You are currently browsing the category archive for the ‘Altijd komt er een kink in de kabel’ category.

Hij herkende met  dit keer al van een afstand en zei weinig. Pas toen we in zijn kamer aan het bureau zaten, begon hij te spreken. ” Ik wilde u graag even spreken”, zei hij langzaam en met een toonloze stembuiging, eerder bezorgd dan ontspannen. ” Voor wat de betreft de vlekken in uw gezicht, heeft u vermoedelijk gelijk”,ging hij op dezelfde  toon verder. Dat zal een allergie zijn, mogelijk veroorzaakt door de airco.”  Ik vond dat zelfs vrij dom want een allergie wordt natuurlijk niet veroorzaakt door de airco maar door wat je eet of drinkt of gebruikt… Ik kreeg weinig tijd om daarover na te denken. ” U kunt daarvoor ene poedertje krijgen, dat zal zeker helpen en een hydrateringsmiddel , speciaal voor uw gezicht.  Maar dat is niet het belangrijkste.”

Het was duidelijk dat hij het er moeilijk mee had. ” We hebben er niet op getest dus er is niets zeker maar er zijn aanwijzingen gevonden dat u met HIV bent besmet”, de woorden kwamen er als een soort eruptie uit en bleven onmiddellijk, schokloos in de ruimte hangen. Even bleef het stil en toen volgde er:” Ik raad u aan een test te doen.” Ik hoorde zijn woorden nauwelijks maar staarde naar het blad van het bureau. Hoelang ik zo ben blijven zitten, weet ik niet meer maar even later vroeg ik toch nog:”  Wat moet ik doen?”  De dokter overhandigde mij een papiertje waarop ene naam en een telefoonnummer. ” Als u hiermee contact opneemt, dan kunt u een afspraak maken. Begrijpt u me goed, er is niets zeker maar een test is verstandig.” Hij keek mij nu recht in mijngezicht aan maar ik durfde niet goed terug te kijken. Ik had het gevoel dat ik beschuldigd was van iets heel smerigs, iets dat niemand van mij had verwacht en nu kreeg ik de rekening gepresenteerd. Ik slikte moeilijk, voelde aan mijn vlekken op mijn voorhoofd en wist ineens zeker dat die allergie het ergste was wat ik had. ” OK”, zei ik…, ” dat was het.?”  De dokter knikte en probeerde ene vriendelijk gezicht te trekken en zei nog. ” Zodra de uitslag binnen is, zal ik u bellen”, het klonk zachtjes maar toch als een belofte vol zekerheid.

Onderweg naar huis maalden mijn hersens sneller dan mijn fietsende benen. Hoe kon dit? HIV kon je toch alleen oplopen door seks? Voor mijzelf wist ik zeker dat ik het al jarenlang alleen maar met Jeltje had gedaan maar zou er iemand zijn in mijn omgeving die dat geloofde? Kregen mannen niet altijd de schuld van alles als het om seks ging? En, het verschrikkelijkste van allemaal, had Jeltje het ook? Als ik het had…ja, dan kon het niet anders. En wist ze dat al en had ze niets gezegd? Dat kon ik me niet voorstellen maar dan…als de uitslag nu straks “positief”  zou zijn, hoe kwam zij er aan en waarom, waarom…?

Ik besloot in elk geval voorlopig nog niets tegen haar te zeggen. Misschien was het loos alarm. Ik had zo’n gevoel ook eens gehad toen ik dacht geflitst te zijn op de Spaanse snelweg terwijl ik 40 km te hard reed. Ik dacht dat er thuis een dikke bon zou liggen en dat ik mijn rijbewijs tijdelijk kwijt zou zijn. Niets van dat alles, geen bon en rijbewijs gewoon in mijn zak maar dan…zo zou het nu toch ook wel gaan? Zo was altijd alles in mijn leven gegaan. Het kwam altijd allemaal op zijn pootjes terecht.

Ik keek onderweg naar het briefje en ik zag dat er twee adressen op stonden. Eén van het ziekenhuisonderdeel waar ik de test zou kunnen doen en één van een soort praatgroep of zoiets. Alsof het al zeker was dat ik HIV had! Stiekem had de dokter mij tot ongeneselijk patiënt verklaard!

“Niks aan de hand”, lachte ik zo luchtig mogelijk toen ik Jeltje een zoen had gegeven bij thuiskomst.  ” Die plekke komen zeer waarschijnlijk van een allergie en daar kan ik een poedertje tegen krijgen en…een zalfje.” Het leek alsof ze mijn stille stress niet opmerkte. ” O, wat heerlijk”, zei ze vrolijk. ” Ik heb lekker gekookt.”  En het was lekker, boeuf bourguignon. We aten dat wel vaker maar deze keer leek het nog beter te smaken dan anders. Het werd een mooie avond en toen ze me later in de slaapkamer probeerde te verleiden, ging ik er met volle energie op in. Het was lang geleden, dus er moest veel worden goed gemaakt.

Een goeie baan, nou ja, wat geld betreft dan hè…ik moest zo’n twaalf uur per dag werken en dat legde ons dan weer geen windeieren. In het begin was het nog leuk en kwam ik ’s avonds met een lachend gezicht en kusjes thuis en zoende ik de kinderen of nam ze op schoot. Papa was niet alleen maar de man die ’s zondags het vlees sneed, ik was ook de beste vriend van de kindereren, tot het genoegen van Jeltje.

