Meeslepend, zo kon je de sfeer wel noemen in de Ahoy…de aanwezigen hadden inmiddels kans gezien de hele hal te laten geuren naar bier en wiet en daar is vrij veel voor nodig. Mijn vriend en zijn vriendin liepen voorop en meteen daarachter volgde ik met beide zusjes stevig tegen mij aangeklemd met een arm. Het was een  heerlijke belevenis. Vooral ook omdat ik merkte dat uitgaan goed was, goed om te vergeten wat er aan negatieve gevoelens door me heen waren gegaan. Goed om te weten dat vreemdgaan en ziekte niet het einde van de wereld en ook niet het einde van de liefde betekenden. Integendeel, het werd steeds duidelijker hoe erg wij alle drie aan elkaar verbonden waren. Eigenlijk was het absurd om te bedenken dat Froukje hier met ons meeliep naar een concert terwijl ze in alle toonsoorten weigerden naar haar eigen man thuis terug te keren…

De zalen in de Ahoy zijn eigenlijk nooit vol en dat waren ze nu ook al weer niet. Zonde want de sfeer van zo’n bluesfeest kwam daardoor niet echt tot stand. Het bleef een beetje hangen op los van elkaar rondscharrelende groepjes die zich vooral druk leken te maken over de verdeling van koffie, marsen en pillen… Wij onttrokken ons daar zoveel mogelijk van, dat werd zo erg dat we zelfs ons tweetal vrienden kwijt waren en dat is een hele klus, zoeken in die menigte. De mobiele telefoon zij geprezen!

Het was geen slecht concert maar na een half uur zag ik Jeltjes gezicht betrekken. We konden elkaar nog net in de oren fluisteren wat er aan de hand was. ” Ik word van al dat getoeter moe en ik krijg er hoofdpijn van”, verzuchtte ze.  Ik keek om mij heen om te zien of er ene rustiger plekje te vinden was maar een geruststelling vond ik in de directe omgeving niet. Integendeel, de pillendealende mede-bezoekers gaven mij het gevoel dat we hier nooit met rust gelaten zouden worden.  Er zat maar één oplossing op: wegwezen…

Mij vriend en zijn vriendin keken zorgelijk: “Heeft ze zeker net iets opgepikt, ik hoor het wel meer de laatste tijd.” Voor mij betekende dat haastige instemming en een hoofdknik. ” Als we niet terugkomen, ontmoeten we jullie bij de TeddybearBar. Er kwam een wat stugge hoofdknik voor terug. Ja, echt gezellig was het allemaal niet. ” Zal ik maar bij ze blijven?”  vroeg Froukje die nog ongestoord fris en fruitig was. “Niet dat ik het leuk vind maar dan hebben ze tenminste niet het idee dat ze ons voor niks hebben meegenomen.” Jeltje en ik knikten en knipperden een beetje met de ogen. Intussen hield ik mijn vrouw met twee armen vast en zo begeleidde ik haar naars de uitgang, begeleiden ja, het was haast tillen….

In de TeddybearBar was vrijwel niemand aanwezig en de muziek stond er heel zachtjes, zoemend aan. Het was nauwelijks te horen wat voor muziek het was, iets heel zoetigs in elk geval. Dat was de trend in deze bar, zoete muziek. Wat kon je ook anders verwachten van de TeddybearBar….? We zakten in een bank met dikke, stevig gevoerde kussens weg, hijgden allebei uit en keken elkaar aan. Plotseling sloeg Jeltje haar armen om mijn nek en barstte ze in huilen uit. ” Ik heb zo’n spijt van dit alles, ik houd zoveel van je….”  Ze huilde zo erg dat haar ademhaling onregelmatig begon te worden en ik bang werd voor een aanval van benauwdheid of erger.

Veel heb ik er toen niet aan kunnen doen. Wat er precies gebeurde weet ik niet meer maar ik denk dat we samen in slaap zijn gevallen op die zachte, met rode kussens gevulde bank. FDe barman heeft ons waarschijnlijk gewoon laten slapen want het begon al donker te worden toen mijn vriend, zijn vriendin en Froukje ons wekten. We lagen stevig verstrengeld met elkaar en hadden zelfs moeite om weer los te komen. Dat kwam ook door Jeltjes ogen, die ogen die nog steeds zo keken als vroeger toen ik haar met zoveel moeite naar me toe had gehaald. Toen mijn hart bijna had stilgestaan bij dat hek voor het huis van haar ouders. Stil gestaan van angst. Dat gevoel kreeg ik nu weer. Mijn har stond bijna stil van angst en weer was het de angst om haar te verliezen maar deze keer kwam er geen boze vader aan te pas. Het was het boze monster dat haar van binnen langzaam opvrat, dat me beangstigde.

Even zag ik Froukjes ogen, wat leken die op de ogen van Jeltje…alleen in haar ogen las ik nu niet zoveel.” Tijd voor ene borrel”, zei ze koeltjes en ze draaide zich om in de richting van de bar. Onze vrienden waren daarvoor ook wel te porren. Opnieuw keek ik diep in Jeltjes ogen en ik hoorde haar lippen haast onhoorbaar fluisteren: ” Ja, een lekkere cocktail zou er wel in gaan.” Ze glimlachte flauwtjes en draaide haar gezicht toen van me af zodat ze ontspannen en rustig op de bank kon blijven liggen. Mijn arm bleef haar schouders ondersteunen ook al voelde ik hoe de tinteling erin kroop. Er stroomde daar geen bloed meer.

“En hoe gaat het met jullie?”  Froukjes stem klonk heel geïnteresseerd terwijl ze in de richting van mijn  vrienden keek. Ik wist dat ze veinsde maar het kwam allemaal wel op het juiste moment. ” Nou”, zei de vriendin van mijn vriend…”daar is heel wat over te vertellen….”

