You are currently browsing the category archive for the ‘Bloggers.nl’ category.

Meeslepend, zo kon je de sfeer wel noemen in de Ahoy…de aanwezigen hadden inmiddels kans gezien de hele hal te laten geuren naar bier en wiet en daar is vrij veel voor nodig. Mijn vriend en zijn vriendin liepen voorop en meteen daarachter volgde ik met beide zusjes stevig tegen mij aangeklemd met een arm. Het was een  heerlijke belevenis. Vooral ook omdat ik merkte dat uitgaan goed was, goed om te vergeten wat er aan negatieve gevoelens door me heen waren gegaan. Goed om te weten dat vreemdgaan en ziekte niet het einde van de wereld en ook niet het einde van de liefde betekenden. Integendeel, het werd steeds duidelijker hoe erg wij alle drie aan elkaar verbonden waren. Eigenlijk was het absurd om te bedenken dat Froukje hier met ons meeliep naar een concert terwijl ze in alle toonsoorten weigerden naar haar eigen man thuis terug te keren…

De zalen in de Ahoy zijn eigenlijk nooit vol en dat waren ze nu ook al weer niet. Zonde want de sfeer van zo’n bluesfeest kwam daardoor niet echt tot stand. Het bleef een beetje hangen op los van elkaar rondscharrelende groepjes die zich vooral druk leken te maken over de verdeling van koffie, marsen en pillen… Wij onttrokken ons daar zoveel mogelijk van, dat werd zo erg dat we zelfs ons tweetal vrienden kwijt waren en dat is een hele klus, zoeken in die menigte. De mobiele telefoon zij geprezen!

Het was geen slecht concert maar na een half uur zag ik Jeltjes gezicht betrekken. We konden elkaar nog net in de oren fluisteren wat er aan de hand was. ” Ik word van al dat getoeter moe en ik krijg er hoofdpijn van”, verzuchtte ze.  Ik keek om mij heen om te zien of er ene rustiger plekje te vinden was maar een geruststelling vond ik in de directe omgeving niet. Integendeel, de pillendealende mede-bezoekers gaven mij het gevoel dat we hier nooit met rust gelaten zouden worden.  Er zat maar één oplossing op: wegwezen…

Mij vriend en zijn vriendin keken zorgelijk: “Heeft ze zeker net iets opgepikt, ik hoor het wel meer de laatste tijd.” Voor mij betekende dat haastige instemming en een hoofdknik. ” Als we niet terugkomen, ontmoeten we jullie bij de TeddybearBar. Er kwam een wat stugge hoofdknik voor terug. Ja, echt gezellig was het allemaal niet. ” Zal ik maar bij ze blijven?”  vroeg Froukje die nog ongestoord fris en fruitig was. “Niet dat ik het leuk vind maar dan hebben ze tenminste niet het idee dat ze ons voor niks hebben meegenomen.” Jeltje en ik knikten en knipperden een beetje met de ogen. Intussen hield ik mijn vrouw met twee armen vast en zo begeleidde ik haar naars de uitgang, begeleiden ja, het was haast tillen….

In de TeddybearBar was vrijwel niemand aanwezig en de muziek stond er heel zachtjes, zoemend aan. Het was nauwelijks te horen wat voor muziek het was, iets heel zoetigs in elk geval. Dat was de trend in deze bar, zoete muziek. Wat kon je ook anders verwachten van de TeddybearBar….? We zakten in een bank met dikke, stevig gevoerde kussens weg, hijgden allebei uit en keken elkaar aan. Plotseling sloeg Jeltje haar armen om mijn nek en barstte ze in huilen uit. ” Ik heb zo’n spijt van dit alles, ik houd zoveel van je….”  Ze huilde zo erg dat haar ademhaling onregelmatig begon te worden en ik bang werd voor een aanval van benauwdheid of erger.