En toch…we zagen elkaar wat minder, ook in bed. Na een werkdag was ik afgetobd en kwam ik niet aan het ontspannen toe dat in het verleden tot zoveel mooie momenten had geleid. Eerlijk gezegd, ik had er ook niet zoveel zin meer in. Ik begon in Jeltje steeds meer de moeder van mijn kinderen te zien en steeds minder een vrouw om gek op te worden, een vrouw die kriebels en tintelingen veroorzaakte of zelfs een gewone prooi voor mijn man-zijn. Aan de andere kant leverde het nauwelijks problemen op want ik had het idee dat het moederschap haar ook zwaarder viel dan ze had gedacht. ” Elke dag kom ik uren tekort”, zei ze en veel verder kwam ze dan niet omdat ik de energie niet kon opbrengen om naar de achtergronden van haar verhaal te luisteren. Een enkele keer liet ze wat doorschemeren. ” Wat ben je vroeg”, zei ze op een middag, toen ik inderdaad wat vroeger thuiskwam. Het klonk bijna teleurgesteld. Met tuitlipjes bergde ze haar teken- en schilderspullen op. Niet dat het nodig was geweest want een kwartier later lag ik in mijn draaistoel te knorren. Haast zuchtend haalde ze haar hobby weer tevoorschijn. Het zal een twee uur later zijn geweest toen ze me wakker maakte met de opmerking “het eten is klaar”  en een zoen. Haar teken- en schilderspullen waren toen al weer opgeborgen omdat we de tafel nodig hadden voor het eten en…ik had dus niets van haar werk gezien.

Later begreep ik haar opmerkingen over de beperkte tijd die ik voor haar had. ” Kom eens bij me zitten”,  “Luister eens”, “Wat moeten we met…”, “Doe eens rustiger aan…” en zo ging het maar door maar ik hoorde de onderliggende boodschap natuurlijk niet: “Geef mij eens wat meer aandacht.” Nee, ik klopte mijzelf op de borst en vond mijzelf een kampioen in het onderhouden van een gezin. Van tijd tot tijd gingen we met vakantie naar een binnenlandse bestemming omdat de kinderen nog zo klein waren. “Het is altijd leuk voor ze als er een zwembad in de buurt is”, zei Jeltje vaak en ik knikte braaf omdat ik aan de rand van het zwembad via mijn laptop mijn werk verder kon beheren.

Van vrijen kwam het zelfs in de vakantie niet meer omdat het doodeenvoudig niet meer in de cultuur zat, de cultuur van alledag.We keken tv zoals de meesten, maakten wandelingen en sliepen aan de rand van het zwembad en we dachten, we wilden geloven, dat we gelukkig waren. Alleen al de herinnering aan de verschrikkelijke jaren in Deurne, waren daarvoor voldoende.

VII

(Voor het complete verhaal kies: Komt een man bij de dokter integraal )

Op een goede morgen had ze tot mijn grote schrik de hele tafelschikking veranderd. Zij keek mij stralend aan en wees op de kinderstoelen die links en rechts van haar stonden en zei met ene blije stem. ” Kijk eens, links en rechts heb ik nu wat het mij het liefste is mijn leven. De kinderstoel aan de linkerkant was nog leeg maar verwees naar de toekomst. Recht tegenover haar aan tafel stond mijn  stoel, alsof ons leven in het vervolg een talkshow zou worden met mijn beide kinderen als publiek…euh…onze beide kinderen. Ik knikte wat wanhopig maar waar die wanhoop precies vandaan kwam, was mij op dat moment  nog onduidelijjk. Nu, een paar jaar later, nu de hele geschiedenis achter de rug is, nu snap ik het maar ja te laat: de kinderwens van de vrouw is algemeen geaccepteerd omdat het de diepste wens van de vrouw is. De bevruchtingswens van de man is zijn diepste wens maar wordt gezien als ontrouw. It’s a man’s world…???!

Hoe dan ook , ik nam plaats op de stoel die mij was toegewezen en at zuchtende en langdurig kauwend mijn brood op. Ik kreeg het gevoel dat de sfeer van het traditionele huwelijk. Het was of er een loodzware mantel der liefde over mijn schouders werd geworpen. Een liefde die nooit loslaat, die zegt dat uit elkaar gaan de goedkoopste oplossing is van de problemen die ieder van de beide partners met zichzelf heeft. Van die zware gedachten overkwamen mij die mijn lichaam doortrokken van nek naar voeten en die elke lust tot lust weg deden vloeien. Beginselen van trouw, beloften, zekerheden en verantwoordelijkheid…het waren nu niet bepaald begrippen die als beleg goed passen op volkorenbrood. Ik keek Jeltje aan en zij keek nauwelijks terug. Haar ogen waren vooral gericht op de kleine Jeroen, een leuk ventje, natuurlijk, zoiets vind je als vader ook. Maar waarom keek zij nauwelijks mijn kant op? Was ze geschokt door mijn weinig bemoedigende reactie op de herschikking aan tafel? Ik had geen zin om het te ragen en kondigde na nog drie keer kauwen aan dat ik aan het werk ging.