Advertenties

Hadden we goed geslapen? Ja, als je alles in ogenschouw nam, al onze zieke lichamen enzo, ja dan hadden we goed geslapen. En om het allemaal een beetje dragelijk te houden waren we nog met z’n drieën in één bed gaan liggen ook. Ik had het geluk de spleet in het midden te mogen bedekken. De dames lagen aan weerszijden van mij. Het was gek maar ik had me zelden zo gelukkig gevoeld, zo rijk, temidden van de beide zusjes. Ik wist dat we bij elkaar hoorden. Mijn armen had ik om hen heen geslagen. Beiden lagen ze met hun gezicht naar mij toe.

In de afgelopen dagen waren mijn kwaadheid en teleurstelling weggeëbt. In plaats daarvan kwam er een gevoel van geluk over me dat ik vroeger nooit had gekend. Het leek wel of er ene heel nieuwe band was gekomen, tussen mij en Jeltje maar ook tussen de zusjes en tussen mij en Froukje. Hoe dan ook, we vonden dat we goed hadden geslapen en meteen na het wakker worden dreigde er zelfs nog een kussengevecht los te barsten maar we beseften plotseling dat daarvoor geen tijd was. We moesten ons klaar maken voor het concert. Gek genoeg aarzelden we nauwelijks. Voor het eerst sinds dagen, weken gingen we weer uit. Na die heel lange tijd binnenshuis moest het een leuke dag kunnenw orden. Zorgen maakte ik me alleen een beetje over Jeltje die wel heel rustig aan zou moeten doen. Ze was zo gauw moe…

Gelukkig had mijn vriend en zijn vriendin aangeboden om te rijden. We hoefden alleen maar achterin de auto te rollen en gezellig te zijn, melige opmerkingen te maken of ons bezorgd te tonen over anderen. Ik hoopte diep in mijn hart dat niemand begon over ziek zijn en het gebruikelijke gejeremieer dat erbij hoort maar daar had ik buiten de waard  gerekend. De vriendin van mijn vriend had een verschrikkelijke benauwdheid te pakken die het gevolg was van een soort bronchitis. Wij deden alle drie ons best om het vreselijk te vinden, vooral vanwege de keelpijnaanvallen die ze had.

Hoe langer de rit duurde, des te erger begon ik me iets anders af te vragen. Als de vriendin van mijn vriend bronchitis had, hoe zou dat dan uitwerken op Jeltje? Haar immuunsysteem moest uiterst kwetsbaar zijn en….zou ze de ziekte niet extra gauw overnemen? Ik keek vanuit mijn ooghoeken naar haar maar zij scheen zich niet bezorgd te maken. Zehad zich zo comfortabel mogelijk genesteld en schreeuwde zo nu en dan mee met een lied. Van tijd tot tijd deed ze ook haar ogen dicht. Ik was bang dat ze nu al verschrikkelijk moe was en het concert was nog niet eens in zicht…

Ik probeerde niet de hele tijd naar haar te kijken en gluurde zo nu en dan ook even naar Froukje. Zonder dat iemand het merkte greep ik haar hand stevig vast en zij liet het toe. Ze reageerde niet eens door in mijn richting te kijken. Ook zij wilde geen argwaan wekken, zo leek het.  Nou ja, een kwartier later keek ze me van opzij aan en gaf ze een knipoog. Wij begrepen elkaar goed, heel goed….

Plotseling ging Froukjes mobiele telefoon. Ze liet mijn hand meteen los en grabbelde zenuwachtig naar het ding. Bijna viel het op de grond toen ze het eenmaal te pakken had. ” Ja”, haarstem klonk uitgesproken knorrig. ” Ja, godverdomme, kun je daar nou niet eens mee ophouden?” schreeuwde ze geïrriteerd door de telefoon. ” Jij bent toch degenen die altijd alles zo keurig en goed op kan lossen? Nu kan je ineens niet meer uit de voeten met een driejarige kleuter. los het even lekker op en ik mom wel thuis als ik er zin in heb. En houd op met dat geslijm want dat maakt me doodziek.” Die laatste woorden kreeg ze er nog zonder haperen uit ook. Meteen klikte ze haar toestel uit en schakelde het ding zelfs helemaal uit. ” Niks meer, ik heb er genoeg van”, haar stemgeluid klonk als geknor ren ze trok zich helemaal in haar hoek van de achterbank terug.

Mijn vriend was geschokt door het optreden van Froukje. Hij keek mij onderzoekend aan maar ik zocht zijn ogen niet. Wat had ik tegen hem moeten zeggen? “Dat klonk niet heel vriendelijk… .”  Hij slikte zijn woorden gauw in toen zijn vriendin hem boos begon aan te kijken en Froukje reageerde niet. Het enige dat zij liet horen was een diepe zucht.

Met een brede zwaai draaide mijn vriend de auto de parkeerplaats op voor de Ahoy…. zoo te zien waren we veel te vroeg want er was nog haast niemand bij de kassa. Dat zat dus mee. Ik pakte Jeltje onder haar rechter arm stevig beet en hield haar gezicht in de gaten. Er was weinig te zien van haar gevoel van vermoeidheid. Met z’n drieën gearmd stapten we fluitend naar de kassa toe. vanuit de entree klonken al de eerste tonen van bluesmuziek. Ik begon nog echt in de stemming te komen ook….

 

Opvallend was het ook dat er al een week lang niemand van onze vrienden aan de deur was geweest. Zouden ze de lucht ervan hebben gekregen dat er iets niet deugde in ons huis? Zou die HIV de hele atmosfeer hebben vergiftigd? Het schoot door me heen terwijl ik de ochtend koffie voor ons drieën inschonk. Ja gek genoeg begon het steeds meer op een gezellige commune te lijken, met één kind en een kat die zich allebei wonderwel goed gedroegen.

