You are currently browsing the category archive for the ‘Doodziek’ category.

Hij huilde meer…niet alleen ’s avonds in bed maar ook overdag. Het leek of hem permanent iets dwars zat. Aan de andere kantcwaren wij er ook vaker voor hem, al dagen. Nu was gebleken hoe erg Jeroen had geleden onder de afzondering van de ouderen in het huis, bekommerden we ons meer om hem.

Niet dat het er vrolijker  op werd, zeker de eerste dagen niet. Het huilen hield soms haast niet meer op en het was onmogelijk om hem naar school te laten gaan. Integendeel, na twee dagen bezochten Jeltje en ik met hem de huisarts. We kenden de dokter goed, natuurlijk kenden we hem goed maar na zijn onheilsbericht van een maand of twee geleden kwamen we er liever niet meer. Er gebeurde waar we bang voor waren geweest. Hij zette een ernstig gezicht en begon ene uitvoerig, ernstig gesprek over onze gezinssituatie. Ik moest ter plekke antwoorden verzinnen want ik had geen zin om op alle details in te gaan. Dat we altijd op de vloer zaten, vertelde ik niet maar wel dat de gordijnen half dicht waren. Hij kon dat niet goedkeuren. Volgens hem ontstond daardoor ene depressieve toestand in huis, een toestand ook waarbij Jeroen zich steeds zou afvragen waarom dat bij os zo was en bij anderen niet…

Het was een stortvloed van oppervlakkige meningen en opvattingen die over me heen kwam, sommige onderbouwd, andere weer nauwelijks. Een enkele keer schreef hij de toestand aan gebruikte geneesmiddelen toe. Ik kreeg het gevoel dat achteruit mijn hoofd de jeugdpsychiater op kwam dagen en het was alleen nog maar wachten op dat woord maar nee…het bleef uit. ” Ik raad u aan Jeroen te laten deelnemen aan het moestuinproject dat door Jeugdzorg is opgezet in het kader van grootscheepse zorgpreventie”, zei hij. Ik weet haast zeker dat ik hem even met open mond heb aangekeken o aan te geven dat ik hem niet begreep maar de dokter liet zich daardoor niet van de wijs brengen.

Hij hield een lang betoog over de gunstige uitwerking van het moestuinproject, juist op kinderen die thuis met problemen te maken hebben. ” De gemeente subsidieert het”, was zijn laatste opmerking die klonk als het allerlaatste en absoluut overtuigende bewijs dat het iets goeds was.  Ik weet niet meer wat ik gedaan heb, of ik eerst gezucht heb of dat ik meteen ben opgestaan. In elk geval had de dokter nog de tijd om een formulier half in te vullen dat ik op moest sturen om in aanmerking te komen voor het moestuinproject. Ik heb de man nog een hand gegeven ook. Ja, ik heb zelfs “dank u dokter”  en ” tot ziens”  gezegd. Eenmaal buiten heb ik het formulier overhandigd aan een man van de plantsoenendienst die even uitrsutte terwijl hij op een hark leunde.

Het probleem voor Jeroen was daarmee natuurlijk niet van de baan. We begonnen serieus na te denken over verhuizen en een andere school en zochten ook naarstig onze hersens af om te kijken of we iemand kenden die Jeroen kon helpen. Maar…het werd nog erger. Twee dagen  na het bezoek, meteen nadat we het bed uit waren, riep Froukje  ons met slaperige stem weer bij elkaar. Ze vond dat de band wat aan het verwateren was, mogelijk kwam het door de toestand met Jeroen maar hoe dan ook…het was allemaal wat minder “close” geworden. Ik denk dat ze gelijk had maar op dat moment was het aslof ik mijn hart letterlijk in mijn schoenen voelde zakken. En toch…ik besloot me niet te verzetten. Dat had ze niet verdiend. Ik zei niet: ” Maar meid , je weet toch wel dat ik je helemaal niet kan missen?”  Ik zei doodleuk: ” Maar meid, je weet toch wel dat WE je niet kunnen missen?”