Ze reageerde niet maar propte opnieuw een hap in het mondje van Jeroen. Die in mij was er iets dat me vertelde haar niet alleen te laten zitten met de afwas maar tegelijkertijd had ik het gevoel dat zij helemaal voor zichzelf had gekozen zonder aan mij te denken. Nu wild eik voor mijzelf kiezen, al was het maar één keer. Dat wik niet zeggen dat ik er vrolijk van werd. Terwijl ik mijn rooster zat op te maken voor een indeling van studie en werk, bleef er in mijn achterhoofd iets hameren, een gevoel dat het allemaal anders was dan vroeger. Aan de andere kant maakte ik mijzelf ook wijs dat het tussen Jeltje en mij nooit anders zou kunnen worden, we waren gewoon gek op elkaar. En inderdaad…

De volgende dag was de oude tafelschikking weer terug. Jeltje zei met een wat mistroostig gezicht dat ze het allemaal toch niet zo mooi vond staan en dat ze toch meer hield van de oude opstelling met ons beiden aan weerszijden van Jeroen en of ik dat ook niet vond. Ik was diplomatiek genoeg om te zeggen dat ik haar speelsheid met nieuwe ideeën juist zo opwindend vond, die drang naar afwisseling maar…dat ik de oude opstelling toch ook wel zo prettig vond en daarmee dreef een donkere bui over. Hoewel, niet helemaal, het bleef aan mij knagen dat ik de eerste keer zo weinig had gereageerd, zo matig assertief was geweest. Ik zag mijzelf altijd graag als een assertieve, krachtdadige man en nu, in het contact met Jeltje was daar toch bitter weinig van terechtgekomen. Wie eenmaal een bittere pil heeft geslikt, blijft altijd de smaak bij zich dragen. We leefden weer vrolijk en gedachtenloos verder maar nooit meer zo onbevangen als vroeger. Van tijd tot tijd staarde ik uit het raam en dan vroeg Jeltje waar ik aan dacht en dan zei ik dat het staren deel uitmaakte van het creatieve proces. Dat had ik een keer ergens gelezen.

We flierefluiten nog lange tijd en Jeroen werd groot…kreeg eerst tandjes en daarna heel veel streken en we vonden het allemaal prachtig en we merkten niet hoe er steeds vaker dingen gebeurden waarover we niet spraken, dingen die niet leuk waren maar waar we geen woord over zeiden. Ik begon zelfs te denken dat het niet praten over dingen, een vorm van liefde was. Het hoorde erbij, wie van een ander hield begon niet steeds over alle mogelijke wissewasjes die hem niet aanstonden en daarom hield ik mijn mond. En nu denk ik vaak dat Jeltje hetzelfde deed.

Leuk vonden we wel het zusje dat Jeroen kreeg, Joseetje. We kregen nu dus echt een nieuwe tafelschikking met twee kinderstoelen in het midden. Joseetje zat aan mijn kant omdat Jeltje zich wijs had gemaakt dat vaders en dochters een speciale band behoorden te hebben, een band die zij zelf thuis altijd had gemist. We waren een gezinnetje waarin ik inmiddels met ene goeie baaa de kost , de hypotheek en de auto verdiende en Jeltje de kinderen in de gaten hield.

We waren dolgelukkig en in elk geval leek het daarop. De rotzooi om ons heen kon ons niets schelen en we sprongen elke keer met de hakken over de sloot als het om proeven en tentamens ging. Ik vrraag me nu wel eens af wat we meer deden: vrijen of werken…natuurlijk we werkten elke dag, behalve vrijdags, allebei. We hadden allebei een baantje in de horeca dat bestond uit friet bakken en pils uitdelen. Grotendeels deden we dat nog zwart ook, wat toen veel gemakkelijker was dan nu. En met veel plezier streken we de fooien op. Zo lukte het ons om de week en de maand en de jaren door te komen.

Poes Herman was de enige die onze vrijpartijen aanschouwde. Volgens mij begreep hij heel goed wat we aan het doen waren want als ik opkeek, zag ik hem altijd knipogen en dan met een onverschillig gezicht de andere kant uitkijken. Hij was een echte rooie kater die soms ook aan onze spelletjes probeerde mee te doen maar na kortere of langere tijd kon hij het toch niet goed bijhouden. Dan trok hij zich min of meer beledigd terug omdat we meer aandacht gaven aan elkaar dan aan hem.

Herman scheen zich er trouwens weinig om te bekommeren dat onze eerste kamer maar zo weinig ruimte bood. Hij deed nooit een poging om de kamer uit te komen en nam genoegen met ons gezelschap.  Zodra we binnen waren, kroop hij bij één van ons op schoot, misschien gemiddeld iets meer bij mij dan bij Jeltje maar daar letten we natuurlijk niet op. We letten eigenlijk nergens op en dat was het leuke…nou ja…tot op de dag dat Jeltje mij vertelde dat ze niet meer in haar eentje was.