Froukje had geen last meer van de ongewenste intimidaties door haar man via de telefoon en ze vertoonde ook nog geen enkele aandrang om naar huis te gaan. Over crisis gesproken! Die man zat daar in z’n eentje met werk en kind…nou ja, niet dat ik daar nou medelijden mee kreeg maar het was toch vreemd. Ik had mijn zwager nooit erg hoog gehad. In mijn ogen was hij het voorbeeldtype, het rolmodel van de burgerlul. Maar ja, op de keper beschouwd zaten we nu met z’n allen toch maar lelijk in het schuitje. Als niet-burgerlul kon je kennelijk lelijk bedrogen uitkomen! Dat was de eerste keer dat ik er zo over dacht.

Natuurlijk werden die gedachten onderbroken door een bel…de deurbel. Was dat telepathie? Ik zou het niet weten, hoe dan ook voor de deur stond één van mijn beste vrienden. “We horen zo weinig meer van jullie, ik dacht , ik ga eens kijken”, zei hij. Even moet ik hem stomverbaasd en ontredderd aangekeken hebben want hij schoot in de lach. ” Is het allemaal goed hier?”  vroeg hij. Dat was een stevige vraag in de gegeven omstandigheden en hoe leg je iemand in een paar woorden uit dat je allebei HIV hebt en zelfs AIDS en dat je logé er ook niet vrij van is. Nee, dat hield ik toch maar even voor me hoewel Jeltje net bezig was haar pillen weg te werken. En dus zei ik: ” Ja, alles gaat prima, we hebben ene logé op bezoek, mijn schoonzusje.”

” O, wat leuk”, zei mijn vriend met een knipoogje ook nog en eindelijk had hij gelijk want mijn schoonzusje is een meisje om een knipoog te geven. “Ja”, glimlachte Froukje flauwtjes wat mijn vriend natuurlijk weer een schok bezorgde. Ik kende hem goed en hij is overtuigd van zijn aantrekkelijkheid voor vrouwen. Dat geeft hem wel eens het gevoel dat alle vrouwen hen leuk moeten vinden. Echte macho man dus…. Hij moest eens weten, veel van de ellende waar wij mee te maken hadden was het gevolg van ene beetje teveel macho enzo…  Het nam allemaal niet weg dat hij ook de enorme verzameling medicijnen op tafel zag staan. ” Dat ziet er niet goed uit, horen we daarom zo weinig van jullie. Zijn jullie allemaal ziek?”  ” Nou, we hebben het behoorlijk te pakken”, zei ik gauw. De anderen knikten en keken wat mistroostig voor zich uit.

“Jammer”, zei hij “want we gaan komend weekend met een groep naar een bluesconcert in het Kurhaus, we dachten dat jullie wel mee zouden willen.”  Ik keek hem verrast aan. ” Kun je daar nu nog kaarten voor krijgen?”  Mijn vriend knikte:” Die kun je alleen aan de zaal kopen dus het is een zaak van vroeg zijn.”  Ik kon niet nalaten de twee dames aan te kijken. Zou er nog iets van een activiteit te beleven zijn of waren we allemaal te moe. Veel levensvreugde hadden we de laatste dagen niet gehad dus…

Tot mijn stomme verbazing knikte Jeltje, zij was het meest ernstig ziek van ons allemaal, nu bleek ineens dat ze wel zin had in een feestje. Ik had het gevoel dat wij nu geen nee meer konden zeggen en kennelijk dacht Froukje er ook zo over. “Ik zie dat we meegaan”, zei ik met een wat geforceerde glimlach. Mijn vriend glimlachte nu ook. Misschien verbaasde hij zich er wel over dat ik nog geen biertje had anageboden. Ik hoopte dat hij dat zou onderbrengen bij het hoofdstuk “ziek”.  “Dus dat gaat wel, ondanks de ziekte”?  vroeg hij. ” O ja, hoor”, antwoordde ik snel. “We zijn bezig beter te worden, gezellig met z’n drieën. Dat laatste was als een soort grap bedoeld. Intussen liep ik naar de koelkast waar ik tot mijn grote verrassing nog twee blikjes bier aantrof en een fles witte wijn. ” Samme wat drinken”?  vroeg ik in een wilde bui…

We zaten met z’n vieren aan tafel en eigenlijk vlotte het gesprek heel goed. Ik was dolblij dat er weer eens iemand anders was, iemand die niet tot ons kleine, ongelukkige groepje behoorde. Mijn vriend had inderdaad prachtige verhalen over de afgelopen weken, wat hij allemaal had uitgevreten. Vooral dat laatste was waar, hoorden we want hij vertelde vooral over zijn tochten van restaurant naar restaurant. Jas, mensen die gewoon vakantie hielden, konden zoiets doen.

Toen hij eenmaal de deur weer uit was, werd het heel stil. ” Gaan we dat voor elkaar krijgen~?”  vroeg Jeltje. ” Bij zo’n concert hoort ene opgewonden maar ook ontspannen stemming. Krijgen we dat voor elkaar?”  Ik keek de kring rond…nou ja…ik keek Froukje aan en trok mijn wenkbrauwen op. “Misschien lukt het als we ons best doen energie te verzamelen”, zei ze. ” Vroeg naar bed en niet drinken ’s avonds tevoren.”  Het was een idee…

“Ja schat, ik weet het maar ik kan nu echt even niet weg. Ik heb hier een centrale taak. Ze zitten hier in een crisis en ik moet die helpen oplossen. Ik doe het voor mijn zusje.”  Even zweeg Froukje aan de telefoon maar het rood in haar gezicht werd weer steeds feller. ” Ja, die ja, dat is mijn zusje, die andere dochter van mijn ouders, die meid die jij nog mooier vond dan mij…”>  Weer valt er ene stilte en weer loopt het rood op.” Nou ja, dat heb je wel een keer gezegd. Stom eigenlijk van je, hè? ” Hetw erd mij steeds duidelijker dat Froukje en haar man, die godbetert Berthold heette, ook in een soort Crisis verkeerden. Ik krabde mij eens achter de oren om te bedenken hoe een vrouw als Froukje in ’s hemelsnaam had kunnen  trouwen met ene Berthold van der Veenmeren…pfff

Ik merkte dat ik voor het eerst sinds tijden mijn hoofd weer kon schudden over iemand anders dan over mijn eigen gezin. Voor mijn gevoel kon die crisis bij mijn zwager en schoonzus nog een veel ernstiger vorm aannemen dan die bij Jeltje en mij. Diep in me voelde ik nog steeds liefde voor mijn vrouw, ja zelfs respect. Hoe het mogelijk was, was een andere vraag want ze had me toch lelijk te grazen genomen. Maar toch…mijn gevoel, ja mijn gevoel leek zo nu en dan wel een eigen leven te leiden. Intussen had ik besloten om gewoon te blijven zitten waar ik zat en met een soort onverschillige houding  te veinzen dat ik niet meeluisterde. Dat was overigens vrijwel onmogelijk want Froukje ging van tijd tot tijd ernstiger te keer dan onze kat als je probeerde een boomtak tussen haar achterpoten vandaan te rukken.