Het was een welbewuste tactische variant maar Froukje weigerde erin te trappen. ” Nee, ik vind juist dat jullie steeds beter zonder mij kunnen. Ik heb mijn tijd hier gehad”, zei ze en ze lachte er zelfs bij. “Het is nu weer ana jullie drieën om er voor de rest van de tijd iets moois van te maken”  ” En jij dan?”  vroeg ik terwijl ik wist dat mijn teleurstelling in de vraag duidelijk doorklonk. “Ik?” vroeg ze dapper. ” Ik ga weer naar huis, naar die oen van me toe en kijken of we er toch nog iets moois van kunnen maken.” Ik was verbijsterd. Kennelijk kon ze zich met die muppet van een man net zo goed vermaken als met mij, tenminste, die mogelijkheid hield ze open…

Froukjes besluit stond vast en ik was de laatste die met haar in discussie wilde gaan al wist ik bij voorbaat dat ik haar verschrikkelijk zou gaan missen. Ze was de helft van mijn huwelijk geworden en dat sloeg niet alleen op de seks.Maar ik slikte mijn teleurstelling in, ja, het was meer teleurstelling dan verdriet maar wel ene heel grote. Ik had gedacht dat Froukje in flinke mate aan mij gehecht was geraakt maar dat viel me nu zwaar tegen.

Misschien had Jeltje de sleutel van alle problemen in handen. Ze zei niet veel toen Froukje haar vertrek anakondigde, sloot haar in haar armen en gaf haar een paar stevige zoenen. ” Je bent een fantastische  zus en schoonzus”, zei ze. “Je hebt ons geholpen en gesteund waar je kon en op die manier een oplossing voor jezelf gevonden. Ik ben blij voor je…”  Ik zag dat ze haar tranen niet kon inhouden,. ze dook met haar gezicht op mijn schouder…” We moeten het nu weer zelf doen”, fluisterde ze nog.

Advertenties

Meeslepend, zo kon je de sfeer wel noemen in de Ahoy…de aanwezigen hadden inmiddels kans gezien de hele hal te laten geuren naar bier en wiet en daar is vrij veel voor nodig. Mijn vriend en zijn vriendin liepen voorop en meteen daarachter volgde ik met beide zusjes stevig tegen mij aangeklemd met een arm. Het was een  heerlijke belevenis. Vooral ook omdat ik merkte dat uitgaan goed was, goed om te vergeten wat er aan negatieve gevoelens door me heen waren gegaan. Goed om te weten dat vreemdgaan en ziekte niet het einde van de wereld en ook niet het einde van de liefde betekenden. Integendeel, het werd steeds duidelijker hoe erg wij alle drie aan elkaar verbonden waren. Eigenlijk was het absurd om te bedenken dat Froukje hier met ons meeliep naar een concert terwijl ze in alle toonsoorten weigerden naar haar eigen man thuis terug te keren…

De zalen in de Ahoy zijn eigenlijk nooit vol en dat waren ze nu ook al weer niet. Zonde want de sfeer van zo’n bluesfeest kwam daardoor niet echt tot stand. Het bleef een beetje hangen op los van elkaar rondscharrelende groepjes die zich vooral druk leken te maken over de verdeling van koffie, marsen en pillen… Wij onttrokken ons daar zoveel mogelijk van, dat werd zo erg dat we zelfs ons tweetal vrienden kwijt waren en dat is een hele klus, zoeken in die menigte. De mobiele telefoon zij geprezen!

Het was geen slecht concert maar na een half uur zag ik Jeltjes gezicht betrekken. We konden elkaar nog net in de oren fluisteren wat er aan de hand was. ” Ik word van al dat getoeter moe en ik krijg er hoofdpijn van”, verzuchtte ze.  Ik keek om mij heen om te zien of er ene rustiger plekje te vinden was maar een geruststelling vond ik in de directe omgeving niet. Integendeel, de pillendealende mede-bezoekers gaven mij het gevoel dat we hier nooit met rust gelaten zouden worden.  Er zat maar één oplossing op: wegwezen…

Mij vriend en zijn vriendin keken zorgelijk: “Heeft ze zeker net iets opgepikt, ik hoor het wel meer de laatste tijd.” Voor mij betekende dat haastige instemming en een hoofdknik. ” Als we niet terugkomen, ontmoeten we jullie bij de TeddybearBar. Er kwam een wat stugge hoofdknik voor terug. Ja, echt gezellig was het allemaal niet. ” Zal ik maar bij ze blijven?”  vroeg Froukje die nog ongestoord fris en fruitig was. “Niet dat ik het leuk vind maar dan hebben ze tenminste niet het idee dat ze ons voor niks hebben meegenomen.” Jeltje en ik knikten en knipperden een beetje met de ogen. Intussen hield ik mijn vrouw met twee armen vast en zo begeleidde ik haar naars de uitgang, begeleiden ja, het was haast tillen….

