You are currently browsing the category archive for the ‘Verantwoordelijkheden nemen’ category.

Het was een leugen of misschien gewoon gezichtsbedrog. Ik voelde met elke vezel in me aan dat Jeltje dolblij was dat haar zusje weer was opgelazerd. Ja, opgelazerd, in stilte dacht ze in dat soort termen. Natuurlijk wist ze heel goed welke rol Froukje voor mij vervulde, ja, ze had er bijna met haar neus bovenop gestaan, bijna was ze een paar keer haast over ons gestruikeld.

In werkelijkheid wilde Jeltje mij weer helemaal voor zichzelf. Niet alleen om mee te praten maar ook voor de seks. Natuurlijk, daaraan waren risico’s verbonden maar die golden vooral voor mij. Zijzelf was immers al behoorlijk ziek. Ze had weinig meer te verliezen. En zo malden mijn gedachten maar in mijn hoofd. Ze leken bij tijd en wijle bezit van me te nemen en dan keerde ik mij in gedachten ook weer van Jeltje af. Het vertrek van Froukje had op onze verhouding geen goede uitwerking.

Ik merkte wel dat ik achterdochtig was en soms zei ik tegen mezelf dat ik overal veel teveel achter zocht maar op de lange duur hielp dat niet. Ik bleef Jeltje wantrouwen. Dat nam niet weg dat we elkaar wel weer wat meer opzochten, logisch nu Froukje er niet meer was.

Op een ochtend had Jeltje zelfs heel ouderwets de tafel gedekt voor het ontbijt, het leek op onze eerste dagen, toen we pas bij elkaar waren. Dat deed me goed. het leek zelfs of de kamer weer net zo rook als toen en ook Jeroen vond het prettig. Hij begon zich haast als een normaal kind in een normale situatie te gedragen. Hij zat te wiebelen in z’n stoel, iets waarvoor heel veel ouders hem ene draai om de oren zouden hebben gegeven. Wij niet, wij zaten dicht naast elkaar en vrijdden voetje en dacht aan alternatieven voor penetrerende seks. Dat kan, ja het kan….

Maar niet bij het ontbijt want ik had nog steeds te maken met een klokje van gehoorzaamheid waaraan ik tegemoet moest komen. Van dat klokje was heel veel afhankelijk: huis, eten, drinkjes en noem maar op…en de auto, die natuurlijk ook. Alles bij elkaar was dat klokje nog behoorlijk onmisbaar en…voor mij was het een dagelijkse vlucht uit de sfeer in huis. Natuurlijk, die bepaalde ik voor een groot deel zelf maar ….pfff…weer zo’n vat vol gedachten in mijn hoofd en altijd weer die negatieve gedachten over de vrouw waar ik nota bene het meeste van houd, hield….   Ik kon die gedachten niet stil zetten. Vooral niet als ik eraan dacht hoe zorgeloos het allemaal nog had kunnen zijn.

Nou ja, voor zover je zorgeloos kunt leven als je een kind hebt. Mensen zeggen altijd dat je jeugd voorbij is als je kinderen hebt, dan krijg je de zorg voor ene hulpeloos wezen en toch….er is niets zo hulpeloos als een volwassenen die ongeneeslijk ziek is. Dan heb je pas met hulpeloosheid te maken. Zo’n kind, ons kind, Jeroen, hij kon het alleen maar opvrolijken. Na die verschrikkelijke keer in het ziekenhuis, was hij haast een rondrennende glimlach in huis geworden. En ja, we gingen anders met hem om dan voor die tijd. Kon het ook anders? Ons leven was toch ook volledig overhoop gegooid? Langzaamaan moesten we wennen aan de gedachte dat Jeltje dood zou gaan…eerst ziek zou worden en dan dood zou gaan. Wanneer? Dat was moeilijk te voorspellen. De dokter had gezegd dat het een paar maanden kon duren maar ook nog heel veel jaren.

Hoe leer je daarmee leven? “Mevrouw, u kunt volgende week doodgaan maar u kunt ook 80 worden…we zullen zien.”  Die doktoren zijn zo knap tegenwoordig…of misschien toch niet? Soms zaten we samen een potje te schelden op de huisarts en het ziekenhuis en op alle specialisten die we kenden en de apotheker en dan maakten we onszelf wijs dat we daar iets aan hadden. Het werd soms zelfs laat en dan ging het schelden over in zoenen en strelen en seks zonder seks omdat we gewoon niet in elkaar durfden te komen. Maar houden van elkaar…ja dat maak je met een ziekte niet kapot…

Soms hadden we de hoop dat onze liefde de ziekte kapot zou krijgen maar die gedachte vervloog week na week en op ene goeie dag zei Jeltje, ” jongens, als ik ga sterven, willen jullie dab ook niet net blijven doen alsof ik er nog ben? Sommige mensen doen jarenlang of de overledene er nog is. Dat doen ze uit respect of uit gewoonte off allebei tegelijk…mij moet je meteen vergeten.”  En toen huilden we…Jeroen niet, die begreep niet goed waarom zijn moeder het had gezegd. Hij had de woorden wel gehoord maar hij begreep nog niet dat het allemaal dichterbij was dan hij dacht.

