noemen. We hadden een verdiepinkje van 6 bij 3 en als je van de tafel naar het bed liep, moest je over een stapel boeken heen klauteren.Studieboeken, we noemden dat de rijstebrijberg die de weg naar het walhalla blokkeerde maar waar je met veel moeite toch kon komen. Ons bed, dat was het walhalla. Met opzet kozen we voor het Germaanse begrip en niet voor hemel want dat klonk zo erg “Deurnes”.  Het was natuurlijk niet voor niets dat we die muur van studieboeken voor ons bed hadden gebouwd. Als we dat niet hadden gedaan, hadden we nooit gestudeerd.

Jeltje zat trouwens sowieso al veel vaker met haar neus in de boekendan ik. Ik tekende en als ze dat zag, zei ze: “ben je nu al weer met ons droomhuis bezig?” Dan kwam ze naast me zitten, half op schoot, gaf ze me kusjes en boog ze zich over de tekening om te zien hoe ik het me allemaal voorstelde. Als een echte vrouw gaf ze ook praktische aanwijzingen. Dan zette ze gewoon haar knalrood gelakte wijsvingernagel op de laatste plek waar ik had getekend  en dan zei ze: ” en hier komt de kinderkamer.”

Niet dat de kinderwens bij Jeltje zo diep zat maar ze wilde graag een kind terwijl we nog ongetrouwd waren, om haar ouders te laten zien dat ik best wat waard was en…om heel Deurne op zijn grondvesten te laten schudden. De dochter die hokte met een man en al een kind had. BAH! Van tijd tot tijd lagen we ook gewoon tussen de studieboeken te vrijen en ook dat was wel heerlijk, al moesten we daarna vaak heel lang naar de bladwijzers zoeken.

Jeltje was gek op Delft en ze kon tijdenlang blijven turen voor een etalage met Delfts blauw. En ja natuurlijk moest ze naar de Prinsenhof en de kelders aan de Nieuwe Kerk om zoveel mogelijk te zien waar de Oranjes waren gebleven. Weliswaar had ze niet zoveel trek meer in de goeie, oude kerk van de paus maar het koningshuis, daar was ze dol op. “Je moet toch ergens bij horen”, zei ze vaak. Ik merkte dat het me niet uitmaakte wat ze zei want alles wat ze zei klonk zo sensueel en zag er zo aantrekkelijk uit. Als haar rode lippen zich soepeltjes bewogen tussen het blonde haar en onder de blauwe ogen, dan smolt ik. Dan kreeg ik onmiddellijk aandrang voor de volgende stormloop op haar bastions en…meestal kwam het ook zo ver.

En elke keer, willekeurig ergens tijdens de vrijpartij, kwam in mijn hoofd het beeld op van mijn sjagrijnige ouders in Deurne die hun greep op mij waren kwijtgeraakt en schoot het door mijn hoofd: “zo is het goed.”