Veel heb ik er toen niet aan kunnen doen. Wat er precies gebeurde weet ik niet meer maar ik denk dat we samen in slaap zijn gevallen op die zachte, met rode kussens gevulde bank. FDe barman heeft ons waarschijnlijk gewoon laten slapen want het begon al donker te worden toen mijn vriend, zijn vriendin en Froukje ons wekten. We lagen stevig verstrengeld met elkaar en hadden zelfs moeite om weer los te komen. Dat kwam ook door Jeltjes ogen, die ogen die nog steeds zo keken als vroeger toen ik haar met zoveel moeite naar me toe had gehaald. Toen mijn hart bijna had stilgestaan bij dat hek voor het huis van haar ouders. Stil gestaan van angst. Dat gevoel kreeg ik nu weer. Mijn har stond bijna stil van angst en weer was het de angst om haar te verliezen maar deze keer kwam er geen boze vader aan te pas. Het was het boze monster dat haar van binnen langzaam opvrat, dat me beangstigde.

Even zag ik Froukjes ogen, wat leken die op de ogen van Jeltje…alleen in haar ogen las ik nu niet zoveel.” Tijd voor ene borrel”, zei ze koeltjes en ze draaide zich om in de richting van de bar. Onze vrienden waren daarvoor ook wel te porren. Opnieuw keek ik diep in Jeltjes ogen en ik hoorde haar lippen haast onhoorbaar fluisteren: ” Ja, een lekkere cocktail zou er wel in gaan.” Ze glimlachte flauwtjes en draaide haar gezicht toen van me af zodat ze ontspannen en rustig op de bank kon blijven liggen. Mijn arm bleef haar schouders ondersteunen ook al voelde ik hoe de tinteling erin kroop. Er stroomde daar geen bloed meer.

“En hoe gaat het met jullie?”  Froukjes stem klonk heel geïnteresseerd terwijl ze in de richting van mijn  vrienden keek. Ik wist dat ze veinsde maar het kwam allemaal wel op het juiste moment. ” Nou”, zei de vriendin van mijn vriend…”daar is heel wat over te vertellen….”

Nooit eerder was het huis zo leeg geweest als die ochtend. Zeker,z e stond in de keuken te drinken uit een pak sinaasappelsap maar de lieve ogen, haar naar mij toe gekeerde gezicht, haar strelende armen, haar verlangen naar mij…het was allemaal weg. Ik voelde me kapot en moe en hoewel ik de laatste jaren als een gek had gewerkt, kwam er nu niets uit mijn handen. Ik kon mij er zelf niet toe krijgen om naar mijn werk te gaan. Het was alsof mijn benen niet meer konden bewegen, alsof ze verlamd waren.

Omdat ik ook honger had, ging ook ik naar de keuken maar er veranderde niets. Jeltje keek niet naar me en lette niet op me totdat ze plotseling het uitkrijste. ” Als jij niet altijd met die vreemde vrouwen aan de scharrel was geweest, als jij niet altijd alleen maar aan het werken was geweest, dan had alles nog geklopt. Godverdomme, je lijkt mijn vader wel, die man die nooit thuis was maar altijd op pad tussen vriendin en bureau…”  Ze haakte met twee handen aan de rand van de aanrecht en hing voorover en huilde op ene manier die het meest deed denken aan het gegil van een varken dat ter slacht ging. Mijn hart bonkte intussen zwaar in mijn keel die al op slot zat door alle woorden die ik niet kon uitbrengen. Het leek of mijn hoofd op springen stond. Ik wilde wat zeggen maar toen was ze weg…twee deuren denderden dicht en weg was ze…godmagweten waar naar toe. Later vond ik haar terug, in elkaar gekrompen met haar rug tegen de badkamerdeur.

Nadat ik twee keer voor niets naar boven was gelopen, besloot ik toch maar “gewoon”  aan het werk te doen, nog net voordat ik de laatste kans had gehad om af te bellen. Maar mijn God, wat een drama, wat een dreun…ik merkte met elke stap hoe ik volslagen van mijn spoor af was. Het kostte me daadwerkelijk moeite om de weg naar het kantoor te vinden en reed anderhalf blok om voordat ik merkte dat ik verkeerd zat. De grote architect van het bureau zag mij binnenkomen en wilde me ,. geloof ik, goeiemorgen wensen maar toen hij mijn gezicht zag, slijkte ghij die woorden maar in. Er was de hele ochtend niemand die iets tegen me zei en ik moet zeggen: dat beviel prima.