In de TeddybearBar was vrijwel niemand aanwezig en de muziek stond er heel zachtjes, zoemend aan. Het was nauwelijks te horen wat voor muziek het was, iets heel zoetigs in elk geval. Dat was de trend in deze bar, zoete muziek. Wat kon je ook anders verwachten van de TeddybearBar….? We zakten in een bank met dikke, stevig gevoerde kussens weg, hijgden allebei uit en keken elkaar aan. Plotseling sloeg Jeltje haar armen om mijn nek en barstte ze in huilen uit. ” Ik heb zo’n spijt van dit alles, ik houd zoveel van je….”  Ze huilde zo erg dat haar ademhaling onregelmatig begon te worden en ik bang werd voor een aanval van benauwdheid of erger.

Veel heb ik er toen niet aan kunnen doen. Wat er precies gebeurde weet ik niet meer maar ik denk dat we samen in slaap zijn gevallen op die zachte, met rode kussens gevulde bank. FDe barman heeft ons waarschijnlijk gewoon laten slapen want het begon al donker te worden toen mijn vriend, zijn vriendin en Froukje ons wekten. We lagen stevig verstrengeld met elkaar en hadden zelfs moeite om weer los te komen. Dat kwam ook door Jeltjes ogen, die ogen die nog steeds zo keken als vroeger toen ik haar met zoveel moeite naar me toe had gehaald. Toen mijn hart bijna had stilgestaan bij dat hek voor het huis van haar ouders. Stil gestaan van angst. Dat gevoel kreeg ik nu weer. Mijn har stond bijna stil van angst en weer was het de angst om haar te verliezen maar deze keer kwam er geen boze vader aan te pas. Het was het boze monster dat haar van binnen langzaam opvrat, dat me beangstigde.

Even zag ik Froukjes ogen, wat leken die op de ogen van Jeltje…alleen in haar ogen las ik nu niet zoveel.” Tijd voor ene borrel”, zei ze koeltjes en ze draaide zich om in de richting van de bar. Onze vrienden waren daarvoor ook wel te porren. Opnieuw keek ik diep in Jeltjes ogen en ik hoorde haar lippen haast onhoorbaar fluisteren: ” Ja, een lekkere cocktail zou er wel in gaan.” Ze glimlachte flauwtjes en draaide haar gezicht toen van me af zodat ze ontspannen en rustig op de bank kon blijven liggen. Mijn arm bleef haar schouders ondersteunen ook al voelde ik hoe de tinteling erin kroop. Er stroomde daar geen bloed meer.

“En hoe gaat het met jullie?”  Froukjes stem klonk heel geïnteresseerd terwijl ze in de richting van mijn  vrienden keek. Ik wist dat ze veinsde maar het kwam allemaal wel op het juiste moment. ” Nou”, zei de vriendin van mijn vriend…”daar is heel wat over te vertellen….”

Waarom weet ik niet maar iets bracht me ertoe razendsnel ene afspraak te maken voor die test.Misschien was het mijn gevoel dat me zei dat er gewoon niets aan de hand was. Misschien waren er de onschuldige ogen van Jeltje, nou ja ondeugend maar toch onschuldig. Ik wilde gewoon horen dat er niets aan de hand was en dat moest zo gauw mogelijk gebeuren. Ik wist zeker dat het allemala op een grote vergissing berustte en dat zou er dan al gauw uitkomen.

