You are currently browsing the category archive for the ‘Uncategorized’ category.

Nooit meer…hoewel, de volgende ochtend stond hun auto nog steeds voor onze deur maar het kon me niets schelen of ze er nog in zaten of niet, ik ben ook niet gaan kijken. Pas vele uren later was het ding weg en daarmee was voor mij voor goed de deur dicht. Het was een ongekend gevoel voor me maar ik wist meteen dat het goed was. Ik voelde me bevrijd van een vriendschap waarvan ik me afvroeg of het ooit wel vriendschap was geweest. Wat hield het allemaal nou eigenlijk in?

Zuipen, barbezoek, een enkele keer naar de film, popconcerten en discussiëren over neukervaringen, vooral na Pinkpop, nee, een echt beter gesprek had er nooit bij gezeten. We waren razendsnel dor de dagen gevlogen zonder ooit iets zinnigs te doen en eens bij elkaar binnen te kijken. O nee, daar moest iedereen afblijven en zelfs onze ” best ”  vrienden kregen daar geen kijkje in. Hooguit de teleurstelling over een veel te dure nieuwe auto was onderwerp geweest op gevoelsgebied. Daar hield het dan zo ongeveer mee op. Zelfs het voetbal stelde in onze vriendschap niets voor want ik hield niet van voetbal en dat is nog steeds zo. Ik wil niet zeggen dat het afscheid zo maar een uitgemaakte zaak was. “Uitgemaakte zaak”, eigenlijk een bizarre uitdrukking als je er over nadenkt. Nee, ik heb zeker ene uurtje voor me uit zitten staren om de hele vriendschap eens te laten passeren en toen wist ik het zeker: weg ermee. Pas nu ik dit opschrijf, denk ik eraan terug. Zonder weemoed want ik weet dat ik het goeie heb gedaan. Voor ons allemaal.

Tevreden keek ik om me heen, ik zag Jeltje en haar nog steeds prachtig golvende haar, Froukje en haar wilde haardos en mijzelf zag ik in de spiegel en,..het moet gezegd worden…ik was en ben een knappe jongen. Ik kon me best voorstellen dat die meiden hartstikke gek op me waren geworden. Jeltje met wie ik nooit meer een vrijpartij zou durven hebben, Froukje die voortdurend naar zo’n vrijpartij verlangde en wist dat ik er ook voor “in”  was, wij hadden een band, een heel intieme band. Natuurlijk, we hadden ook een gezamenlijk probleem. Een gezamenlijk band van ellende maar het was opvallend, die ellende bracht ons samen en bezorgde ons alledrie ene intens gevoel van geluk. Ik kon het merken aan de woorden die de meisjes met elkaar spraken en de manier waarop ze mij   aankeken. Zelden had ik met zoveel zorg de twee meiden dagelijks omarmd. Voor het eten…voor de ontspanning…

Natuurlijk dat kon ook doordat ik me ziek had gemeld. Ik vroeg me ook af wat ik op mijn werk nog moest doen. Misschien waren er collega’s met wier ik beter kon omgaan dan met mijn “vrienden”  maar behoefte, nee behoefte had ik er niet aan. Ik bewoog mij geregeld heen en weer tussen huis en supermarkt om eten in huis te halen, voor onszelf, de kat en het kind. Zo nu en dan speelde ik ook met hem, dan legden we de hele vloer van zijn kamer onder het uitgebreide wegennet, de plastic ruimtevaartbasis met daarnaast een brandweerkazerne en een manege en alles wat hij in de loop van de tijd meer had gekregen. We waren een gezin met z’n drieën dat van tijd tot tijd alleen werd opgeschrikt door de woede-uitvallen van Froukje in de richting van haar man die als maar vroeg wanneer ze thuis zou komen. Was het raar? Nou ja, ze logeerde drie weken bij ons voordat er nijdige brieven van zijn hand binnen kwamen al dreigde hij nog steeds niet met een scheiding.

“Dan zie je maar eens wat een schijterd hij is”, zei ze soms venijnig op een toon die mijn mag ineen deed krimpen. Hij durft nog niet eens over een scheiding te beginnen, omdat-ie dan z’n lieve vrouwtje kwijt is, z’n lieve schattige vrouwtje waarmee hij altijd zo graag de vloer aanveegt.”  De koude rillingen liepen mij over de rug. De snerpende toon die Froukje kon opzetten, had Jeltje nooit tegen mij gebruikt. Op een dag vroeg ik haar waarom ze zelf niet aan haar man voorstelde om te scheiden. Ze keek mij met grote, ontzette ogen aan en wilde eerst niet antwoorden maar na twee happen banketstaaf, ja het was Sinterklaastijd, zei ze toch heel zachtjes een paar woorden. ” Het gaat niet om MIJ, het gaat om HEM! Hij moet eens een keer laten zien dat hij een echte vent is.” Ik moet zeggen, die opmerking dreunde even bij me door. Het werd me duidelijk dat Froukje eigenlijk helemaal niet van haar man af wilde. Helemaal begrijpen deed ik dat niet want ik vond het inderdaad maar een suffe lul terwijl Froukje volgens mij veel meer in haar mars had, beeldhouwen en toneelspenen enzo…creatief meisje. Creatiever dan Jeltje eigenlijk…nou ja….anders

