Diefstal

In mijn kistje van hout,

Mijn  kistje koud

Lag ik met mijn hart van goud

Maar niemand kwam het halen

Het was slechts aandacht wat zij stalen….

———-

Herrie

Ik heb heel lang de herrie gemist

In mijn eikenhouten kist

Maar toen de maden eenmaal naarbinnen drongen

Ben ik er weer uit gesprongen

Nu word ik gek van het kabaal

Maar heen-en-weer kan maar een enkele maal….

—————————

Begin

Ik ben als de dood voor Magere Hein

Maar ik geloof dat hij ook mij niet zou willen zijn

Zo onbewegelijk met die zeis

Dat breekt nu niet direct het ijs

Zo eenzaam aan de horizon

Hij was al dood, voor ik begon….

————-

Min of meer

Na je dood ben je niet belangrijk meer

En ook niet minder dan weleer.

————-

Onverschillig wat

Op mijn stoel begon ik slap te hangen

Mijn pen nog in mijn hand

Ik vroeg ze naar een boek of krant

En of zij naar het nieuws verlangen

Maar rustig schudden zij van :”nee”

“Daar beginnen wij niet mee

Het nieuws dat op aarde wordt verzonnen,

Is eigenlijk bij ons begonnen”

=======

Geldingsdrang

Wie uit zijn graf opstaat,

Wekt woede bij de goden,

Als hij niets achterlaat,

Dagelijks tellen zij hun doden,

Nut of onnut is niet van belang,

Voorop staat hun geldingsdrang,

‘Gaat uitsluitend om getallen,

En hoe die dagelijks stijgen,

En is één uitgevallen,

Dan hoort men somber zwijgen,

Want wie de meeste lijken telt,

Als hoogste onder zijns gelijken geldt.

=========

Wortels

Op zoek naar mijn wortels stuitte ik op harde grond,

Waar ik wel andermans maar niet mijn eigen wortels vond,

Bloed en bodem kropen hier dooreen

En vormden zo een graf voor menigeen

Waarmee ik grond noch bloed zou willen delen

Uit angst hun ego te gaan strelen

Hier was het moeilijk voor mij verder gaan

Want tijdens mijn afwezigheid onstaan

Kluwden vreemde wortels onontwarbaar en verward

Bij ’t doorgaan hebben zij mij zeer benard

Maar achter hen lag een ruim een groots gewelf

Ontwaarde daar mijn wortels, genesteld in mijzelf…

Lichaamstaal

Diep naast mij in de koude grond

Lag een vrouw die ik wel begeerlijk vond

Helaas kon ik het haar niet goed zeggen

Maar ik hoefde ook niets uit te leggen

Gelukkig voor ons allemaal

Begreep zij goed mijn lichaamstaal

Het was toen haar doortrapte list

Die ons deed ontsnappen aan de kist

Tot wij kwamen aan een onderkomen

Waar ik haar grotelijks heb genomen

Ja dat waren nog eens daden

Pas terug bij ’t graf was ik buiten adem….

\

Advertenties