Eigenlijk heet ze Saira Ramira en ze is afkomstig uit Nepal. Ik ontmoette haar voor het eerst tien jaar geleden, toen was ze net twintig . Ze was ontsnapt van de boerderij van haar oom waar ze, jarenlang geketend aan de grond , haar werk moest doen en haar diensten als meisje moest verlenen. Aan oude , geile mannen, ja zeker.

Na tien jaar had ze besloten dat haar leven nooit slechter kon worden en zodra zich een kans voordeed, vluchtte ze.  Gek genoeg was dat op het moment dat een stel mannen ruzie maakte om de vraag wie haar zou mogen hebben. Voorgoed…

In een dun hemd en op blote voeten bereikte zij ten slotte India waar zij levende van diefstal en bedelarij aan haar kostje kwam. Mannen moest zij intussen met veel geweld en moeite van zich af houden. Zo sneed zij ooit het gezicht van een kerel open die haar bij de pols had gegrepen. Een verloren en kapotte fles redde haar toen. Na zes weken bereikte zij een post van het Leger de Heils waar zij zich kon wassen, waar zij eten kreeg en waar zij van tijd de kamer van de commandant aanveegde. Niet dat hij daarom had gevraagd maar ze deed het uit dankbaarheid.

Op deze post verbleef tijdelijk luitenant Frits Meerkerk van het Nederlandse Leger des Heils en hij bekommerde zich speciaal om het meisje dat hem om onbekende reden speciaal aansprak, misschien omdat ze zo’n lange reis had gemaakt. Uiteindelijk bood hij haar aan haar adoptievader te worden en haar mee te nemen naar Nederland. Omdat Saira al heel lang wist dat haar leven niet slechter kon worden dat het ooit was geweest, nam ze dat aanbod aan. Het was voor  Meerkerk niet gemakkelijk om het kind mee te krijgen maar door zijn goede contacten lukte het uiteindelijk toch.

Voor Saira begon een heel bijzonder leven. Ze kreeg goede kleren, ze ging naar de basisschool en leerde verbazingwekkend snel Nederlands. Ze volgde het atheneum en koos uiteindelijk voor een studie psychologie die ze cum laude afsloot. Ze was toen inmiddels 23 en zag om naar een baan. Die vond ze bij het Ministerie van Justitie. Daar werkte ze een paar jaar met jongeren uit India en Nepal en na drie jaar stapte ze over naar een particulier bureau dat immigranten helpt met een hele reeks van procedures. Op haar 28e maakte ze duidelijk dat ze niet in Nederland kon blijven. Ze vertelde Meerkerk dat ze naar India terug wilde, niet naar Nepal. Voor Nepal was ze bang omdat haar om en zijn handlangers nog steeds naar haar op zoek zouden zijn.

Sinds twee jaar runt Saira in Oost-India een school en opvanghuis voor kinderen waarvan de ouders “verdwenen”  zijn. Niemand weet of ze nog leven of dood zijn. Daarmee is zij tot op zekere hoogte terug bij af omdat ook zij nooit haar ouders heeft gekend en ook niet eens weet of ze broers of zusjes heeft.  Ik heb haar twee keer in India bezocht, samen met Meerkerk en ik heb grote bewondering voor haar daadkracht en doorzettingsvermogen en vooral voor het gebrek aan haatgevoelens, bijvoorbeeld tegenover haar oom. ” Die heb ik niet”, herhaalt zij keer op keer. ” Je wordt er zwak van.”

Sinds

Advertenties