We krabden ons achter de oren. ” Ik zal wel meer gaan eten”, grinnikte ze zenuwachtig voordat ze het nieuws vertelde over de nieuwe aanwinst. Nadat ze ze haar “bekentenis”  had gedaan, zaten we een half uurtje zwijgend voor ons uit te kijken. Ieder met heel eigen gedachten en bedenkend waar het misgegaan kon zijn. Wisten we ons nog te herinneren wanneer Jeltje de pil was vergeten? Er brak geen herinnering door. Na het halve uur stortten we ons in elkaars armen en het leek erop alsof we nooit meer los zouden laten. Nooit eerder waren we zo in elkaar versmolten al herhaalden zich alle traditionele handelingen en bewegingen want ja, dat kleine vruchtje in haar buik kon nu nog niet knel zitten in onze onstuimigheid. Dat zou pas later komen. We wisten dat we het nu moesten beleven en…natuurlijk….het was voordat Jeltje de pil had genomen maar wie bekommerde zich daar nu nog om? Het was allemaal zo gevaarloos als het nooit meer zou worden, dachten we…

Je kon dus niet zeggen dat Jeroen later een gewenst kind was…nee…hij was doodeenvoudig vol lust en begeerte naar binnen gesleurd. “Gewenst”  klonk in dat verband veel te lullig. Jeroen…we wisten de naam van meet af aan, werd de vleesgeworden liefde die tussen ons opbloeide en niet alleen de liefde maar ook de doodgewone lustgevoelens. We hebben het hem nooit verteld en achteraf ben ik dat gaan betreuren maar ja….

De wijn verdween de maanden daarna uit het rek. Jeltje had zich helemaal bekeerd tot de sinaasappelsap en dan nog het liefst zonder suiker. ” Dik worden doe ik nu toch wel”, zei ze elke keer lachend. Uit pure loyaliteit ging ik aan de druivensap, die zonder alcohol. Een enkele keer probeerden we een fles alcoholvrije wijn maar dat misselijke goedje werd ons al gauw teveel. Dan toch maar weer gewoon aan het vruchtensap. We zwoeren teveel zout af en bestudeerden de achterkant van pakketten met voeding totdat we erbij neervielen, alleen om te zien of er geen verkeerde stoffen voor Jeroen in zaten. Soms legde ik mijn oor tegen Jeltjes buik en dan hoorde ik hem roepen: ” ik lust geen liga.” Dan was dat voor ons voldoende aanwijzing om ermee te stoppen…

We beseften intussen dat onze woonruimte voor ons tweeën. Jeroen en Herman wel wat erg krap zou worden en dus gingen we opzoek naar iets nieuws en dus ook iets duurders…kinderen kosten geld…

Gezellig, ja zo kon je het wel noemen. We hadden een verdiepinkje van 6 bij 3 en als je van de tafel naar het bed liep, moest je over een stapel boeken heen klauteren.Studieboeken, we noemden dat de rijstebrijberg die de weg naar het walhalla blokkeerde maar waar je met veel moeite toch kon komen. Ons bed, dat was het walhalla. Met opzet kozen we voor het Germaanse begrip en niet voor hemel want dat klonk zo erg “Deurnes”.  Het was natuurlijk niet voor niets dat we die muur van studieboeken voor ons bed hadden gebouwd. Als we dat niet hadden gedaan, hadden we nooit gestudeerd.

Jeltje zat trouwens sowieso al veel vaker met haar neus in de boekendan ik. Ik tekende en als ze dat zag, zei ze: “ben je nu al weer met ons droomhuis bezig?” Dan kwam ze naast me zitten, half op schoot, gaf ze me kusjes en boog ze zich over de tekening om te zien hoe ik het me allemaal voorstelde. Als een echte vrouw gaf ze ook praktische aanwijzingen. Dan zette ze gewoon haar knalrood gelakte wijsvingernagel op de laatste plek waar ik had getekend  en dan zei ze: ” en hier komt de kinderkamer.”

Niet dat de kinderwens bij Jeltje zo diep zat maar ze wilde graag een kind terwijl we nog ongetrouwd waren, om haar ouders te laten zien dat ik best wat waard was en…om heel Deurne op zijn grondvesten te laten schudden. De dochter die hokte met een man en al een kind had. BAH! Van tijd tot tijd lagen we ook gewoon tussen de studieboeken te vrijen en ook dat was wel heerlijk, al moesten we daarna vaak heel lang naar de bladwijzers zoeken.

Jeltje was gek op Delft en ze kon tijdenlang blijven turen voor een etalage met Delfts blauw. En ja natuurlijk moest ze naar de Prinsenhof en de kelders aan de Nieuwe Kerk om zoveel mogelijk te zien waar de Oranjes waren gebleven. Weliswaar had ze niet zoveel trek meer in de goeie, oude kerk van de paus maar het koningshuis, daar was ze dol op. “Je moet toch ergens bij horen”, zei ze vaak. Ik merkte dat het me niet uitmaakte wat ze zei want alles wat ze zei klonk zo sensueel en zag er zo aantrekkelijk uit. Als haar rode lippen zich soepeltjes bewogen tussen het blonde haar en onder de blauwe ogen, dan smolt ik. Dan kreeg ik onmiddellijk aandrang voor de volgende stormloop op haar bastions en…meestal kwam het ook zo ver.

En elke keer, willekeurig ergens tijdens de vrijpartij, kwam in mijn hoofd het beeld op van mijn sjagrijnige ouders in Deurne die hun greep op mij waren kwijtgeraakt en schoot het door mijn hoofd: “zo is het goed.”

De integrale tekst van begin tot eind (voor zover klaar) kunt u lezen op Komt een man bij de dokter

Zo, nu iedereen weet uit wat voor gezin ik kom, kunnen we verdergaan. Natuurlijk, wat ik verteld heb, klinkt wel voor een groot deel skagrijnig maar er waren ook leuke dingen hoor. Zo sp[aarden mijn ouders dag in, dag uit om ij te latenstuderen. Mijn zusje had geen oleiding nodig, vonden ze. Die kon wel gewoon ergens in de huishouding gaan en mijn jongere broere, die werd maar priester. Maar ik, nee ik, ik moest een echt beroep krijgen en zo geschiedde…zouden zeggen.