Vrienden….nee, er kwam eigenlijk niemand meer aan de deur. Een enkele keer was er de buurman die om een afspraak kwam bedelen, gewoon omdat hij iets wilde weten. Ik zag aan zijn schichtige gedrag dat hij vond dat het er allemaal maar raar uitzag bij ons, een beetje rommelig misschien ook. Meestal waren de meisjes boven als hij aanbelde maar de rommel kon ik niet zo snel wegwerken en het kon me niet schelen ook…

Advertenties

“Ja schat, ik weet het maar ik kan nu echt even niet weg. Ik heb hier een centrale taak. Ze zitten hier in een crisis en ik moet die helpen oplossen. Ik doe het voor mijn zusje.”  Even zweeg Froukje aan de telefoon maar het rood in haar gezicht werd weer steeds feller. ” Ja, die ja, dat is mijn zusje, die andere dochter van mijn ouders, die meid die jij nog mooier vond dan mij…”>  Weer valt er ene stilte en weer loopt het rood op.” Nou ja, dat heb je wel een keer gezegd. Stom eigenlijk van je, hè? ” Hetw erd mij steeds duidelijker dat Froukje en haar man, die godbetert Berthold heette, ook in een soort Crisis verkeerden. Ik krabde mij eens achter de oren om te bedenken hoe een vrouw als Froukje in ’s hemelsnaam had kunnen  trouwen met ene Berthold van der Veenmeren…pfff

Ik merkte dat ik voor het eerst sinds tijden mijn hoofd weer kon schudden over iemand anders dan over mijn eigen gezin. Voor mijn gevoel kon die crisis bij mijn zwager en schoonzus nog een veel ernstiger vorm aannemen dan die bij Jeltje en mij. Diep in me voelde ik nog steeds liefde voor mijn vrouw, ja zelfs respect. Hoe het mogelijk was, was een andere vraag want ze had me toch lelijk te grazen genomen. Maar toch…mijn gevoel, ja mijn gevoel leek zo nu en dan wel een eigen leven te leiden. Intussen had ik besloten om gewoon te blijven zitten waar ik zat en met een soort onverschillige houding  te veinzen dat ik niet meeluisterde. Dat was overigens vrijwel onmogelijk want Froukje ging van tijd tot tijd ernstiger te keer dan onze kat als je probeerde een boomtak tussen haar achterpoten vandaan te rukken.

“Nou ja”, haar stem leek nu een beetje op een schorre kermistoeter, “je lost dat geouwehoer maar op, je bent toch altijd zo’n handige, intelligente jongen en goeie vader? Dan heb je deze wat dommige blondine vast niet nodig.” Ik keek even op en zag dat ze gelijk had, ze was blond. Dat was me eerder nog niet zo opgevallen.

Het was wel opvallend hoe stil en zwijgzaam Jeltje het allemaal aanhoorde en ineens drong het tot me door. “Wat maken die twee een ruzie hè?”  zei ik tegen  haar. Ze keek me heel even van achter één van haar prachtige lokken aan. ” Ik ben te moe, veel te moe en alles doet zeer”, zei ze.  Waren dat niet de eerste klachten van een patiënt met AIDS? Ik kon niet voorkomen dat ik een bezorgde blik op haar wierp. Zoals ze er nu bij zat…ik had zo’n verschrikkelijk medelijden met haar, waarom kon je zo wanstaltig veel van iemand houden? Het was toch onlogisch? “Ik ga naar bed”, zei ze zachtjes en met schorre stem. ” Ik houd dit niet vol.”

Ze deed geen lamp uit maar toch leek het of het ineens een stuk donkerder in de kamer was toen ze eenmaal was opgestaan en de deur uit was. Ik keek haar wanhopig na, dat kon ik niet in de spiegel zien maar ik voelde het aan mijn gezicht. Mijn ogen dwaalden even later weer in de richting van Froukje maar die stond op en liep achter haar zusje aan. Ik voelde dat ik me daarin maar even niet moest mengen. Twee zusjes die samen verdriet gingen zitten hebben op de rand van eenbed ofzo….