Aan het einde van de ochtend kwam de vraag of ik naar huis zou gaan. Dat trok me wel aan want er zou niemand zijn en…op het werk blijven zou mij verplichten tot gesprekken met anderen. Ik trok dus mijn jas aan toen Michael, mijn beste vriend op kantoor, me aansprak. ” Waar ga jij heen? Je blijft toch altijd hier, tussen de middag?”  Ik keek hem wazig aan en iets in zijn ogen gaf me een schok. Zo zou de man waarmee Jeltje het gedaan had, er dus uit kunnen zien. ” “Ik moet even weg”. mompelde ik. “Zie je zo weer.” Waar ik heen ben geweest? Ik kan het niet eens meer vertellen, misschien wel naar de cafetaria om de hoek, om me vol te proppen met kroketten enzo…geen idee. Het zou best kunnen want ik kwam kotsmisselijk op mijn werk terug. Daar zag ik Michael weer en opnieuw probeerde hij me aan ta spreken maar ik maakte duidelijk dat ik geen tijd had.

Toen de avond naderde zwoegde ik me naar huis en daar was niemand. Ik vroeg me af waar Jeltje was maar aan de andere kant, een leeg huis was beter dan een gestorven liefde. Het was niet alleen mijn lieve vrouw die ik kwijt was. Het was ook de mislukking van de vlucht uit het afschuwelijke dorp Deurne. Het leek alsof we het allemaal voor niets hadden gedaan. Het samenspannen, het weglopen en leven van de lucht in het begin  en toen het opbouwen van een eigen leventje.

Het waren precies die zinnen waarmee Jeltje de kamer binnenkwam, willekeurig gemengd met verwijten in mijn richting… En ineens wist ik het zeker, zo ging het niet langer…we moesten zeker weten waar de ziekte vandaan kwam, wat de bron was. Leven in deze sfeer van verdachtmakingen, nee, dat ging niet meer….

Ik heb nooit geweten dat je hersens verdoofd konden worden maar het kan. De klap kwam harder aan dan ik verwacht had…gewoon op zo’n doordeweekse dag, ochtend eigenlijk, in de wetenschap dat er nog mensen in de wachtkamer zitten. Ik zat daar maar op die stoel, te staren naar het papier waarop de uitslag was weergegeven. HIV!

Welke gedachte er door mijn hoofd ging als eerste? Ik weet het echt niet meer, geen denken aan. Volgens mij was het gewoon: “Dus toch”  maar dat was geen acceptatie ofzo, het was een soort opvangen van de schrik. Een schokbreker in mijn hoofd. Het hielp natuurlijk niets en ik zat voor mijn gevoel wel ene uur met geboden hoofd aan het bureau van de dokter. Ik hoorde zijn stem ergens in de verte zeggen: ” We moeten nu kijken hoe we de gevolgen in de hand kunnen houden.”

De gevolgen? Ik wilde daar niet eens over denken. De gevolgen. Waren er gevolgen? Ik wist alleen dat ik daar zat aan dat bureau met het bericht dat ik HIV had en dat ik dus gewoon een dreun voor mijn kop had gekregen. Daar zaten geen gevolgen bij..of het gevolg moest zijn dat ik geen woord meer kon denken, laat staan uitbrengen.

De dokter keek mij onderzoekend aan zonder iets te zeggen maar ik begreep dat het niet lang kon duren op die manier. Voor hem was er meer te doen, voor mij niets…nee, waarom zou ik nog iets doen? Ik kon me hier laten wegdragen of naar huis laten brengen en dan nog…er zou niets veranderen. Er hing een ijzige stilte in de spreekkamer en ik was niet in staat die te doorbreken. Ik voelde hoe een handvol woorden zich opzamelde achter mijn tong en tanden en geen weg naar buiten kon vinden omdat daarvoor nu eenmaal een bepaalde volg-orde nodig is. Die was er niet. Mijn woorden waren in paniek, niet ik …mijn woorden wel.

“Voorlopig geef ik u dit mee”, zei de dokter langzaam en hij legde een briefje over, ik vermoed dat er een recept op stond en misschien wel een praatgroep. ” Er is heel veel te verhelpen aan de situatie”, ging hij verder. “Het is zelfs mogelijk dat het virus niet tot uitbarsting komt en dat u er nooit last van zult hebben of pas heel laat. Het is goed om de ontwikkelingen te blijven peilen en…om te kijken of u bepaalde ziektekiemen onder de leden heeft.”