Kijk, dat leek me wel wat en Jeltje vond het geweldig. Zij vind het fantastisch want met een mooi beroep kon ze mij tenminste goed “verkopen”  in de familie. Thuis, bij haar ouders, liep ze de hele dag met pretoogjes rond omdat ze wist dat ik geen paardenslager zou worden. En inderdaad, dat was mijn liefde niet. Het stonk, was smerig en het geluid van paarden die hun einde hoorden naderen, kon ik niet aanhoren. Het gegil van de dieren en het getrappel met hun hoeven was mij te machtig. Dus ik keek rond en…op een goei dag wist ik het. Het was voorjaar en hoogste tijd voor examenkandidaatjes om te bepalen wat voor studie ze zouden volgen. En ja…het werd architectuur. Daarvoor moest ik dan wel helemaal verhuizen naar Delft maar mijn ouders hadden goed gespaard en dus was er geen probleem.

Jeltjes hart juichte. Ze wist zeker dat haar ouders helemaal blij zouden zijn met een man die architect was. Dolenthousiast rende ze de woonkamer binnen en met flitsende ogen vertelde ze wat ze van mij had gehoord. “We zullen het zien”, zei haar moeder koeltjes, ” we zullen het zien.”  Haar vader bracht niet veel meer op dan een glimlach en de vraag of die stinkende paardenkop dat dan kon. Jeltje was dus woedend en stampte met boze stappen de trap op en die avond kwam ze niet naar beneden om te eten. Haar ouders brachten haar doodeenvoudig ook helemaal niets. Jeltje vertelde mij de volgende dag dat ze trots was op zichzelf omdat het haar helemaal geen moeite had gekost om een avond zonder eten door te brengen. Ik was vertederd, mijn verliefdheid werd er alleen maar groter door. Wat had die meid veel voor me over! Ik kon het niet laten haar eens even lekker door elkaar te schudden, aan haar haren te trekken, in het gras te gooien en…toen te ontdekken dat ene koe ons langzaamaan wel erg dicht had genaderd.  Ik rukte haar meteen weer overeind en van die beweging schrok de koe zo erg dat ze de andere kant op rende. Ver weg van  ons tweeën. Toen kreeg ik toch nog mijn kans. Nee, zonder condooms…die dingen waren in heel Deurne nergens te krijgen.

Feest was het dus wel maar het was ook nog meer dan dat. Jeltje, die een verpleegopleiding ging volgen, had woeste plannen. Terwijl ze haar bh en slipje weer rechttrok keek ze me uitdagend aan. : En dan ga ik lekker bij jou in Delft wonen, el;ke dag als we thuiskomen even ketsen en pas daarna eten en dan weer enzo…  Haar donkere oogjes bewogen snel heen en weer terwijl ze het voorstelde en ik…ja ik moest daar nog eens even over nadenken. Het leek mij nu juist zo heerlijk om helemaal alleen te wonen en met niemand rekening te houden maar ja….die voorstellen van Jeltje waren ook niet gek en…misschien onze wel goed koken.

Ja, zo mocht je toen nog denken. Meisjes in de keuken, dat was hun natuurlijke plaats. Mijn vader vond dat en ik …nou ik vond het niet per se nodig om vrouwen naar de keuken te verbannen. Ze mochten ook best de drank inschenken of ronddelen en de slaapkamer was ook goed. Ja, zo dacht je in die tijd, in Deurne

Ik keek uit over de zandpaden en dacht ene beetje in mijzelf aan de komende weken, aan de tijd dat ik er niet meer zou rondlopen, in dit dorp. Dat ik naar de grote stad Delft zou gaan. En dan studeren, ja natuurlijk. Het was laat die avond toen ik thuiskwam en mijn vader mij begroette alsof ik altijd al zijn grootste held was geweest.”Geweldig jongen”, zei hij. ” Je hebt het voor elkaar. Je bent geslaagd.” Dat maakte me wel blij, die waardering ook en het was voor het eerst dat ik in de ogen van mijn vader tranen zag. Mijn moeder niet, die was stil zoals altijd , gaf me een kus en verdween weer snel naar de keuken. Maar mijn vader leek al bijna iemand met gevoel.  Die tranen, die vond ik nog mooier dan de mooie fles wijn die hij opentrok om mijn slagen te vieren.

 

 

 

 

“Komt een man bij de dokter…” Nee, daar moet ik niet beginnen. Ik moet beginnen bij mijn jeugd, mijn vader die als paardenslager in het dorp Deurne nou niet bepaald de meest geziene inwoner was. Deurnaren laten zich graag voorstaan op hun liefde voor paaren en de slagerdie het vlees dan ook nog veel te goedkoop verkoopt, hoort daar niet bij.

Wij woonden dan ook helemaal aan het arme uiteinde van het dorp en op school werd ik met de nek aangekeken. De enige klanten die met opgeheven hoofd bij mijn vader in de winkel kwamen, waren de Joden van het dorp. Niet omdat zij zoveel van paardenvlees hielden maar omdat zij varkensvlees nog lager aansloegen en het was goedkoop. En ja, de klandizie was inderdaad teruggelopen sinds 1945.