Mijn  ogen dwaalden de kamer rond. Aan de muur recht tegenover mij stond een grote boekenkast en ik las de titels op de banden. In het verleden had ik de meeste ervan verslonden. Boeken daagden mij altijd uit om zo snel mogelijk door te wurmen. Nu deden ze me niets. Ik had het gevoel dat ik zelf de hoofdpersoon was in een verschrikkelijk en ellendig boek. Ik verweet mezelf zelfs dat ik ooit naar de dokter was gegaan voor die stomme vlekken op mijn voorhoofd. Die waren inmiddels weg trouwens…

Het duurde niet eens zo lang…Froukje kwam de kamer weer binnen maar haar humeur was waarschijnlijk niet opgeknapt. Ze keek nog steeds vooral naar de grond. ” Heb je honger?”  vroeg ze.  Ik bedacht me ineens dat ik de hele avond nog niets had gegeten maar honger, nee, dat voelde ik niet. Ik had niet eens trek in whisky…ik had nergens trek in. Froukje trok voor zichzelf een doos met pizza uit de vriezer en legde die in de oven. “Het gaat nu echt heel slecht met haar”, bromde ze tussen de piepgeluiden van de oven door. Ik wist niets te zeggen als antwoord.We zwegen allebei.

In stilte kropen we naar elkaar toe. Dat ging vanzelf…alsof er een externe kracht was die ons gewoon naar elkaar toe schoof en sensualiteit zat daar niet bij, nee, alleen beweging naar elkaar toe. Het duurde zelfs nog een half uur voordat we tegen elkaar aanzaten en zo zijn we die avond in slaap gevallen. Ik geloof dat het pas drie uur ’s morgens was, toen ik vreselijk moest plassen, dat ik me met moeite uit haar armen losmaakte… Zij voelde zo wam aan, in dit ijskoude huis…

De dokter kijkt mij onbegrijpend aan. “Wat wilt u? Opsporen waar deaandoening vandaan komt, precies weten wie de oorzaak is?”  Hij kijkt even somber voor zich uit. ” Nee, dat is niet mogelijk. We kunnen aan de besmetting niet zien waar ze vandaan komt. Het is alleen maar mogelijk een onderzoek naar contacten te doen. ”

Daar zit je dan…dan moet de ander dus eerlijk zijn in het opgeven van de contacten. Dat wordt ene lange strijd. ” Maar kan het zijn dat iemand met HIV daar heel lang niets van merkt?” vraag ik. De dokter knikt. ” Dat kan ja, u bent er zelf een voorbeeld van. Het zit er al enige tijd. Pas als het uitmondt in aids, komen er gemene symptomen naar voren. Het kan ook zijn dat het nooit zo ver komt.”  Ik hoor de woorden van de dokter onbewogen aan maar in stilte  maakt de paniek zich meester van mij. Hoe zal ik kunnen aantonen dat ik niet de oorzaak ben? Ik kan wel zeggen dat ik geen vreemde contacten heb gehad maar wie zal mij geloven? Ik weet niet of ik dit met de dokter moet bespreken. Er bekruipt mij het vreselijke gevoel dat ik trucs en kunstjes moet gaan hanteren of dat ik intriges moet opzetten om de waarheid boven water te krijgen. Ik voel er weinig voor om daar mijn huisarts te betrekken. Aan de andere kant…wie dan wel?

Eenmaal thuis vind ik haar uitgeput en misselijk in haar stoel. Ze voelt zich de hele middag al zo, zegt ze maar daar blijft het dan ook bij. Jeltje lijkt het praten met haar man te zijn afgeleerd. Ons kind merkt inmiddels nauwelijks iets van. Die merkt stilte, misschien ongewone stilte maar geen drama, geen spanning.  Nog niet want het wachten is natuurlijk op de eerste, echte emotionele uitbarsting. De aanvang van de oorlog, van de verwijten en beschuldigingen. Die zullen elkaar op een goed of liever “slecht”  moment gaan kruisen en ontmoeten. Dan is er voor het kind ook een beroerde tijd aangebroken. Gek eigenlijk dat zoveel verschillende gedachten in zo’n korte tijd kunnen passeren.

Ik schuifel als een soort zombie door de kamer. Plotseling komt er een onverwachte gedachte in me op. Als ze vreemd zou zijn gegaan, had ik het nog niet eens zo erg gevonden. Maar dat ze HIV voor me verzwijgt…dat snap ik niet…dat begrijp ik helemaal niet. Ik merk dat tranen zich aandienen aan de binnenkant van mijn oogbol en op een goed moment zullen ze naarbuiten moeten.  Vroeger kropen we dicht, zo dicht mogelijk, bij elkaar en dankregen we het lekker warm en dan rook ik haar geur… Nu zoek ik  een hoekje aan het andere uiteinde van de kamer en we spreken geen woord tegen elkaar. Het is een ongewone ervaring, dat zwijgen. Dat doet extra pijn omdat we allebei eigenlijk vol zitten met woorden, we willen zoveel zeggen en toch…ik weet dat het bij haar ook zo is.