Ik walgde, ik walgde dubbel, van de dokter en van de briefjes en van de spreekkamer en van alles. Plotseling sprong ik overeind, griste de briefjes van het bureau, propte ze in mijn zak en rende de kamer uit. ” Ik heb aids”, schreeuwde ik op de gang en keihard in de wachtkamer. ” Ik heb aids mensen, eindelijk is het zover. Gerechtigheid, zegt hij…”  en ik wees in de richting van de spreekkamer. Ik nam de moeite niet om te wachten op de reacties van de andere patiënten en rende de deur uit en jubelde: ” Ik heb aids, ik heb aids, God heeft me uitverkoren.”

Meteen daarop sprong ik op mijn fiets en ik reed fluitend naar huis. Nog nooit eerder had ik zo hard gefloten op straat…iets van Santana of nee…Too much love can kill you, van Queen geloof ik, ja van Queen…” Gek hè, zou het toevallig zijn dat die song op dat moment mijn mond uitkwam. Maar wel fluitend hè, want de woorden stonden nog steeds in de verkeerde volgorde.” Ik kwakte mijn fiets met een haast perfecte boog tussen de andere rommel in de schuur,sloeg de deur dicht  en stapte met grote passen naar binnen. ” Schat, ik heb HIV”, riep ik zo hard mogelijk….  Er kwam niet direct antwoord maar het duurde niet lang of ik hoorde gestommel op de trap en de kamerdeur vloog even later wagenwijd open. Ik herhaalde mijn zin in hetzelfde volume en ik zag hoe Jeltjes mond openviel, hoe zij duizelde. Ik voelde de neiging in me opkomen om haar op te vangen en…ik deed het ook. Ze viel voorover in mijn armen, sloeg haar armen om mijn nek en barstte uit in snikken. Maar toen gebeurde er iets geks. Ze worstelde zich los en keek mij verwijtend aan. ” Hoe kun je zo stom zijn geweest?”  vroeg ze. Haar laatste tranen werkte ze weg met een simpele handbeweging. ” Hoe kon je zo stom zijn” herhaalde ze en het verbaasde me nog dat ze nie stampvoette.

Nog nooit eerder had ik het gevoel gehad tegen een vreemde te praten en naar een vreemde te kijken maar nu veranderde Jeltje voor mij in iemand die ik niet kende. Opnieuw haperden mijn woorden maar dit keer niet omdat ze paniekerig voor mijn tanden hokten. Nee, ze werden tegengehouden door woede want één ding wist ik zeker: IK was niet de bron van de ziekte in huis. Maar ja, hoe zou ik dat duidelijk kunnen maken? Natuurlijk, er waren technieken voor en natuurlijk, als er één was die het wist, dan was het Jeltje maar voor al die overpeinzingen en gedachten had ik nu geen tijd. ” Ik ga op de zolderkamer slapen”, zei ze briesend en met grote stappen liep ze de trap op, mij achterlatend met het gevoel van leegte en ijzige kou diep in me…

.

De dokter

Een goeie baan, nou ja, wat geld betreft dan hè…ik moest zo’n twaalf uur per dag werken en dat legde ons dan weer geen windeieren. In het begin was het nog leuk en kwam ik ’s avonds met een lachend gezicht en kusjes thuis en zoende ik de kinderen of nam ze op schoot. Papa was niet alleen maar de man die ’s zondags het vlees sneed, ik was ook de beste vriend van de kindereren, tot het genoegen van Jeltje.

