You are currently browsing the tag archive for the ‘Jeltje zat het liefste op de grond omdat die haar de meeste bewegingsvrijheid gaf.’ tag.

Ik weet niet wat ons overeind hield of misschien weet ik het nu wel. Toen wist ik het in elk geval niet. Het leek meer op een soort bestaan waarbij het bewustzijn volledig was uitgeschakeld. Pas een dag of meer dagen na een handeling, bleek mij wat de betekenis ervan was en wat mijn drijfveren waren geweest.

Nooit heb ik later ook pogingen ondernomen om uit te rekenen hoeveel liter drank er in die dagen doorheen is gegaan en hoeveel cocaïne we snoven. Ja, dat ook want drank en cocaïne zij de beste middelen om te vergeten dat je in ene geordende samenleving leeft. Niets is zo erg als een geordende samenleving als je je hebt voorgenomen gewoon ene leven te leiden zolang het leuk is.

Geborgenheid, geborgenheid, dat zochten we alle drie, geborgenheid in de wetenschap dat de buitenwereld niet wist hoe en wanneer we ons misdroegen. Niets is zo liefdevol als het gedeelde, verschrikkelijke geheim, zo lijkt het me nu want ik kan me niet herinneren dat er daarvoor of later tijden zijn geweest waarin ik zo godsgruwelijk van twee vrouwen tegelijkertijd heb gehouden.  Natuurlijk, voor het kind, voor het kind en de kat was het minder. Ik denk dat zij te weinig aandacht hebben gekregen in die tijd maar ja…aan de andere kant…het duurde alles bij elkaar maar ene paar maanden dus…

Ja, ik weet het de schade die je een kind toebrengt, is in een later stadium nauwelijks nog goed te maken. We hebben in later jaren wat afgetobd met “professionele hulp” maar daarover kom ik nog te spreken. Ja, ik denk dat we hem tekort hebben gedaan. De kat niet, die kreeg volop aandacht. Vooral Jeltje was erop gespitst elke ochtend voor hem een bordje magere melk en wat brokjes neer te zetten. Dat werd beloond doordat hij bij mij op schoot kwam zitten en zo hard spinde dat de hele familie me afgunstig aan zat te kijken. Soms vraag ik me af of poes ook begreep wat er gaande was, dat ze intuïtief het goede gevoel had.

What the heck, the cat! Nou, dat kon je zo niet zeggen want de kat was ons aller vriendje, de enige die volledig schuldeloos door het huis sloop en liet zien dat er meer was dan onze eigen muizenissen en doemdenkerijtjes. Hoe dan ook, een blijk van de veranderde waarden en normen was dat we steeds vaker op de grond zaten. Zelden of nooit zochten we onze stoelen en banken op. Zelfs eten deden we zittend op de grond. We hadden het gevoel dat we op onze stoelen en aan tafel teveel zichtbaar waren voor passerende buren. We hadden niet zoveel behoefte aan gezwaai en wuiven. We hadden echt meer dan genoeg aan onszelf.

Daar kwam nog bij dat stoelen, tafels en banken dwingend zijn als het gaat om de manier van zitten. Froukje had er ene pesthekel aan. Stoelen en banken deden haar denken aan haar man, die man met die godsgruwelijke voornaam die je het liefst zo diep mogelijk in de grond zou willen begraven of door het riool zou willen spoelen. Ze voelde zich in een stoel of op ene bank net zo gevangen als in haar huwelijk met die nitwit, die man die trouwens opmerkelijk minder vaak belde. Een enkele keer maakte ik er een opmerking over en dan zag ik een hoopvol licht opgloeien in haar ogen.

Jeltje zat het liefste op de grond omdat die haar de meeste bewegingsvrijheid gaf. Je kon er zitten, hurken, liggen, hangen zonder dat het nodig was om je te verplaatsen. “De grond is alles wat ik nodig heb om me gelukkig te voelen, en mijn man”, zei ze dan en dan sloeg ze haar beide armen heel klemmend om me heen. En dat…dat….maakte mij dan weer meteen heel duidelijk waar we eigenlijk mee bezig waren. Soms schoot het door me heen dat het misschien de laatste “loodjes”  waren want wanneer zou het onafwendbare zich voor gaan doen? Jeltje was steeds vaker moe en misselijk terwijl Froukje en ik nog relatief fris en vrolijk rondliepen. Jetje, mijn Jeltje….er ware momenten dat ik me helemaal alleen opsloot in een lege kamer en voelde hoe de tranen opwelden en vervolgens naar buiten spoten… Ik wilde die momenten niet aan haar laten zien en ook niet aan Froukje.

Het was mijn eigen energie en mijn eigen kracht die zulke momenten op moest vangen, zo vond ik. Van tijd tot tijd vroeg Jeltje me waarom ik me wel eens terug trok en dan moest ik smoezen verzinnen over geld tellen en boodschappen voorbereiden of iets voor het werk want ja….die meiden zaten de hele dag in huis maar ik moest dagelijks de deur uit. Hoewel, het was Froukje die ook steeds vaker aanbood om boodschappen te gaan doen. Ook zij hield het bij tijd en wijle toch ook niet alleen maar binnenshuis uit. Ik merkte dat wel en soms bekroop me de angst dat zij eigenlijk ernaar verlangde naar die grijze, gezichtloze, onbeweglijke slagboom die haar man was terug te willen gaan. Dat ze zich langzaam daarop voorbereidde maar ze zei er niets over. Daarom besloot ik haar er eens naar te vragen….maar ene nog groter vraag was: wanneer zou daarvoor het juiste moment zijn?

Juiste momenten….daar kwam alles op neer en ze waren steeds moeilijker te vinden omdat alles wat we deden vlagen van spontaneïteit en misschien moest het ook wel zo gebeuren. Misschien moest ik het gewoon een keer vragen als ik de woorden niet langer binnen kon houden.

Advertenties

Blog Stats

  • 10.303 hits

RSS my home

  • Er is een fout opgetreden. De feed is waarschijnlijk uit de lucht. Probeer later opnieuw.
Advertenties