Gek is dat, ik weet het en ik vind het niet leuk voor haar maar een echt gevoel heb ik er niet bij. Het gevoel zit helemaal diep in mij verscholen en het lijkt weel of ik alles in mijn  lijf dubbel voel. Mijn gevoel houdt zich alleen nog maar met mijzelf bezig.  Ik wring mijn lichaam in allerlei houdingen die eigenlijk heel onhandig zijn in mijn stoel. Ik voel zelfs hoe mijn rug en gewrichten zeer gaan doen door de houding die ik aanneem. Het lijkt wel of ik me er behagelijk bij voel, bij die tothouding maar dat duurt natuurlijk niet lang. Ploseling sta ik op. “Kom, ik ga naar bed.” Slungelachtig en achteloos beweeg ik me door de kamer, ik peins er nog even over ~Jeltje een nachtzoen te geven maar nee…ook dat zit er niet meer in…ik ga…n

Waarom weet ik niet maar iets bracht me ertoe razendsnel ene afspraak te maken voor die test.Misschien was het mijn gevoel dat me zei dat er gewoon niets aan de hand was. Misschien waren er de onschuldige ogen van Jeltje, nou ja ondeugend maar toch onschuldig. Ik wilde gewoon horen dat er niets aan de hand was en dat moest zo gauw mogelijk gebeuren. Ik wist zeker dat het allemala op een grote vergissing berustte en dat zou er dan al gauw uitkomen.

Het was trouwens pas op de ochtend van de dag van de afspraak dat Jeltje ernaar vroeg. ” Ga je die test nog doen?”  vroeg ze. ” Dan zijn we er tenminste af, dan weten gewoon dat er niets aan de hand is.”  Om de één of andere reden had ze dat beter niet kunnen zeggen. Het klonk mij te zoetjes, alsof er meer was, alsof ze meer wist dan ik. ” Ik ga het vandaag doen, over een uurtje”, zei ik zo losjes mogelijk alsof het me eigenlijk niet zoveel kon schelen. Jeltje reageerde lauwtjes: ” O, nou, zal ik meegaan?”  Normaal gesproken zou ze gezegd hebben. ” O, maar dan ga ik mee.”  Maar nee, deze keer was ze afhoudend, hopend op een ontsnappingsmogelijkheid.  Ik schudde mijn hoofd. ” Nou nee schat, het is maar een test en die is zo voorbij. De uitslag komt later. Dan…mag je mee.”

Of ze echt verbleekte bij die gedachte,weet ik niet meer maar ze schrok wel. We wasten samen af want we hadden altijd een bloedhekel gehad aan een afwasser. Afwassen hoorde voor ons tot het dagelijks praatcontact alleen deze dag wilde het gesprek niet vlotten. We waren veel teveel met onze eigen gedachten bezig rond het hele ranzige idee dat er iemand van ons besmet zou zijn met HIV en hoe dat dan zou komen. De stilte bleef haast ijzig hangen tot op het moment dat ik de deur uitging voor de test…ja ze kon me moeilijk tegenhouden. Dan zou ze de kans lopen dat ze door mij besmet werd of in elk geval de kans daarop lopen, zo hoorde ze te denken. Dus nee…hoe je het ook wendde of keerde…ze moest me naar die test laten gaan.

Het was ook opmerkelijk dat ik gewoon, snel en ontspannen naar het ziekenhuis fietste. Mijn gedachten gingen zelfs met me op de loop en de gedachte kwam  toen voor het eerst in me op om over mijn ervaringen een boek te schrijven. Niet dat ik ooit eerder aan schrijven had gedacht maar nu leek mijn leven zo’n bizarre wending te nemen dat ik er wel wat in zag. Schrijven over je eigen, dramatische ervaringen, daar stond de hele Nederlandse boekenkast toch vol mee? Dit zou zeker aanslaan als verhaal al aarzelde ik nog wel even over het taalgebruik.

De weg ernaartoe ging snel en in het ziekenhuis was ik voor het eerst van mijn leven onmiddellijk aan de beurt. Ik had nog de neiging om aan de zuster te vragen of alle andere klanten waren overleden maar uiteindelijk eet ik op het puntje van mijn tong. Ik besefte dat de reden van mijn bezoek niet meteen uitnodigde tot veel humor. De zuster leek mij ook steeds verwijtend aan te kijken alsof ze al wist wat de uitslag was en wat daarvan de oorzaak was. Ik had gelijk, het zijn altijd de mannen die in dit soort gevallen overal de schuld van krijgen. Ik berustte in mijn lot en liet alles passeren in ene gelatenheid die past bij de stervenden.

Achteraf vond ik het vermoeiend. Dat was de stress die mij stiekem toch behoorlijk te pakken had genomen. Vermoeiend zo’n onderzoek en zelfs zo vermoeiend dat mijn libido in elk geval voor die dag een behoorlijke knauw had opgelopen. Het zou die avond niets worden. Toen ik thuiskwam, was Jeltje weg, ze had kennelijk niet op me kunnen wachten. Natuurlijk wist ik nietwaar ze heen was maar het ergste was het lege huis waar ik in kwam. Ik voelde met nutte- en energieloos…ik zakte op de bank onderuit en klikte de tv aan…Boer zoekt vrouw, herhaling…het kon me niet schelen en bleef kijken.