“Nou ja”, haar stem leek nu een beetje op een schorre kermistoeter, “je lost dat geouwehoer maar op, je bent toch altijd zo’n handige, intelligente jongen en goeie vader? Dan heb je deze wat dommige blondine vast niet nodig.” Ik keek even op en zag dat ze gelijk had, ze was blond. Dat was me eerder nog niet zo opgevallen.

Het was wel opvallend hoe stil en zwijgzaam Jeltje het allemaal aanhoorde en ineens drong het tot me door. “Wat maken die twee een ruzie hè?”  zei ik tegen  haar. Ze keek me heel even van achter één van haar prachtige lokken aan. ” Ik ben te moe, veel te moe en alles doet zeer”, zei ze.  Waren dat niet de eerste klachten van een patiënt met AIDS? Ik kon niet voorkomen dat ik een bezorgde blik op haar wierp. Zoals ze er nu bij zat…ik had zo’n verschrikkelijk medelijden met haar, waarom kon je zo wanstaltig veel van iemand houden? Het was toch onlogisch? “Ik ga naar bed”, zei ze zachtjes en met schorre stem. ” Ik houd dit niet vol.”

Ze deed geen lamp uit maar toch leek het of het ineens een stuk donkerder in de kamer was toen ze eenmaal was opgestaan en de deur uit was. Ik keek haar wanhopig na, dat kon ik niet in de spiegel zien maar ik voelde het aan mijn gezicht. Mijn ogen dwaalden even later weer in de richting van Froukje maar die stond op en liep achter haar zusje aan. Ik voelde dat ik me daarin maar even niet moest mengen. Twee zusjes die samen verdriet gingen zitten hebben op de rand van eenbed ofzo….

Mijn  ogen dwaalden de kamer rond. Aan de muur recht tegenover mij stond een grote boekenkast en ik las de titels op de banden. In het verleden had ik de meeste ervan verslonden. Boeken daagden mij altijd uit om zo snel mogelijk door te wurmen. Nu deden ze me niets. Ik had het gevoel dat ik zelf de hoofdpersoon was in een verschrikkelijk en ellendig boek. Ik verweet mezelf zelfs dat ik ooit naar de dokter was gegaan voor die stomme vlekken op mijn voorhoofd. Die waren inmiddels weg trouwens…

Het duurde niet eens zo lang…Froukje kwam de kamer weer binnen maar haar humeur was waarschijnlijk niet opgeknapt. Ze keek nog steeds vooral naar de grond. ” Heb je honger?”  vroeg ze.  Ik bedacht me ineens dat ik de hele avond nog niets had gegeten maar honger, nee, dat voelde ik niet. Ik had niet eens trek in whisky…ik had nergens trek in. Froukje trok voor zichzelf een doos met pizza uit de vriezer en legde die in de oven. “Het gaat nu echt heel slecht met haar”, bromde ze tussen de piepgeluiden van de oven door. Ik wist niets te zeggen als antwoord.We zwegen allebei.

In stilte kropen we naar elkaar toe. Dat ging vanzelf…alsof er een externe kracht was die ons gewoon naar elkaar toe schoof en sensualiteit zat daar niet bij, nee, alleen beweging naar elkaar toe. Het duurde zelfs nog een half uur voordat we tegen elkaar aanzaten en zo zijn we die avond in slaap gevallen. Ik geloof dat het pas drie uur ’s morgens was, toen ik vreselijk moest plassen, dat ik me met moeite uit haar armen losmaakte… Zij voelde zo wam aan, in dit ijskoude huis…

Levendig, dat was het wel. De twee zusjes fladderden om elkaar heen en hielpen elkaar met alles wat je maar bedenken kon en tussendoor was er natuurkijk gefluister. Gefluister om te zorgen dat de heer des huizes maar vooral niets horen zou. Een zieke situatie. Eén van ons zou nu toch eens een keer een eind moeten maken aan dit idiote spel?

Het was achterin een woensdagmiddag toen Jeltje bekendmaakte dat ze nog even een boodschap moest doen en dat ze zoooo terug zou komen. Zo zei ze dat: “Zooooo”……  Ik had niet het idee dat het echt iets betekende en zuchtte alleen ene beetje in de hoop dat er gewoon van buitenaf iets zou gebeuren dat alles veranderde.

Het bleef een half uurtje doodstil in de kamer en ik kreeg net het idee dat Jeltje zo wel terug zou komen toen Froukje heel dicht bij me kwam zitten en eerst ene paar onverstaanbare woorden uitstootte. Ik kon er niets aan doen maar moest gewoon weg vragen wat er aan de hand was. ” Ik ben HIV besmet”, zei ze deze keer iets gearticuleerder. Ik keek haar ongelovig aan maar kon niet nalaten te vragen: ” Durf je daarom zo dicht bij me te zitten?” Froukje grijnsde. ” Ik denk het wel”, zei ze. ” Ik heb gehoord dat jij het ook bent. Wete je, ik heb ongeloooflijke zin in een neukpartij met je maar dat zou ik niet durven als ik nergens last van had.” Hte klamme zweet brak me uit…ja, het was natuurlijk een nieuwe manier van kijken naar de vrijerijen…alleen nog met iemand anders die ook HIV-besmet was….  ” Volges mij is Jeltje ook HIV besmet…”   zei ik hakkelend. Froukje keek me met grote ogen aan. ” Ze heeft AIDS”, fluisterde ze terwijl haar lippen de mijne zochten.