We zaten nooit meer op de grond. Sinds Froukje de deur uit was, zaten we weer altijd op een stoel en heel vaak aan tafel om te eten. Het leek weer steeds meer een gezin. Een gezin waaraan je aan de buitenkant niets bijzonders kon zien. Die zomer ging Jeltje met mooi weer zelfs weer naar buiten. Het kostte haar moeite om in de zon te zitten maar in de schaduw kon ze het lang volhouden. Ze voerde zelfs weer vrolijke gesprekjes met de buurvrouw en als die vroeg waarom ze was opgehouden met werken, dan zei ze doodeenvoudig ” Voor Jeroen.”  Dat begreep iedereen.

Advertenties

Nooit eerder was het huis zo leeg geweest als die ochtend. Zeker,z e stond in de keuken te drinken uit een pak sinaasappelsap maar de lieve ogen, haar naar mij toe gekeerde gezicht, haar strelende armen, haar verlangen naar mij…het was allemaal weg. Ik voelde me kapot en moe en hoewel ik de laatste jaren als een gek had gewerkt, kwam er nu niets uit mijn handen. Ik kon mij er zelf niet toe krijgen om naar mijn werk te gaan. Het was alsof mijn benen niet meer konden bewegen, alsof ze verlamd waren.

Omdat ik ook honger had, ging ook ik naar de keuken maar er veranderde niets. Jeltje keek niet naar me en lette niet op me totdat ze plotseling het uitkrijste. ” Als jij niet altijd met die vreemde vrouwen aan de scharrel was geweest, als jij niet altijd alleen maar aan het werken was geweest, dan had alles nog geklopt. Godverdomme, je lijkt mijn vader wel, die man die nooit thuis was maar altijd op pad tussen vriendin en bureau…”  Ze haakte met twee handen aan de rand van de aanrecht en hing voorover en huilde op ene manier die het meest deed denken aan het gegil van een varken dat ter slacht ging. Mijn hart bonkte intussen zwaar in mijn keel die al op slot zat door alle woorden die ik niet kon uitbrengen. Het leek of mijn hoofd op springen stond. Ik wilde wat zeggen maar toen was ze weg…twee deuren denderden dicht en weg was ze…godmagweten waar naar toe. Later vond ik haar terug, in elkaar gekrompen met haar rug tegen de badkamerdeur.

Nadat ik twee keer voor niets naar boven was gelopen, besloot ik toch maar “gewoon”  aan het werk te doen, nog net voordat ik de laatste kans had gehad om af te bellen. Maar mijn God, wat een drama, wat een dreun…ik merkte met elke stap hoe ik volslagen van mijn spoor af was. Het kostte me daadwerkelijk moeite om de weg naar het kantoor te vinden en reed anderhalf blok om voordat ik merkte dat ik verkeerd zat. De grote architect van het bureau zag mij binnenkomen en wilde me ,. geloof ik, goeiemorgen wensen maar toen hij mijn gezicht zag, slijkte ghij die woorden maar in. Er was de hele ochtend niemand die iets tegen me zei en ik moet zeggen: dat beviel prima.

Aan het einde van de ochtend kwam de vraag of ik naar huis zou gaan. Dat trok me wel aan want er zou niemand zijn en…op het werk blijven zou mij verplichten tot gesprekken met anderen. Ik trok dus mijn jas aan toen Michael, mijn beste vriend op kantoor, me aansprak. ” Waar ga jij heen? Je blijft toch altijd hier, tussen de middag?”  Ik keek hem wazig aan en iets in zijn ogen gaf me een schok. Zo zou de man waarmee Jeltje het gedaan had, er dus uit kunnen zien. ” “Ik moet even weg”. mompelde ik. “Zie je zo weer.” Waar ik heen ben geweest? Ik kan het niet eens meer vertellen, misschien wel naar de cafetaria om de hoek, om me vol te proppen met kroketten enzo…geen idee. Het zou best kunnen want ik kwam kotsmisselijk op mijn werk terug. Daar zag ik Michael weer en opnieuw probeerde hij me aan ta spreken maar ik maakte duidelijk dat ik geen tijd had.