Pas twee uur later kwam Jeltje thuis. Ze zag er opgewonden uit, alsof ze een heftige ontmoeting had gehad. ” Alles goed gegaan?”  vroeg ze hijgerig. “Nog wel”, bracht ik uit en ik merkte dat het me moeite kostte om die woorden sterk en gearticuleerd te laten klinken. Ik voelde me intens moe. ” Wanneer heb je de uitslag?”  Ik rommelde wat met een hand in mijn broekzak en bekeek een papiertje dat nu helemaal verfrommeld was. ” O, eigenlijk hoef ik me daarover geen zorgen te maken want de dokter gaat me bellen.”

Die avond viel de grote stilte in. Het leek wel of Jeltje niet meer wist wat ze tegen me moest zeggen, van tijd tot tijd dook ze weg achter haar boeken, de stofzuiger, de was en zelfs achter de kat. Het was ongewoon in ons huis waar altijd vrolijkheid en jubel hadden geheerst. Nu was er van al dat leven weinig meer over en als het klopte met de HIV, dan zou het nog erger worden. Het was benauwend voor mij, de hele dag te leven onder de druk van die test. De uitslag leek nu een donkere wolk die langzaam naar ons toe dreef en hoe dichter de dag van de uitslag nabij kwam, hoe zwaarder en hoe drukkender het werd. Alle voortekenen van een hevig onweer waren aanwezig. En dan inderdaad…op een ochtend om kwart voor negen ging de telefoon…bij de zesde keer had ik het ding te pakken en ik luisterde….

Het volledige verhaal “Komt een man bij de dokter”  tot en met aflevering VI vindt u op de pagina Komt een man bij de dokter

“Komt een man bij de dokter…” Nee, daar moet ik niet beginnen. Ik moet beginnen bij mijn jeugd, mijn vader die als paardenslager in het dorp Deurne nou niet bepaald de meest geziene inwoner was. Deurnaren laten zich graag voorstaan op hun liefde voor paaren en de slagerdie het vlees dan ook nog veel te goedkoop verkoopt, hoort daar niet bij.

Wij woonden dan ook helemaal aan het arme uiteinde van het dorp en op school werd ik met de nek aangekeken. De enige klanten die met opgeheven hoofd bij mijn vader in de winkel kwamen, waren de Joden van het dorp. Niet omdat zij zoveel van paardenvlees hielden maar omdat zij varkensvlees nog lager aansloegen en het was goedkoop. En ja, de klandizie was inderdaad teruggelopen sinds 1945.

In de kerk moesten we altijd in een bepaald hoekje achteraf staan en dat gaf al een heel vernederend gevoel. We kwamen nauwelijks in aanmerking voor het ouweltje. Als het zover was, keek ik altijd stiekem naar het gezicht van de priester om te zien of hij bij ons een extra vies gezicht trok.  Volgen mij was dat zo, altijd en daarom voelde ik er niet veel voor om koorknaap te worden maar mijn ouders deden er hun uiterste best voor. Ze probeerden de monniken van het klooster zelfs goedkoper paardenrookvlees aan te bieden om het zover te krijgen maar…de overste klaagde dat hij altijd zo moest hoesten van die rooklucht…

Hoe dan ook, mijn vader werkte dag in dag uit, alleen op zondag ging hij naar de kerk en ’s middags kreeg hij wel eens een vriend op bezoek. Vrienden had hij wel, niet uit Deurne. Ik herinner mij een mager, klein mannetje met een veel te grote boerenpet waarvan mijn vader beweerde dat het “gelders”  was. Ik zag altijd met tegenzin hoe dat mannetje aan mijn Rietje, zusje, zat te friemelen en intussen niet anders deed dan een taaltje uit brabbelen. Zo nu en dan onderbrak hij zijn betoog met een stevige rochel en dan ging hij piepend en hijgend weer verder.  Mijn vader zei nooit iets van dat gefriemel en mijn moeder leek het niet te zien. Mijn vader luisterde naar het mannetje dat uit zijn bruine bek stonk als een dood paard. Intussen probeerde mijn zusje aan zijn enge klauwen te ontkomen. Als haar dat eenmaal gelukt was, rende ze naar me toe en riep ze dat ze wilde spelen. Dat mannetje gluurde haar dan nog met smalle oogjes na. Een keer heb ik hem gevraagd of hij met zijn poten van mijn zusje wilde afblijven. Het werd doodstil en mijn vader zei: ” XZeg waar bemoei jij je mee…?”  Ik heb toen een hooivork gepakt en die man in zij  zij geprikt…dat hielp, hij liet meteen los en ik, ik moest de slachtershal schoonmaken…klerewerk. Bah, maar Rietje kwam me helpen…!