Het was de eerste keer sinds ik Jeltje kende dat ik het deed met een andere vrouw. Nooit eerder had ik het zelfs maar geprobeerd. O ja, wel eens gewild maar nooit iets geprobeerd zelfs maar. Terwijl ik me tevredenstelde met de ongekend harmonieuze golfbeweging die ik met Froukje beleefde, bleef het woord “AIDS”  achterin mijn hoofd hangen. Het stoorde niet en ik vrijdde met Froukje eigenlijk beter en leuker dan met Jeltje maar het woord verdween ook niet naar de achtergrond. Het woord miste zijn uitwerking niet want ik realiseerde me dat ik er altijd nog beter aan toe was dan mijn vrouw.

Toen we lagen uit te hijgen, was Jeltje nog steeds niet thuis. “Ze blijft expres wat langer weg”, lachte Froukje. ” Ze doet het voor jou.”  Ik knikte met een verdrietig gezicht. ” Jaja, dat zal wel…ze doet alles voor mij. Is ook voor mij vreemd gegaan…”  Froukje nam eem stevige hap in mijn lid en gronde. ” In zekere zin wel, het was niet meer dan een ingeving, een moment, een moment van onnadenkendheid…en dat werd meteen bestraft.” ” Maar waarom deed ze dan net alsof ik de oorzaak van de ellende was?”  Froukje schudde haar hoofd. ” Zullen we het even niet over Jeltje hebben? Hebben wij het niet heel goed?” vroeg ze en opnieuw deed ze een anaval op mijn middengebied.

Die middag deden we het vier keer achter elkaar totdat we totaal uitgeput waren en niets anders meer konden dan uitgestrekt op de laminaatvloer liggen. Jeltje was nog steeds niet thuis en ze zou vermoedelijk ook nog lang wegblijven. Ik durfde niet opnieuw over mijn vrouw te beginnen en friemelde nu gezellig met Froukjes haar, beet in haar schouder en streelde haar tepels…van tijd tot tijd giechelde ze maar meestal lag ze doodstil met haar ogen dicht. Ze hikte een enkele keer maar dan zei ze geen “hik”  maar “hiv”. Eerst dacht ik dat ze opd ie manier ene gesprek wilde beginnen maar dat was het niet. ” Ik heb het me aangewned”, zei ze halflachend, ” sinds ik hiv heb. Niet leuk maar wat moet je? Hele dagen treuren, dat kan ik niet. Dat deed mijn vader altijd en vooral mijn moeder. Wat hebebn die veel getreurd.”

Ik grijnsde. Treuren! Nee, dat zat bij mij ook niet erg in de aard al kon ik wel heel diep verdrietig zijn maar dat duurde altijd maar even. Het was gek…we staarden allebei zielsgelukkig naar het plafond en zo bleven we liggen. Hoelang we daar gelegen hebben, weet ik niet meer maar het was al lang donker toen ik wakker werd. Froukje lag nog steeds op dezelfde manier naast me en sliep. Ik vroeg me meteen af of Jeltje al thuisgekomen was en ons zo had aangetroffen maar de moed om naar boven te gaan en in de slaapkamer te kijken, die had ik niet. Ik had in elk geval door dat Jeltje ons geen van beiden met ene mes of ander wapen had bewerkt…

Langzaamaan begon ik me aan te kleden toen ineens ene stem vanuit het duster zei:” Nee, dat hoeft toch niet meer. We kunnen nu toch gewoon naar bed gaan om te slapen?”  Het was Jeltje die klaarblijkelijk aan ons hoofdeinde had zitten wachten. Ik hoorde hoe ze een stoel opzij schoof en opstond. ” Kom”,z ei ze. ” ik neem aan dat Froukje je allang heeft verteld hoe het met mij zit.”  Ze gaf me een hand en troonde mij mee naarboven. ” We gaan naar bed…

Ik liet me die avond volledig willoos meesleuren naar boven en bedacht me of je zelf ook AIDS had als je had gevreeën met ene vrouw die AIDS had. Of bleef het gewoon bij de HIV aandoening? Eigenlijk kon het me niets meer schelen….

 

Een dooie boel was het al dagenlang want al die vrijpartijen waren natuurlijk al weer voorbij. Ik denk dat Jeltje verzadigd was en ja…ze keek me alleen nog maar afwachtend vanuit een hoek van de kamer aan. Soms knauwde ze daarbij op haar vingernagels en van tijd tot tijd stond ze op om een kop capuccino te maken. Het waseen soort schaduwspel want ik merkte dat ik niet veel anders deed. Nou ja, ik was wel in een boekje gedoken en had niet eens in de gaten waar het over ging. Pas na drie dagen merkte ik dat het vol stond met ervaringsverhalen over emigratie. Ja, emigratie, misschien was dat wel de oplossing. Beginnen aan een totaal nieuw leven.

Nou, dat totaal nieuwe leven want op ene goeie dag kondigde Jeltje aan dat haar zusje een week zou komen logeren. Froukje was nog nooit eerder bij ons geweest als logé en ik kon me zelfs niet herinneren dat ze op onze verjaardagen was geweest maat uitgerekend middenin deze crisis kwam ze logeren. Nou, het zou me een gezellige logeerpartij worden. ” En heeft ze dat helemaal alleen verzonnen?” vroeg ik snel, het was eruit voordat ik het wist. ” Ja, ze vond dat het tijd werd”, antwoordde Jeltje gauw maar ik kon aan haar stem horen dat ze niet van plan was de details van het idee verder uit de doeken te doen. ” Mooi zo, ja, tijd wordt het zeker”, ik bracht het er geeuwend uit, een vorm van gedrag die te maken had met de stress die de hele situatie bij mij opriep.