In de kerk moesten we altijd in een bepaald hoekje achteraf staan en dat gaf al een heel vernederend gevoel. We kwamen nauwelijks in aanmerking voor het ouweltje. Als het zover was, keek ik altijd stiekem naar het gezicht van de priester om te zien of hij bij ons een extra vies gezicht trok.  Volgen mij was dat zo, altijd en daarom voelde ik er niet veel voor om koorknaap te worden maar mijn ouders deden er hun uiterste best voor. Ze probeerden de monniken van het klooster zelfs goedkoper paardenrookvlees aan te bieden om het zover te krijgen maar…de overste klaagde dat hij altijd zo moest hoesten van die rooklucht…

Hoe dan ook, mijn vader werkte dag in dag uit, alleen op zondag ging hij naar de kerk en ’s middags kreeg hij wel eens een vriend op bezoek. Vrienden had hij wel, niet uit Deurne. Ik herinner mij een mager, klein mannetje met een veel te grote boerenpet waarvan mijn vader beweerde dat het “gelders”  was. Ik zag altijd met tegenzin hoe dat mannetje aan mijn Rietje, zusje, zat te friemelen en intussen niet anders deed dan een taaltje uit brabbelen. Zo nu en dan onderbrak hij zijn betoog met een stevige rochel en dan ging hij piepend en hijgend weer verder.  Mijn vader zei nooit iets van dat gefriemel en mijn moeder leek het niet te zien. Mijn vader luisterde naar het mannetje dat uit zijn bruine bek stonk als een dood paard. Intussen probeerde mijn zusje aan zijn enge klauwen te ontkomen. Als haar dat eenmaal gelukt was, rende ze naar me toe en riep ze dat ze wilde spelen. Dat mannetje gluurde haar dan nog met smalle oogjes na. Een keer heb ik hem gevraagd of hij met zijn poten van mijn zusje wilde afblijven. Het werd doodstil en mijn vader zei: ” XZeg waar bemoei jij je mee…?”  Ik heb toen een hooivork gepakt en die man in zij  zij geprikt…dat hielp, hij liet meteen los en ik, ik moest de slachtershal schoonmaken…klerewerk. Bah, maar Rietje kwam me helpen…!

Mijn vader werkte zich dus een slag in de rondte. Hij moest ook zelf de paarden slachten en dat was een hele klus. Meestal sloeg hij ze met ene hamer keihard op hun hoofd zodat ze verdoofd wasren maar dat mislukte ook wel een en dan lag zo’n dier een tijd uur te stuiptrekken. Ik kwam liever niet in de slachthal als er paarden waren. Vrijdag kwamen de leveranciers meestal. Er waren boeren bij uit de omgeving maar natuurlijk ook de mensen van de manege-opleiding NHB. Allemaal hetzelfde ruwe, botte volk. Er zaten weinig paardenvrienden bij maar ja…daar leert je als paardenslager natuurlijk niet op. Wat ik er wel van leerde was dat hard werken een prima tijdpassering was. Als je werkt, heb je vrij weinig last van anderen en…je kunt er nog wat mee bereiken ook.

Intussen zat ik voor mijn verdriet op school. Een bleke, lange, magere jongen met dikke puisten pestte mij constant, lichtte mij beentje en deed een keer sperma in mijn drinkflesje. Ik had het pas door na een forse slok… Op ene goeie dag had i er zó genoeg van dat ik hem een klap voor zijn kop gaf. Daar is hij nooit helemaal van bijgekomen en hij moest naar een andere school toe waar ze kinderen met hersenschade konden helpen. En ik ook…ik kwam buiten Deurne op school terecht. Dat had het voordeel dat ik steeds minder van mijn familie zag. Uit zo’n gezin kom ik dus…. (wordt vervolgd)

II

De zon scheen op de zanderige paden van Deurne  want Deurne was in die tijd nog een dromerig zelfingenomen dorp. Het was alsof alles in het dorp erom riep de zon in zijn ban gevangen te houden maar steeds bleek weer dat zoiets niet lukte. Mooiwas het wel, die gedachte dat de zon door het dorp kon worden vastgehouden en mooi warebn ook de paarden die geregeld aan de hand van de leerling-rijinsatructeurs door het dorp stapten, een dikke wolk stof achterlatend en…mooi was de andere kant van het dorp, daar waar ik niet woonde…de rijke kant. Daar had je het huis van de burgemeester, de dokter, die wij ook bezochten omdat het de enige was en de notaris. Dat huis van de notaris, daar was iets bijzonders mee. Daar woonde namelijk Jeltje, een meisje met hoogblond haar, een meisje dat ondanks haar weinig Brabantse naam zowat alle jongens van het dorp achter zich aan had. Jeltje hield ook mijn oog op haar gericht maar ja, de zoon van de geminachte paardenslager, hoeveel kans zou die maken? Jeltje was dus populair en ze wist het. Als ze door het dorp liep schudde ze altijd extra uitdagend met heur haar dat in lange lokken over haar schouders viel.