Het was trouwens pas op de ochtend van de dag van de afspraak dat Jeltje ernaar vroeg. ” Ga je die test nog doen?”  vroeg ze. ” Dan zijn we er tenminste af, dan weten gewoon dat er niets aan de hand is.”  Om de één of andere reden had ze dat beter niet kunnen zeggen. Het klonk mij te zoetjes, alsof er meer was, alsof ze meer wist dan ik. ” Ik ga het vandaag doen, over een uurtje”, zei ik zo losjes mogelijk alsof het me eigenlijk niet zoveel kon schelen. Jeltje reageerde lauwtjes: ” O, nou, zal ik meegaan?”  Normaal gesproken zou ze gezegd hebben. ” O, maar dan ga ik mee.”  Maar nee, deze keer was ze afhoudend, hopend op een ontsnappingsmogelijkheid.  Ik schudde mijn hoofd. ” Nou nee schat, het is maar een test en die is zo voorbij. De uitslag komt later. Dan…mag je mee.”

Of ze echt verbleekte bij die gedachte,weet ik niet meer maar ze schrok wel. We wasten samen af want we hadden altijd een bloedhekel gehad aan een afwasser. Afwassen hoorde voor ons tot het dagelijks praatcontact alleen deze dag wilde het gesprek niet vlotten. We waren veel teveel met onze eigen gedachten bezig rond het hele ranzige idee dat er iemand van ons besmet zou zijn met HIV en hoe dat dan zou komen. De stilte bleef haast ijzig hangen tot op het moment dat ik de deur uitging voor de test…ja ze kon me moeilijk tegenhouden. Dan zou ze de kans lopen dat ze door mij besmet werd of in elk geval de kans daarop lopen, zo hoorde ze te denken. Dus nee…hoe je het ook wendde of keerde…ze moest me naar die test laten gaan.

Het was ook opmerkelijk dat ik gewoon, snel en ontspannen naar het ziekenhuis fietste. Mijn gedachten gingen zelfs met me op de loop en de gedachte kwam  toen voor het eerst in me op om over mijn ervaringen een boek te schrijven. Niet dat ik ooit eerder aan schrijven had gedacht maar nu leek mijn leven zo’n bizarre wending te nemen dat ik er wel wat in zag. Schrijven over je eigen, dramatische ervaringen, daar stond de hele Nederlandse boekenkast toch vol mee? Dit zou zeker aanslaan als verhaal al aarzelde ik nog wel even over het taalgebruik.

De weg ernaartoe ging snel en in het ziekenhuis was ik voor het eerst van mijn leven onmiddellijk aan de beurt. Ik had nog de neiging om aan de zuster te vragen of alle andere klanten waren overleden maar uiteindelijk eet ik op het puntje van mijn tong. Ik besefte dat de reden van mijn bezoek niet meteen uitnodigde tot veel humor. De zuster leek mij ook steeds verwijtend aan te kijken alsof ze al wist wat de uitslag was en wat daarvan de oorzaak was. Ik had gelijk, het zijn altijd de mannen die in dit soort gevallen overal de schuld van krijgen. Ik berustte in mijn lot en liet alles passeren in ene gelatenheid die past bij de stervenden.

Achteraf vond ik het vermoeiend. Dat was de stress die mij stiekem toch behoorlijk te pakken had genomen. Vermoeiend zo’n onderzoek en zelfs zo vermoeiend dat mijn libido in elk geval voor die dag een behoorlijke knauw had opgelopen. Het zou die avond niets worden. Toen ik thuiskwam, was Jeltje weg, ze had kennelijk niet op me kunnen wachten. Natuurlijk wist ik nietwaar ze heen was maar het ergste was het lege huis waar ik in kwam. Ik voelde met nutte- en energieloos…ik zakte op de bank onderuit en klikte de tv aan…Boer zoekt vrouw, herhaling…het kon me niet schelen en bleef kijken.

Pas twee uur later kwam Jeltje thuis. Ze zag er opgewonden uit, alsof ze een heftige ontmoeting had gehad. ” Alles goed gegaan?”  vroeg ze hijgerig. “Nog wel”, bracht ik uit en ik merkte dat het me moeite kostte om die woorden sterk en gearticuleerd te laten klinken. Ik voelde me intens moe. ” Wanneer heb je de uitslag?”  Ik rommelde wat met een hand in mijn broekzak en bekeek een papiertje dat nu helemaal verfrommeld was. ” O, eigenlijk hoef ik me daarover geen zorgen te maken want de dokter gaat me bellen.”