De stilte viel nog meer op nadat we dat allemaal hadden gezegd. ” Ze komt morgenmiddag”, voegde Jeltje er nog aan toe maar ik voelde in geen enkel opzicht behoefte om daarop te reageren. Een zure buikpijn kroop in mij omhoog omdat ik het gevoel had dat Froukje onmiddellijk mij de schuld zou geven van de situatie. Ze zou sowieso in eerste instantie worden ingelicht door haar zusje dus Jeltje lag al een paar meter voor. Daar kwam bij dat iedereen altijd in eerste instantie de schuld aan de man gaf in dit soort situaties, dat was nu eenmaal gebruikelijk, overal en dus ook in onze buurt en familie. Kortom, ik zou maar beter mijn mond kunnen houden en me verder verdiepen in het boekje over emigratie. De verhalen begonnen mij steeds meer aan te spreken. Zo’n emigratie naar Brazi;ië bijvoorbeeld en dan de hele dag aan het strand hangen. Hoe zou de gemeenschap daar op HIV reageren? Niemand gebruikte er immers een condoom?

Ik hoorde dan ook nauwelijks de deur opengaan toen Froukje de volgende dag de kamer binnenkwam. ” Hallo allemaal”, riep ze vrolijk. Het klonk alsof  ze nog niets had gehoord over de crisis in ons huis. Des te beter, dan was ze nog te beïnvloeden en…ik had een voordeel. Froukje was in stilte gek op mij, dat wist ik.  Ze was wat minder uitbundig en opgewonden dan Jeltje, echt het oudere zusje alles was wat bedaagder. Froukje was, of is, wel een mooie meid met fel blond haar en heel lichtblauwe ogen. Ik begon zelfs op te veren toen ik haar zag. Ze kwam meteen met grote passen naar me toe en gaf me drie dikke kussen. Eigenlijk moest ik haar dus als eerste “bewerken”.  “Luister eens Froukje”, begon ik….maar ze zwaaide heftig met haar paardenstaart.” Ik weet het al, je wilt liever niet dat ik hier logeer.”

Ik haalde mijn wenkbrauw op. ” Hoe kom je daar nu bij, ik ben juist hartstikke blij dat je er bent…. ”  Froukje keek mij onderzoekend aan. ” Wat is er? Is er iets?”  Ik voelde mij onzeker worden maar als ik haar als eerste wilde spreken over de problemen, dan moest ik nu toeslaan. Hoewel…op dat moment ging de kamerdeur opnieuw open en Jeltje kwam binnen. ” Zusje!” schreeuwde ze uit. ” Ben je er al?”  De twee vlogen elkaar in de armen en ondanks alles vond ik dat een ontroerend gezicht. Heerlijk,  twee mensen di zo onbevangen dol op elkaar waren. De onbevangenheid stierf in de loop van de middag wel wat weg omdat het duidelijk was dat Jeltje en ik niets gezamenlijk deden.

Afluisteren mag natuurlijk niet maar ik hoorde de zussen in de keuken met elkaar praten en ik kon het niet laten om even te luisteren. “Maar hoe is dat nou toch mogelijk?”  vroeg Froukje. De stemmen werden nu nog zachter en ik kon door de keukendeur heen en om de hoek niet goed horen wat ze zeiden totdat Froukjes stem uitsloeg: “Meid, hoe heb je dat kunnen doen?”  Onmiddellijk hoorde ik Jeltje sissen dat haar zusje stil moest zijn maar de wooreden die daarop volgden hoorde ik ook nog. ” Ik weet me geen raad, ik weet niet hoe ik hier uitkom.”

Met een klap sloeg ik de deur van het toilet dicht om duidelijk te maken dat ik in de buurt was met een geldige reden. Daarna stapte ik door de gang. In de keuken stokten de stemmen even. Meteen daarna gierden de twee het uit van het lachen. Was dat ene gezamenlijke poging om mij een gevoel van eenzaamheid te bezorgen? Was dat een paranoïde gedachte? Ik stapte door en liep terug naar de woonkamer maar ik merkte hoe een zware hoofdpijn zich meester begon te maken van mij.  Hoofdpijn omdat ik het gevoel kreeg dat ik niemand meer kon vertrouwen, ook niet mijzelf.  Lusteloos zakte ik in de stoel waar ik nu al dagen in had gehangen en gezeten. Ik begon mij af te vragen waar dit moest eindigen. Hoe kon hier een einde aan komen?

Boos? Was ik boos? Heel alleen in mijn bed in het holst van de nacht schoot die gedachte door mijn hoofd en op een keer werd ik er wakker van. Was ik boos? Ik woelde en draaide in bed en krabde op plaatsen waar ik graag kwam en op plaatsen waar ik graag mijn vrouw liet komen. Het maakte me alleen maar onrustiger en de vraag bleef me bezighouden.

Slapen deed ik dus niet meer en het klamme zweet begon me zelfs uit te breken. Ik zag onze eerste stappen in Deurne, de allereerste afspraak en het gedoe met de fiets. Ik zag het afgrijselijke gedrag van sommig bezoek bij ons thuis en ik zag de verlossing op onze eerste kamer. Het was wel opmerkelijk dat ik op geen enkel moment tranen in me voelde opwellen terwijl ik me toch heel eenzaam voelde. Eenzaam en koud, zo koud als ik me zelfs in de winter daarvoor niet had gevoeld en…het hielp niet om de verwarming hoger te zetten. Ik bleef het koud hebben. Om een beetje op temperatuur te komen begon ik heen en weer te lopen door de kamer, met sloffen aan en van tijd tot tijd leek het of mijn voeten warm werden.