Mijn vader werkte zich dus een slag in de rondte. Hij moest ook zelf de paarden slachten en dat was een hele klus. Meestal sloeg hij ze met ene hamer keihard op hun hoofd zodat ze verdoofd wasren maar dat mislukte ook wel een en dan lag zo’n dier een tijd uur te stuiptrekken. Ik kwam liever niet in de slachthal als er paarden waren. Vrijdag kwamen de leveranciers meestal. Er waren boeren bij uit de omgeving maar natuurlijk ook de mensen van de manege-opleiding NHB. Allemaal hetzelfde ruwe, botte volk. Er zaten weinig paardenvrienden bij maar ja…daar leert je als paardenslager natuurlijk niet op. Wat ik er wel van leerde was dat hard werken een prima tijdpassering was. Als je werkt, heb je vrij weinig last van anderen en…je kunt er nog wat mee bereiken ook.

Intussen zat ik voor mijn verdriet op school. Een bleke, lange, magere jongen met dikke puisten pestte mij constant, lichtte mij beentje en deed een keer sperma in mijn drinkflesje. Ik had het pas door na een forse slok… Op ene goeie dag had i er zó genoeg van dat ik hem een klap voor zijn kop gaf. Daar is hij nooit helemaal van bijgekomen en hij moest naar een andere school toe waar ze kinderen met hersenschade konden helpen. En ik ook…ik kwam buiten Deurne op school terecht. Dat had het voordeel dat ik steeds minder van mijn familie zag. Uit zo’n gezin kom ik dus…. (wordt vervolgd)

II

De zon scheen op de zanderige paden van Deurne  want Deurne was in die tijd nog een dromerig zelfingenomen dorp. Het was alsof alles in het dorp erom riep de zon in zijn ban gevangen te houden maar steeds bleek weer dat zoiets niet lukte. Mooiwas het wel, die gedachte dat de zon door het dorp kon worden vastgehouden en mooi warebn ook de paarden die geregeld aan de hand van de leerling-rijinsatructeurs door het dorp stapten, een dikke wolk stof achterlatend en…mooi was de andere kant van het dorp, daar waar ik niet woonde…de rijke kant. Daar had je het huis van de burgemeester, de dokter, die wij ook bezochten omdat het de enige was en de notaris. Dat huis van de notaris, daar was iets bijzonders mee. Daar woonde namelijk Jeltje, een meisje met hoogblond haar, een meisje dat ondanks haar weinig Brabantse naam zowat alle jongens van het dorp achter zich aan had. Jeltje hield ook mijn oog op haar gericht maar ja, de zoon van de geminachte paardenslager, hoeveel kans zou die maken? Jeltje was dus populair en ze wist het. Als ze door het dorp liep schudde ze altijd extra uitdagend met heur haar dat in lange lokken over haar schouders viel.

Zij liep vlak voor mij uit, terwijl ik fietste in de richting van de school. Ik bleef achter haar hangen om even wat langer te genieten van haar zwaaiende, lange haar en haar sierlijke bewegingen, haar slanke heupen en haar wulpse kontje. Er kwam een gevoelsmatige waas in mijn hersens bij het aanschouwen van al die pracht maar die werd wreed doorbroken doordat Jeltje achterom keek. “Moe?”  vroeg ze met pret in haar ogen omdat ze heel goed wist waarom ik zo langzaam fietste.  Ik werd in verwarring gebracht door haar vraag en trapte wat harder. Geen woord kon ik uitbrengen en ik kon haar glimlach bijna door mijn overhemd heen voelen…

De school was leuk hoor al dwaalden mijn gedachten steeds vaker af naar dat grote, mooie huis van de notaris en zag ik haar in gedachten door de kamers dwalen. Op de terugweg scheen de zon in mijn ogen en weerkaatste het zand van het pad het felle zonlicht. Ik zag bijna niets, behalve Jeltje… en daar waar de contouren, het silhouet, van haarhuis zich tegen de scherpe lucht aftekende, gooide ik mijn fiets op de grond. Ik moest het nu doodeenvoudig weten, ik zou het weten…

Ik rende over het stoffige pad naar de deftige voordeur en merkte de kar van de melkboer niet op, waarschijnlijk had ik geluk dat het hekje voor het pad openstond, anders was ik met mijn borst in de scherpe punten gerend. Mijn onderbuik vertelde mij dat ik door moest, verder..mijn hart klopte zelfs tot in mijn onderbroek… Ik liet de klopper op de deur vallen en probeerde mijngehijg en erectie die ik intussen had opgelopen, te onderdrukken. Langzaam schoof de  voordeur over een dikke kokosmat en in de donkerte daarachter verscheen het gezicht van een grijze vrouw in een bloemetjesjurk. ” Aha, de jongen van de paardenslager…” kraaide haar stem. ” Wat moet je?”