Die avond viel de grote stilte in. Het leek wel of Jeltje niet meer wist wat ze tegen me moest zeggen, van tijd tot tijd dook ze weg achter haar boeken, de stofzuiger, de was en zelfs achter de kat. Het was ongewoon in ons huis waar altijd vrolijkheid en jubel hadden geheerst. Nu was er van al dat leven weinig meer over en als het klopte met de HIV, dan zou het nog erger worden. Het was benauwend voor mij, de hele dag te leven onder de druk van die test. De uitslag leek nu een donkere wolk die langzaam naar ons toe dreef en hoe dichter de dag van de uitslag nabij kwam, hoe zwaarder en hoe drukkender het werd. Alle voortekenen van een hevig onweer waren aanwezig. En dan inderdaad…op een ochtend om kwart voor negen ging de telefoon…bij de zesde keer had ik het ding te pakken en ik luisterde….

regie.jpg 

Zaterdag was ik aan de beurt. Een drukkend gevoel op de borst en een onplezierig gevoel. We zijn meteen naar de huisartsenpost in het ziekenhuis geweest. Daar duurde het behoorlijk lang voordat het echte onderzoek begon maar de conclusie was duidelijk: ik moest per ambulance naar de IC afdeling van een ander ziekenhuis.

Ik had het gevoel elke regie kwijt te zijn over mijn eigen bestaan. Het een volgde op het ander zonderdat ik er een speld tussen kon krijgen. Voordat ik het wist, lag ik aan de slangen, bellen, toeters, monitors en was ik overgeleverd aan pillen, prikken en bloeddrukmeters. Jahaa, de tweede dag wist ik het al, ik moet hier weg en ik ben dus ook naar huis gegaan.

Dat lag niet aan de artsen of de verpleegkundigen. Integendeel. Die mensen hebben alles op alles gezet op mij in leven te houden en daarvoor ben ik ze dankbaar. Maar het regiem van zoiets: ik kan er niet tegen. Misschien als ik me echt doodziek had gevoeld, misschien had ik dan minder weerstand gemerkt. Deze keer lag ik luidkeels te zingen met de liedjes op tv alsof ik niet expres een koptelefoon had op gekregen.

Ik liet ook mijn linker- met mijn rechtervoet gesprekken voeren over de omgeving en om half vier ’s nachts ben ik maar weer tv gaan kijken omdat ik niet slapen kon. Toen  bleek dat er op de buis alleen maar shit was, ben ik in het boek gedoken dat ik mee had genomen. Of liever: dat mijn oudste zoon voor me had opgehaald.

Ik vraag me nog steeds af of ik het echt aan mijn hart heb gehad want uit het onderzoek is dat niet gebleken. Maar wat was het dan? Stress? Inbeelding? Wanhoop? Ik weet het niet en in elk geval zijn de specialisten er niet achter gekomen op dat moment. Ook zij konden dus niet voorkomen dat ik de gezondheidszorg weer een paar dagen duurder heb gemaakt, nog afgezien van de peperdure pillen die ik heb meegekregen.

Giftig hoor dat spul, maar wel werkzaam voor iets. Behalve genezing kan ik er darm- en maagbloedingen van krijgen, nier- en leveraandoeningen en zelfs een hersenbloeding. O ja, ik maak ook nog kans op tintelend en doof gevoel in mijn ledematen. Tijd om de wandelschoenen uit de garderobe te halen dus. Geneesmiddelen, allemaal…

Het is de wanhoop die je als mens voortdrijft als je je overgeeft aan dat soort middelen. Wie gezond denkt kan toch met de beste wil van de wereld er niet toe overgaan zoiets door zijn strot te wurmen?

 De pillekens,

 Kaj Elhorst

 www.sairaramira.wordpress.com

www.mstwente.nl/apotheek/geneesmiddel/

www.uitwanhoopgeboren.nl

www.regieovereigenleven.nl

   

Blog Stats

  • 10.303 hits

RSS my home

  • Er is een fout opgetreden. De feed is waarschijnlijk uit de lucht. Probeer later opnieuw.
Advertenties