En toch…we zagen elkaar wat minder, ook in bed. Na een werkdag was ik afgetobd en kwam ik niet aan het ontspannen toe dat in het verleden tot zoveel mooie momenten had geleid. Eerlijk gezegd, ik had er ook niet zoveel zin meer in. Ik begon in Jeltje steeds meer de moeder van mijn kinderen te zien en steeds minder een vrouw om gek op te worden, een vrouw die kriebels en tintelingen veroorzaakte of zelfs een gewone prooi voor mijn man-zijn. Aan de andere kant leverde het nauwelijks problemen op want ik had het idee dat het moederschap haar ook zwaarder viel dan ze had gedacht. ” Elke dag kom ik uren tekort”, zei ze en veel verder kwam ze dan niet omdat ik de energie niet kon opbrengen om naar de achtergronden van haar verhaal te luisteren. Een enkele keer liet ze wat doorschemeren. ” Wat ben je vroeg”, zei ze op een middag, toen ik inderdaad wat vroeger thuiskwam. Het klonk bijna teleurgesteld. Met tuitlipjes bergde ze haar teken- en schilderspullen op. Niet dat het nodig was geweest want een kwartier later lag ik in mijn draaistoel te knorren. Haast zuchtend haalde ze haar hobby weer tevoorschijn. Het zal een twee uur later zijn geweest toen ze me wakker maakte met de opmerking “het eten is klaar”  en een zoen. Haar teken- en schilderspullen waren toen al weer opgeborgen omdat we de tafel nodig hadden voor het eten en…ik had dus niets van haar werk gezien.

Later begreep ik haar opmerkingen over de beperkte tijd die ik voor haar had. ” Kom eens bij me zitten”,  “Luister eens”, “Wat moeten we met…”, “Doe eens rustiger aan…” en zo ging het maar door maar ik hoorde de onderliggende boodschap natuurlijk niet: “Geef mij eens wat meer aandacht.” Nee, ik klopte mijzelf op de borst en vond mijzelf een kampioen in het onderhouden van een gezin. Van tijd tot tijd gingen we met vakantie naar een binnenlandse bestemming omdat de kinderen nog zo klein waren. “Het is altijd leuk voor ze als er een zwembad in de buurt is”, zei Jeltje vaak en ik knikte braaf omdat ik aan de rand van het zwembad via mijn laptop mijn werk verder kon beheren.

Van vrijen kwam het zelfs in de vakantie niet meer omdat het doodeenvoudig niet meer in de cultuur zat, de cultuur van alledag.We keken tv zoals de meesten, maakten wandelingen en sliepen aan de rand van het zwembad en we dachten, we wilden geloven, dat we gelukkig waren. Alleen al de herinnering aan de verschrikkelijke jaren in Deurne, waren daarvoor voldoende.

071013_272_anp_img-131007-071_onlinebild.jpg

De afgelopen dagen heb ik lange wandelingen gemaakt met mijn hond. Heerlijk dwalen langs wegen en straten in de hele gemeente. Samen kwamen we heel wat verder dan gewoonlijk het geval is omdat ik meestal in tijdnood zit vanwege mijn werk. Ook de hond vindt die wandelingen leuk en ik hoop dat het voldoende compensatie biedt voor de keren dat is iets snel-snel moet doen.

De laatste dagen is de lol er een beetje van af. Grote en kleine klieren trekken door de straten en mikken vuurwerk in het rond waardoor zo nu en dan een knal ontstaat die je een acute hartstilstand zou kunnen bezorgen. Mijn hond vindt daar niets aan, sterker nog, hij wil onmiddellijk naar huis. Ik vind er ook niets aan en erger me zelfs aan het dagenlange, nodeloze en in mijn ogen stompzinnige geknal op niets af.

Zouden al die stoere dreunmajoors nog wel weten waar het knallen tegen het eind van het jaar vandaan komt en wat de bedoeling ervan is? Oorspronkelijk was de herrie bedoeld om de kwade geesten te verdrijven. En geloof me. die zijn er veel in onze tijd. Ze huizen niet rondom ons maar ik heb het gevoel dat ze in ons zitten: agressie, doodsangst, paniekgevoelens, eenzaamheid en wanhoop. Geknal kan daarbij een therapie zijn, een moment van macht. Juist de concentratie daarvan, het omnzetten van knallen in iets moois, prachtig vuurwerk, werkt positief. Het doelloze herrie maken gedurende vele dagen, leidt onze jeugd volgens mij alleen maar verder in de negativiteit en depressie.