Zo merkte ik niet hoe heel zachtjes de deur van mijn slaapkamer openging. Ik had het pas door toen er ene lichtstraal in de kamer naar binnen viel. Ik wilde me omdraaien maar het was al te laat. Jeltjes handen gleden over mijn schouders en ze fluisterde in mijn oor. ” Heb je het ook zo koud en kun je daardoor ook niet slapen?” Ik had de kracht niet om er tegenin te gaan en “nee” te zeggen. Haar handen lieten weer warmte in mijn lichaam vloeien zoals dat altijd was geweest. Zoals ik dat kende en het voelde precies zo aan als vroeger. Ik merkte hoe heel mijn weerstand en de opgebouwde weerzin wegtrokken en hoe ik alleen maar weer meer zin in haar kreeg. Even schoot het door mijn hoofd: wat maakt het uit als we allebei met HIV besmet zijn? Er kan dus niets meer gebeuren.”

Of zij er zó diepgaand over na had gedacht, dat heeft ze mij nooit verteld maar ze leek geen remmingen te hebben. Integendeel, het liefdesspel was heftiger dan ooit tevoren en ik raakte al gauw de tel kwijt bij het aantal krassen op mijn rug. Hoelang het duurde weet ik ook iet meer maar ik weet zeker dat we in slaap vielen toen de kat begon te mauwen om naar buiten te kunnen.  En voor het werk was het ook slecht, we hebben ons ziek gemeld en zijn toen weer samen in bed gekropen. Pas tegen het avondeten zijn we eruit gekomen. Arme kat, het dier was doorweekt!

Ik weet niet meer hoe ik me die avond voelde maar het gekke was dat we weer ieder in een hoek van de kamer kropen. Zo nu en dan leken we elkaar niet meer dan schuwe blikken toe  te werpen. Daar zaten we weer, ieder met onze eigen gedachten en tegelijkertijd met die heerlije herinnering van de afgelopen nacht en dag in het achterhoofd…en toch…kon ik ook die avond niet meer opbrnegen dan ” slaap lekker”. Toen liep ik weg.

Het bleef zo, we waren stil en we vreeën en hartstochtelijker vaak dan in de maanden daarvoor hoewel je je dat toch bijna niet voor kon stellen. Zo ging dat veertien dagen lang. Plots kwam er een dag, een dinsdag dat we uitgeblust en bekaf waren. We gingnen naar ons werk en ’s avonds thuis aten we zwijgend samen aan tafel. Als iemand van buitenaf naar binnen had gekeken, zou het er bijna normaal hebben uitgezien. Maar het was niet normaal en ik begon me af te vragen of er niet iets echts moest gebeuren, iets dat hout zou snijden.

Die nacht sliep ik weer niet maar het was niet Jeltje waaraan ik dacht en ook de slaapkamerdeur ging niet open. Ik lag me helemaal suf te piekeren over een oplossing van het probleem. Natuurlijk, ik kon het nog steeds niet hebben dat zij deed alsof ik de oorzaak was van de HIV-besmetting. Maar verder dan, wat moest je doen? Scheiden? Zou dat iets oplossen? Wie zou zich daar gelukkig bij gaan voelen? We waren allebei ziek, of we liepen kans op een zware ziekte en ging het ons dan helpen om daarover ruzie te maken?

 

De dokter kijkt mij onbegrijpend aan. “Wat wilt u? Opsporen waar deaandoening vandaan komt, precies weten wie de oorzaak is?”  Hij kijkt even somber voor zich uit. ” Nee, dat is niet mogelijk. We kunnen aan de besmetting niet zien waar ze vandaan komt. Het is alleen maar mogelijk een onderzoek naar contacten te doen. ”

Daar zit je dan…dan moet de ander dus eerlijk zijn in het opgeven van de contacten. Dat wordt ene lange strijd. ” Maar kan het zijn dat iemand met HIV daar heel lang niets van merkt?” vraag ik. De dokter knikt. ” Dat kan ja, u bent er zelf een voorbeeld van. Het zit er al enige tijd. Pas als het uitmondt in aids, komen er gemene symptomen naar voren. Het kan ook zijn dat het nooit zo ver komt.”  Ik hoor de woorden van de dokter onbewogen aan maar in stilte  maakt de paniek zich meester van mij. Hoe zal ik kunnen aantonen dat ik niet de oorzaak ben? Ik kan wel zeggen dat ik geen vreemde contacten heb gehad maar wie zal mij geloven? Ik weet niet of ik dit met de dokter moet bespreken. Er bekruipt mij het vreselijke gevoel dat ik trucs en kunstjes moet gaan hanteren of dat ik intriges moet opzetten om de waarheid boven water te krijgen. Ik voel er weinig voor om daar mijn huisarts te betrekken. Aan de andere kant…wie dan wel?

Eenmaal thuis vind ik haar uitgeput en misselijk in haar stoel. Ze voelt zich de hele middag al zo, zegt ze maar daar blijft het dan ook bij. Jeltje lijkt het praten met haar man te zijn afgeleerd. Ons kind merkt inmiddels nauwelijks iets van. Die merkt stilte, misschien ongewone stilte maar geen drama, geen spanning.  Nog niet want het wachten is natuurlijk op de eerste, echte emotionele uitbarsting. De aanvang van de oorlog, van de verwijten en beschuldigingen. Die zullen elkaar op een goed of liever “slecht”  moment gaan kruisen en ontmoeten. Dan is er voor het kind ook een beroerde tijd aangebroken. Gek eigenlijk dat zoveel verschillende gedachten in zo’n korte tijd kunnen passeren.

Ik schuifel als een soort zombie door de kamer. Plotseling komt er een onverwachte gedachte in me op. Als ze vreemd zou zijn gegaan, had ik het nog niet eens zo erg gevonden. Maar dat ze HIV voor me verzwijgt…dat snap ik niet…dat begrijp ik helemaal niet. Ik merk dat tranen zich aandienen aan de binnenkant van mijn oogbol en op een goed moment zullen ze naarbuiten moeten.  Vroeger kropen we dicht, zo dicht mogelijk, bij elkaar en dankregen we het lekker warm en dan rook ik haar geur… Nu zoek ik  een hoekje aan het andere uiteinde van de kamer en we spreken geen woord tegen elkaar. Het is een ongewone ervaring, dat zwijgen. Dat doet extra pijn omdat we allebei eigenlijk vol zitten met woorden, we willen zoveel zeggen en toch…ik weet dat het bij haar ook zo is.