Zij liep vlak voor mij uit, terwijl ik fietste in de richting van de school. Ik bleef achter haar hangen om even wat langer te genieten van haar zwaaiende, lange haar en haar sierlijke bewegingen, haar slanke heupen en haar wulpse kontje. Er kwam een gevoelsmatige waas in mijn hersens bij het aanschouwen van al die pracht maar die werd wreed doorbroken doordat Jeltje achterom keek. “Moe?”  vroeg ze met pret in haar ogen omdat ze heel goed wist waarom ik zo langzaam fietste.  Ik werd in verwarring gebracht door haar vraag en trapte wat harder. Geen woord kon ik uitbrengen en ik kon haar glimlach bijna door mijn overhemd heen voelen…

De school was leuk hoor al dwaalden mijn gedachten steeds vaker af naar dat grote, mooie huis van de notaris en zag ik haar in gedachten door de kamers dwalen. Op de terugweg scheen de zon in mijn ogen en weerkaatste het zand van het pad het felle zonlicht. Ik zag bijna niets, behalve Jeltje… en daar waar de contouren, het silhouet, van haarhuis zich tegen de scherpe lucht aftekende, gooide ik mijn fiets op de grond. Ik moest het nu doodeenvoudig weten, ik zou het weten…

Ik rende over het stoffige pad naar de deftige voordeur en merkte de kar van de melkboer niet op, waarschijnlijk had ik geluk dat het hekje voor het pad openstond, anders was ik met mijn borst in de scherpe punten gerend. Mijn onderbuik vertelde mij dat ik door moest, verder..mijn hart klopte zelfs tot in mijn onderbroek… Ik liet de klopper op de deur vallen en probeerde mijngehijg en erectie die ik intussen had opgelopen, te onderdrukken. Langzaam schoof de  voordeur over een dikke kokosmat en in de donkerte daarachter verscheen het gezicht van een grijze vrouw in een bloemetjesjurk. ” Aha, de jongen van de paardenslager…” kraaide haar stem. ” Wat moet je?”

Als ik al moed had verzameld, dan was die nu weg… “Is Jeltje thuis?”  vroeg ik haast onverstaanbaar zodat ik het voor de oren van het oude vrouwmens nog een keer moest herhalen ook. “Dat gaat jou toch niets aan?”  vroeg zij met haar schorre kippenstem. “Scheer je weg, arbeidersjong!” Omdat mijn moed al lang in mijn schoenen was gezakt, wist ik niets beters te doen dan mij om te draaien en weg te lopen, in een sukkelgang het tuinpad af en deze keer moest ik het dichtgevallen hekje open en dicht doen. Langzaam ging ik op weg naar huis maar achter de struiken van de tuin van de notaris hoorde ik een stem. ” Ik wil je graag een keer zien”, het was Jeltjes stem. ” Laten we vanmiddag afspreken in de Smidse bosjes… Ik lachte en kreeg een brok mijn keel. ” Ik zal er zijn”, zei ik zachtjes. Pas thuis ontdekte ik dat ik mijn fiets vergeten had…erg was dat niet…de Smidse bosjes lokten daar vlakbij.

Toen ik haar slipje naar beneden trok, wist ik dat het ook voor mij de eerste keer was maar ik deed net alsof ik een ervaren minnaar was. Dat merkte zij toch niet omdat het haar eerste keer was…Ze wist nog van toeten noch blazen. Het was zo’n mooie ervaring dat ik nooit meer anders wilde en nooit meer naar een ander heb omgekeken. Ja, zo leerde ik mijn vrouw kennen…in de Smidse bosjes.  Die avond kreeg ik thuis op mijn mieter omdat ik mijnfiets ergens had laten liggen. Hij was thuisgebracht door een boertje in de buurt van de Smidse bosjes. Ik mocht meteen de slachthal schoonmaken. Voor de zoveelste keer. Natuurlijk vroegen mijn ouders zich af waar ik al die tijd toch was geweest maar ik zag kans mijn relatie met Jeltje voor hen geheim te houden.

Dat was eigenlijk gek want zo vaak ik kon, fietste ik met haar mee en dan praatten we over alles dat je maar bedenken kon: paardenbiefstuk, de zandweggetjes in het dorp maar vooral de andere jongens die dagelijks heen en weer fietsten en soms kwam die jongen die ik zo hard op zijn hoofd had geslagen aan bod. Hij scheen een blijvend hersenletsel eraan overgehouden te hebben hoewel lang niet iedereen een verschil merkte. Hoe dan ook, hij bleef op het speciaal onderwijs voor lichamelijk en verstandelijk gehandicapten. Wie mij pest…kan de ziekte verwachten, zo is dat. Zo is het ook altijd gebleven.

Duidelijk werd het intussen wel. Jeltje en ik, wij hoorden bij elkaar en het was een wonder dat we niet al drie kinderen hadden voordat we trouwden.

Vertel uw verhaal, over uw leukste date…van gisteren of vandaag….

Het houden van een minnares is een bijzondere bezigheid en de uitdrukking “houden” is op zijn plaats om twee redenen. In de eerste plaats moet je voor een minnares iets doen, je moet haar ook verdienen door je zorg. In de tweede plaats moet je zien haar te houden en niet kwijt te raken. Dit handboek geeft daarvoor wat richtlijnen. Wie op zoek is naar een minnares  kan kijken  op de site www.secondlove.nl Denk er daarbij wel aan dat er voor het lidmaatschap betaald moet worden.