Toen de avond naderde zwoegde ik me naar huis en daar was niemand. Ik vroeg me af waar Jeltje was maar aan de andere kant, een leeg huis was beter dan een gestorven liefde. Het was niet alleen mijn lieve vrouw die ik kwijt was. Het was ook de mislukking van de vlucht uit het afschuwelijke dorp Deurne. Het leek alsof we het allemaal voor niets hadden gedaan. Het samenspannen, het weglopen en leven van de lucht in het begin  en toen het opbouwen van een eigen leventje.

Het waren precies die zinnen waarmee Jeltje de kamer binnenkwam, willekeurig gemengd met verwijten in mijn richting… En ineens wist ik het zeker, zo ging het niet langer…we moesten zeker weten waar de ziekte vandaan kwam, wat de bron was. Leven in deze sfeer van verdachtmakingen, nee, dat ging niet meer….

071013_272_anp_img-131007-071_onlinebild.jpg

De afgelopen dagen heb ik lange wandelingen gemaakt met mijn hond. Heerlijk dwalen langs wegen en straten in de hele gemeente. Samen kwamen we heel wat verder dan gewoonlijk het geval is omdat ik meestal in tijdnood zit vanwege mijn werk. Ook de hond vindt die wandelingen leuk en ik hoop dat het voldoende compensatie biedt voor de keren dat is iets snel-snel moet doen.

De laatste dagen is de lol er een beetje van af. Grote en kleine klieren trekken door de straten en mikken vuurwerk in het rond waardoor zo nu en dan een knal ontstaat die je een acute hartstilstand zou kunnen bezorgen. Mijn hond vindt daar niets aan, sterker nog, hij wil onmiddellijk naar huis. Ik vind er ook niets aan en erger me zelfs aan het dagenlange, nodeloze en in mijn ogen stompzinnige geknal op niets af.

Zouden al die stoere dreunmajoors nog wel weten waar het knallen tegen het eind van het jaar vandaan komt en wat de bedoeling ervan is? Oorspronkelijk was de herrie bedoeld om de kwade geesten te verdrijven. En geloof me. die zijn er veel in onze tijd. Ze huizen niet rondom ons maar ik heb het gevoel dat ze in ons zitten: agressie, doodsangst, paniekgevoelens, eenzaamheid en wanhoop. Geknal kan daarbij een therapie zijn, een moment van macht. Juist de concentratie daarvan, het omnzetten van knallen in iets moois, prachtig vuurwerk, werkt positief. Het doelloze herrie maken gedurende vele dagen, leidt onze jeugd volgens mij alleen maar verder in de negativiteit en depressie.

Ik snap ook niet hoe ouders ertoe komen hun kleine kinderen met bergen knallers op pad te laten gaan. Dat is gevaarlijk en dat kunnen die ouders ook weten. Kan het ze niets schelen als op een goed moment hun kind zonder hoofd, arm of oog thuis wordt gebracht of als het nergens meer op reageert omdat de oortjes een beetje dysfunctioneren?

Dan is het huis meestal te klein en Leiden in last. Dan moet de hele wereld beschermd worden tegen gevaarlijk vuurwerk. Niemand die durft te roepen dat de ouders ook eens wat strenger hadden kunnen zijn en wat beter hadden kunnen opletten. Alles staat op zijn kop.

Kortgeleden las ik dat motorrijders een veel grotere kans op overlijden hebben in het verkeer dan automobilisten. Dat is nogal logisch aangezien motorrijders veel minder beschermd zijn en maar op twee wielen rijden. Bovendien…heeft iemand ooit wel eens waargenomen hoe motorrijders zich over het algemeen in het verkeer gedragen? De psychopathie bevangt mensen nogal eens zodra zij op een motor klimmen. Misschien zou een psychologische test bij het rij-examen een goed idee zijn. Iets voor het nieuwe jaar?

Het zal er wel weer op uitdraaien dat alle anderen beter moeten opletten en voorzieningen moeten treffen om mororrijders meer veiligheid te bieden. Ondertussen zeilen zij gewoon door, te hard, te onachtzaam en te slordig en zo gaat het met het vuurwerk denk ik ook.

Een goed 2008 allemaal…

 

Sjoeges,

Kaj

Http://sairaramira.nl.wordpress.com

 

Service

www.yord.nl/article/637272

www.mineco.fgov.be

www.kicks-moto.be

www.motor-forum.nl/forum/list_messages/172063

Blog Stats

  • 10.303 hits

RSS my home

  • Er is een fout opgetreden. De feed is waarschijnlijk uit de lucht. Probeer later opnieuw.
Advertenties