Als ik al moed had verzameld, dan was die nu weg… “Is Jeltje thuis?”  vroeg ik haast onverstaanbaar zodat ik het voor de oren van het oude vrouwmens nog een keer moest herhalen ook. “Dat gaat jou toch niets aan?”  vroeg zij met haar schorre kippenstem. “Scheer je weg, arbeidersjong!” Omdat mijn moed al lang in mijn schoenen was gezakt, wist ik niets beters te doen dan mij om te draaien en weg te lopen, in een sukkelgang het tuinpad af en deze keer moest ik het dichtgevallen hekje open en dicht doen. Langzaam ging ik op weg naar huis maar achter de struiken van de tuin van de notaris hoorde ik een stem. ” Ik wil je graag een keer zien”, het was Jeltjes stem. ” Laten we vanmiddag afspreken in de Smidse bosjes… Ik lachte en kreeg een brok mijn keel. ” Ik zal er zijn”, zei ik zachtjes. Pas thuis ontdekte ik dat ik mijn fiets vergeten had…erg was dat niet…de Smidse bosjes lokten daar vlakbij.

Toen ik haar slipje naar beneden trok, wist ik dat het ook voor mij de eerste keer was maar ik deed net alsof ik een ervaren minnaar was. Dat merkte zij toch niet omdat het haar eerste keer was…Ze wist nog van toeten noch blazen. Het was zo’n mooie ervaring dat ik nooit meer anders wilde en nooit meer naar een ander heb omgekeken. Ja, zo leerde ik mijn vrouw kennen…in de Smidse bosjes.  Die avond kreeg ik thuis op mijn mieter omdat ik mijnfiets ergens had laten liggen. Hij was thuisgebracht door een boertje in de buurt van de Smidse bosjes. Ik mocht meteen de slachthal schoonmaken. Voor de zoveelste keer. Natuurlijk vroegen mijn ouders zich af waar ik al die tijd toch was geweest maar ik zag kans mijn relatie met Jeltje voor hen geheim te houden.

Dat was eigenlijk gek want zo vaak ik kon, fietste ik met haar mee en dan praatten we over alles dat je maar bedenken kon: paardenbiefstuk, de zandweggetjes in het dorp maar vooral de andere jongens die dagelijks heen en weer fietsten en soms kwam die jongen die ik zo hard op zijn hoofd had geslagen aan bod. Hij scheen een blijvend hersenletsel eraan overgehouden te hebben hoewel lang niet iedereen een verschil merkte. Hoe dan ook, hij bleef op het speciaal onderwijs voor lichamelijk en verstandelijk gehandicapten. Wie mij pest…kan de ziekte verwachten, zo is dat. Zo is het ook altijd gebleven.

Duidelijk werd het intussen wel. Jeltje en ik, wij hoorden bij elkaar en het was een wonder dat we niet al drie kinderen hadden voordat we trouwden.

Het houden van een minnares is een bijzondere bezigheid en de uitdrukking “houden” is op zijn plaats om twee redenen. In de eerste plaats moet je voor een minnares iets doen, je moet haar ook verdienen door je zorg. In de tweede plaats moet je zien haar te houden en niet kwijt te raken. Dit handboek geeft daarvoor wat richtlijnen. Wie op zoek is naar een minnares  kan kijken  op de site www.secondlove.nl Denk er daarbij wel aan dat er voor het lidmaatschap betaald moet worden.

1. Een minnares

Er is al heel wat onderzoek gedaan en gissingen zijn er ook geweest naar het percentage van de mannen met een minnares. Niemand weet dat zeker maar er is wel duidelijk dat buitenechtelijke verhoudingen heel wat gebruikelijker zijn dan wordt verondersteld. over het algemeen worden zij echter angstvallig geheim gehouden en doen er op z’n best wat roddels de ronde. De minnares voldoet aan een natuurlijke behoefte van de man zoveel mogelijk vrouwen te bevruchten. Dat is in zijn genen gegeven en het zit er net zo verankerd als de kinderwens bij de vrouw. Deze laatste is maatschappelijke geaccepteerd, de minnares om allerlei redenen niet. Eén daarvan is dat mannen nog al eens denken dat zij vanwege hun minnares hun vrouw met kinderen in de steek kunnen laten en dat is ontoelaatbaar. Vreemdgaan mag niet ten koste gaan van het gezin. Dat betekent dat het ook niet afbreuk moet doen aan de tegemoetkoming aan de behoeften van de echtgenote. Niet financieel en niet seksueel.

Een minnares is in elk geval niet alleen maar plezier. Ze brengt ook zorg en moeite met zich mee. Er moet bijvoorbeeld tijd voor worden ingeruimd. Afhankelijk van de beschikbare tijd, kan een keuze worden gedaan voor zover het gaat om woonplaats en werk

Een minnares is geen prostituee. Zij wodt niet volgens een vast tarief beloond voor haar “diensten”. Dwt wil niet zeggen dat er geen betaling bestaat maar deze lijkt meer op de gebruikelijke activiteiten bij een relatie (uit eten, naar het theater o.i.d.) Tenslotte, een minnares is iets heel anders dan een one night stand al kan ze er wel uit voorkomen. Een minnares is een tweede vrouw die zorg behoeft , vooral op basis van de doelstellingen van de relatie.