Ik snap ook niet hoe ouders ertoe komen hun kleine kinderen met bergen knallers op pad te laten gaan. Dat is gevaarlijk en dat kunnen die ouders ook weten. Kan het ze niets schelen als op een goed moment hun kind zonder hoofd, arm of oog thuis wordt gebracht of als het nergens meer op reageert omdat de oortjes een beetje dysfunctioneren?

Dan is het huis meestal te klein en Leiden in last. Dan moet de hele wereld beschermd worden tegen gevaarlijk vuurwerk. Niemand die durft te roepen dat de ouders ook eens wat strenger hadden kunnen zijn en wat beter hadden kunnen opletten. Alles staat op zijn kop.

Kortgeleden las ik dat motorrijders een veel grotere kans op overlijden hebben in het verkeer dan automobilisten. Dat is nogal logisch aangezien motorrijders veel minder beschermd zijn en maar op twee wielen rijden. Bovendien…heeft iemand ooit wel eens waargenomen hoe motorrijders zich over het algemeen in het verkeer gedragen? De psychopathie bevangt mensen nogal eens zodra zij op een motor klimmen. Misschien zou een psychologische test bij het rij-examen een goed idee zijn. Iets voor het nieuwe jaar?

Het zal er wel weer op uitdraaien dat alle anderen beter moeten opletten en voorzieningen moeten treffen om mororrijders meer veiligheid te bieden. Ondertussen zeilen zij gewoon door, te hard, te onachtzaam en te slordig en zo gaat het met het vuurwerk denk ik ook.

Een goed 2008 allemaal…

 

Sjoeges,

Kaj

Http://sairaramira.nl.wordpress.com

 

Service

www.yord.nl/article/637272

www.mineco.fgov.be

www.kicks-moto.be

www.motor-forum.nl/forum/list_messages/172063

periscoop.jpg

Vanmorgen toen ik de hond uitliet, zag ik het weer. Mensen begluren elkaar als nooit tevoren. Achter gordijntjes en vanachter de bloempotten kijken mensen naar buiten om te zien of er niet iets verschrikkelijks gebeurt.

Dat was vanmorgen ook weer het geval. Terwijl ik met mijn hond de tuin van iemand passeerde, zag ik hoe, waarschijnlijk, de vrouw des huizes van achter een hoekje van het gordijn stond te gluren. Ik kreeg bijna het gevoel dat ze graag wilde dat mijn hond in haar tuin zou poepen. Dan had haar gegluur tenminste doel getroffen. Ik heb vriendelijk naar haar gewuifd en wat dacht je? Ze wuifde terug! Lief oud mensje…

Zelf merken ze het natuurlijk niet maar bij veel mensen houdt de wereld op bij de grens tussen voortuin en voetpad en de grens tussen achtertuin en looppoortje. Wat daarbuiten gebeurt, is hun zaak niet totdat weer eens die ” keurige”  buurman van twee huizen verderop zijn kinderen vermoordt en de hand aan zichzelf slaat. Maar… zijn hond in de voortuin van een ander laten poepen, nee dat deed hij nooit!

Ik ook niet trouwens. Veel erger dan hondenpoep vind ik wel het gegluur naar elkaar, in de hoop dat iemand anders iets doet dat niet hoort. Zo kun je ook nachtenlang wakker liggen in de hoop dat de haan van de buurman afgrijselijk vroeg begint te kraaien. De overkomende vliegtuigen neem je voor lief. Dan kun je erover zeuren. Ja, er kunnen zelfs burenruzies uit ontstaan.

Zelf hoor en zie ik nooit wat. Hoewel, ik ruik het altijd wel als er brandlucht in de omgeving hangt. Ooit heb ik gezien hoe het huis van vrienden is afgebrand en dat bracht de geur van gerookt spek met zich mee. Daar ben ik wel gevoelig voor. Gek he? Kennelijk ben ik ook gauw bereid om op kleinigheden te letten.

Mobbels,

 

Kaj Elhorst

Service

www.geheugenvanoost.nl

www.yukiko.web-log.nl/yukiko/2007/02/sociale_control.html

www.seniorennet.be

strip_kapitein_rob_2.jpg

Kapitein Thijs Romer

https://sairaramira.wordpress.com

 Service

www.kapiteinrob.nl

www.skylgerskip.blogspot.com