1. Een minnares

Er is al heel wat onderzoek gedaan en gissingen zijn er ook geweest naar het percentage van de mannen met een minnares. Niemand weet dat zeker maar er is wel duidelijk dat buitenechtelijke verhoudingen heel wat gebruikelijker zijn dan wordt verondersteld. over het algemeen worden zij echter angstvallig geheim gehouden en doen er op z’n best wat roddels de ronde. De minnares voldoet aan een natuurlijke behoefte van de man zoveel mogelijk vrouwen te bevruchten. Dat is in zijn genen gegeven en het zit er net zo verankerd als de kinderwens bij de vrouw. Deze laatste is maatschappelijke geaccepteerd, de minnares om allerlei redenen niet. Eén daarvan is dat mannen nog al eens denken dat zij vanwege hun minnares hun vrouw met kinderen in de steek kunnen laten en dat is ontoelaatbaar. Vreemdgaan mag niet ten koste gaan van het gezin. Dat betekent dat het ook niet afbreuk moet doen aan de tegemoetkoming aan de behoeften van de echtgenote. Niet financieel en niet seksueel.

Een minnares is in elk geval niet alleen maar plezier. Ze brengt ook zorg en moeite met zich mee. Er moet bijvoorbeeld tijd voor worden ingeruimd. Afhankelijk van de beschikbare tijd, kan een keuze worden gedaan voor zover het gaat om woonplaats en werk

Een minnares is geen prostituee. Zij wodt niet volgens een vast tarief beloond voor haar “diensten”. Dwt wil niet zeggen dat er geen betaling bestaat maar deze lijkt meer op de gebruikelijke activiteiten bij een relatie (uit eten, naar het theater o.i.d.) Tenslotte, een minnares is iets heel anders dan een one night stand al kan ze er wel uit voorkomen. Een minnares is een tweede vrouw die zorg behoeft , vooral op basis van de doelstellingen van de relatie.

2. Doelstellingen

Voordat een man aan een minnares begint, zou hij zich ervan moeten vergewiisen wat hij er eigenlijk mee wil. Wil hij een echte liefdesrelatie, een relatie die berust op wederzijdse liefde? Wil hij een relatie die uitsluitend berust op seksuele behoeften of wil hij een relatie die bestaat op grond van belangstelling en interesses, die echter seksuele contacten niet uitsluit? Dat is belangrijk omdat het de keuze van een minnares gemakkelijker maakt. Waar gaat de man zoeken en op welke signalen reageert hij. Vanzelfsprekend is het mogelijk om gaandeweg de doelsellingen bij te stellen maar een duidelijke doelstelling bij het begin van de speurtocht is belangrijk. Het helpt bij de mate van zekerheid waarmee de man overkomt.

3. Locatie en keuze

Vanzelfsprekend is de keuze van een minnares sterk afhankelijk van de smaak van de man maar al evenzeer van de doelstellingen. Bij een gerichtheid op uitsluitend seks, zal het type minnares anders uitvallen dan wanneer het  echt om een tweede liefde gaat. In het eerste geval spelen naast een zkere intelligentie vooral de fysieke kenmerken mee. In het tweede geval zal het meer gaan om de geestelijke inhoud. Leeftijd en fysiek uiterlijk kunnen daarbij even zo goed nog van belang zijn.

De woonplaats van de minnares is eveneens van belang. Uit praktische overwegingen mag het aantrekkelijk lijken iemand te keizen in de eigen woonplaats, tactisch gezien is dat en minder goed idee. De kans dat iemand die de man kent, hem met zijn minnares samen waarneemt wordt daardoor immers groter. Het is daarom aan te bevelen een minnares uit te kiezen die woont in een nabijgelegen stad of dorp: snel bereikbaar en toch voldoende uit de buurt. En natuurlijk is haar uiterlijk van belang maar hoe seksistisch we ook zijn, het gaat er toch in de eerste plaats om haar geest te bezitten. Seks is daartoe het middel, nooit het doel. Het doel is de geest die wij willen hebben.

 

Waarschuwing

Bij deze is de lezer gewaarschuwd voor een aantal ontwikkelingen en zaken waarmee terdege rekening gehouden moet worden. In de eerste plaats is het van belang de relatie zuiver te houden. Een minnares kan best een collega zijn maar zorg ervoor dat er geen gezagsrelatie bestaat. Laat de één niet afhankelijk zijn van de ander, in geen enkel opzicht. Er zijn tal van voorbeelden van bazen die ene relatie met ene ondergeschikte hadden en dat leidde bijna altijd tot problemen. Dat geldt ook voor leraren die ene relatie met een leerling)e)  aangaan. Ook daarbij is er sprake van een afhankelijkheidspositie. Die hoort in een relatie van minnaars niet thuis.

227_stekkjastaur_stor1.jpg

Soms heb ik het idee dat alles bij mij te laat komt. Toen ik eindelijk oud genoeg was om te leren zwemmen, werd het elke zomer rotweer. Toen ik eindelijk geld genoeg kreeg, barstte er een stortbui van rekeningen los zodat ik nog steeds niet van mijn geld kon genieten.

Soms denk je “nu wordt het leuk” en dan komt er steeds weeer een kink in de kabel. Nu heb ik wel eens het vermoeden gehad dat ik gewoon veel sneller van denken tot handelen zou moeten komen. Dan denk je veel eerder “nu wordt het leuk” en misschien hebben die kinken dan wel geen tijd om in de kabel te komen.

Niets is minder waar. Sneller van denken naar handelen komen, betekent voor mij dat de kinken nog steeds harder gaan lopen. Ze springen vaker in de kabel. Ik kan ze gewoon niet voor blijven. De vraag is: “Hoe doe je dat?” Ik vind het nog al “kinky”.

Bargels,

Kaj

Http://sairaramira.wordpress.com