2. Doelstellingen

Voordat een man aan een minnares begint, zou hij zich ervan moeten vergewiisen wat hij er eigenlijk mee wil. Wil hij een echte liefdesrelatie, een relatie die berust op wederzijdse liefde? Wil hij een relatie die uitsluitend berust op seksuele behoeften of wil hij een relatie die bestaat op grond van belangstelling en interesses, die echter seksuele contacten niet uitsluit? Dat is belangrijk omdat het de keuze van een minnares gemakkelijker maakt. Waar gaat de man zoeken en op welke signalen reageert hij. Vanzelfsprekend is het mogelijk om gaandeweg de doelsellingen bij te stellen maar een duidelijke doelstelling bij het begin van de speurtocht is belangrijk. Het helpt bij de mate van zekerheid waarmee de man overkomt.

3. Locatie en keuze

Vanzelfsprekend is de keuze van een minnares sterk afhankelijk van de smaak van de man maar al evenzeer van de doelstellingen. Bij een gerichtheid op uitsluitend seks, zal het type minnares anders uitvallen dan wanneer het  echt om een tweede liefde gaat. In het eerste geval spelen naast een zkere intelligentie vooral de fysieke kenmerken mee. In het tweede geval zal het meer gaan om de geestelijke inhoud. Leeftijd en fysiek uiterlijk kunnen daarbij even zo goed nog van belang zijn.

De woonplaats van de minnares is eveneens van belang. Uit praktische overwegingen mag het aantrekkelijk lijken iemand te keizen in de eigen woonplaats, tactisch gezien is dat en minder goed idee. De kans dat iemand die de man kent, hem met zijn minnares samen waarneemt wordt daardoor immers groter. Het is daarom aan te bevelen een minnares uit te kiezen die woont in een nabijgelegen stad of dorp: snel bereikbaar en toch voldoende uit de buurt. En natuurlijk is haar uiterlijk van belang maar hoe seksistisch we ook zijn, het gaat er toch in de eerste plaats om haar geest te bezitten. Seks is daartoe het middel, nooit het doel. Het doel is de geest die wij willen hebben.

 

Waarschuwing

Bij deze is de lezer gewaarschuwd voor een aantal ontwikkelingen en zaken waarmee terdege rekening gehouden moet worden. In de eerste plaats is het van belang de relatie zuiver te houden. Een minnares kan best een collega zijn maar zorg ervoor dat er geen gezagsrelatie bestaat. Laat de één niet afhankelijk zijn van de ander, in geen enkel opzicht. Er zijn tal van voorbeelden van bazen die ene relatie met ene ondergeschikte hadden en dat leidde bijna altijd tot problemen. Dat geldt ook voor leraren die ene relatie met een leerling)e)  aangaan. Ook daarbij is er sprake van een afhankelijkheidspositie. Die hoort in een relatie van minnaars niet thuis.

Kortgeleden kwam ik langs een kapperszaak waar een groot uithangbord mijn aandacht trok. “Knippen zonder afspraak”, stond er op het bord. Dat kwam toevallig goed uit want ik moet bij mijn kapper altijd een afspraak maken en soms kan dat alleen maar heel lang vantevoren.

In de vakantie had ik een flinke bos haar gekweekt en dus belsoot ik naarbinnen te stappen. En inderdaad, er werd mij onmiddelijk een stoel aangeboden. De kapster deed mij een grote handdoek aan en toog vrijwel zonder na te denken aan het knippen. Het ging woest, wild, vlot en toch duurde het nog vrij lang. De vlokken  haar vlogen me de hele tijd om de oren.

Eindelijk was de wedstrijd klaar en mocht ik in de spiegel kijken. ik zag tot mijn schrik dat ik het hoofd had gekregen van een playmobilpoppetje. Ik probeerde daartegen te protesteren maar de kapster wees mij op het grote bord. “Knippen zonder afspraak”.

Ik meende dat het dan ook wel zonder betalen kon maar dat was niet het geval. Onder het woord afspraak was een tarief gekrast: € 25,- . Niet echt goedkoop. Ik voelde me flink beetgenomen want de hele actie van de kapper betekende dat ik binnen de kortste keren naar mijn eigen kapper zou moeten gaan. Die zou vragen hoe ik aan dat kapsel kwam en ja…het was allemaal best kostbaar en ook nog genant.

Tot kappens,

Kaj Elhorst

Http://sairaramira.wordpress.com

Service

www.zwolle.web-log.nl/zwolle/2005/08/goedkope_kapper.html

www.forum.fok.nl/topic/825370

www.members.tripod.lycos.nl/scuf/grappen.html

 

 

  

Blog Stats

  • 10.303 hits

RSS my home

  • Er is een fout opgetreden. De feed is waarschijnlijk uit de lucht. Probeer later opnieuw.
Advertenties