Gek is dat, ik weet het en ik vind het niet leuk voor haar maar een echt gevoel heb ik er niet bij. Het gevoel zit helemaal diep in mij verscholen en het lijkt weel of ik alles in mijn  lijf dubbel voel. Mijn gevoel houdt zich alleen nog maar met mijzelf bezig.  Ik wring mijn lichaam in allerlei houdingen die eigenlijk heel onhandig zijn in mijn stoel. Ik voel zelfs hoe mijn rug en gewrichten zeer gaan doen door de houding die ik aanneem. Het lijkt wel of ik me er behagelijk bij voel, bij die tothouding maar dat duurt natuurlijk niet lang. Ploseling sta ik op. “Kom, ik ga naar bed.” Slungelachtig en achteloos beweeg ik me door de kamer, ik peins er nog even over ~Jeltje een nachtzoen te geven maar nee…ook dat zit er niet meer in…ik ga…n

Nooit eerder was het huis zo leeg geweest als die ochtend. Zeker,z e stond in de keuken te drinken uit een pak sinaasappelsap maar de lieve ogen, haar naar mij toe gekeerde gezicht, haar strelende armen, haar verlangen naar mij…het was allemaal weg. Ik voelde me kapot en moe en hoewel ik de laatste jaren als een gek had gewerkt, kwam er nu niets uit mijn handen. Ik kon mij er zelf niet toe krijgen om naar mijn werk te gaan. Het was alsof mijn benen niet meer konden bewegen, alsof ze verlamd waren.

Omdat ik ook honger had, ging ook ik naar de keuken maar er veranderde niets. Jeltje keek niet naar me en lette niet op me totdat ze plotseling het uitkrijste. ” Als jij niet altijd met die vreemde vrouwen aan de scharrel was geweest, als jij niet altijd alleen maar aan het werken was geweest, dan had alles nog geklopt. Godverdomme, je lijkt mijn vader wel, die man die nooit thuis was maar altijd op pad tussen vriendin en bureau…”  Ze haakte met twee handen aan de rand van de aanrecht en hing voorover en huilde op ene manier die het meest deed denken aan het gegil van een varken dat ter slacht ging. Mijn hart bonkte intussen zwaar in mijn keel die al op slot zat door alle woorden die ik niet kon uitbrengen. Het leek of mijn hoofd op springen stond. Ik wilde wat zeggen maar toen was ze weg…twee deuren denderden dicht en weg was ze…godmagweten waar naar toe. Later vond ik haar terug, in elkaar gekrompen met haar rug tegen de badkamerdeur.

Nadat ik twee keer voor niets naar boven was gelopen, besloot ik toch maar “gewoon”  aan het werk te doen, nog net voordat ik de laatste kans had gehad om af te bellen. Maar mijn God, wat een drama, wat een dreun…ik merkte met elke stap hoe ik volslagen van mijn spoor af was. Het kostte me daadwerkelijk moeite om de weg naar het kantoor te vinden en reed anderhalf blok om voordat ik merkte dat ik verkeerd zat. De grote architect van het bureau zag mij binnenkomen en wilde me ,. geloof ik, goeiemorgen wensen maar toen hij mijn gezicht zag, slijkte ghij die woorden maar in. Er was de hele ochtend niemand die iets tegen me zei en ik moet zeggen: dat beviel prima.

Aan het einde van de ochtend kwam de vraag of ik naar huis zou gaan. Dat trok me wel aan want er zou niemand zijn en…op het werk blijven zou mij verplichten tot gesprekken met anderen. Ik trok dus mijn jas aan toen Michael, mijn beste vriend op kantoor, me aansprak. ” Waar ga jij heen? Je blijft toch altijd hier, tussen de middag?”  Ik keek hem wazig aan en iets in zijn ogen gaf me een schok. Zo zou de man waarmee Jeltje het gedaan had, er dus uit kunnen zien. ” “Ik moet even weg”. mompelde ik. “Zie je zo weer.” Waar ik heen ben geweest? Ik kan het niet eens meer vertellen, misschien wel naar de cafetaria om de hoek, om me vol te proppen met kroketten enzo…geen idee. Het zou best kunnen want ik kwam kotsmisselijk op mijn werk terug. Daar zag ik Michael weer en opnieuw probeerde hij me aan ta spreken maar ik maakte duidelijk dat ik geen tijd had.

Toen de avond naderde zwoegde ik me naar huis en daar was niemand. Ik vroeg me af waar Jeltje was maar aan de andere kant, een leeg huis was beter dan een gestorven liefde. Het was niet alleen mijn lieve vrouw die ik kwijt was. Het was ook de mislukking van de vlucht uit het afschuwelijke dorp Deurne. Het leek alsof we het allemaal voor niets hadden gedaan. Het samenspannen, het weglopen en leven van de lucht in het begin  en toen het opbouwen van een eigen leventje.

Het waren precies die zinnen waarmee Jeltje de kamer binnenkwam, willekeurig gemengd met verwijten in mijn richting… En ineens wist ik het zeker, zo ging het niet langer…we moesten zeker weten waar de ziekte vandaan kwam, wat de bron was. Leven in deze sfeer van verdachtmakingen, nee, dat ging niet meer….

“Gelukkig dood ervaring”  is het eerste verhaal op deze site dat klaar is. Een man is tot ver over zijn oren verliefd op ene vrouw maar zij beantwoordt die liefde niet. In zijn wanhoop vliegt hij met zijn sportvliegtuigje tegen een bergwand want ” als ik dood ben, ben ik gelukkig, overal vanaf”. Zo denkt hij…maar het pakt anders uit…  Lees het verhaal op Gelukkig dood ervaring

Blog Stats

  • 10.303 hits

RSS my home

  • Er is een fout opgetreden. De feed is waarschijnlijk uit de lucht. Probeer later opnieuw.
Advertenties