Froukje en ik lagen die ochtend in een standje 69,5 verwikkeld. Het moet gezegd worden. Van de twee zussen was zij degene met de beste seks, Jeltje had de beste babbel. Overigens…ze maakten elkaar niet heel veel uit op die gebieden maar Froukje was door de omstandigheden steeds meer mijn sexing-partner geworden.

In zo’n houding waren we meestal nog al onbereikbaar maar deze keer was het anders. De deur vloog open en Jeltje kwam luid schreeuwend binnen. “Jeroen, o God, ze hebben Jeroen…!” Ik weet niet meer hoe ik het deed maar ik sprong onmiddellijk recht overeind. Froukje rolde op haar zij en kroop zittend in een hoek bij de verwarming. Bibberend van de kou, even zo goed maar ook heel stil. Ze voelde zich op de één of andere manier schuldig.

“Wie heeft Jeroen te pakken?”  vroeg ik geschrokken terwijl ik mijn arm heel stevig om Jeltjes schouders heen sloeg. Het was vreemd om te merken dat ze daarop nauwelijks reageerde door steun bij me te zoeken zoals ze vroeger altijd had gedaan.”De jongens…de jongens…” snikte ze. ” Het komt doordat we nooit meer op hem hebben opgelet”, ging ze verder.  “We zijn het oog gewoon op hem kwijtgeraakt.” Nog steeds vroeg ik me zenuwachtig en gestresst af wat er precies aan de hand was maar op dat moment kwamen er geen woorden meer uit Jeltje. Ze huilde alleen maar en ik sloot haar sterker in mijn armen. Deze keer gaf ze wel toe en ontspande ze zich helemaal  tegen mij aan.

Ik had geduld geleerd, niet van mijn ouders maar juist van Jeltje en dus wachtte ik, ik wachtte en het verhaal kwam na een paar minuten. “Ze hebben hem helemaal in elkaar geslagen en geschopt. Hij ligt in het ziekenhuis en is bewusteloos…”  onmiddellijk barstte ze weer uit in tranen, haar geschreeuw ging me door merg en been want ik wist dat ze zichzelf de schuld gaf. ” We hebben te weinig aandacht aan hem besteed, de laatste maanden”, snikte ze.  “Hij wordt al tijdenlang heel erg gepest omdat hij zich zo terugtrekt op school en nu dit…o God, ik ben zo bang…. . o God, mijn kind, ze hebben hem kapotgeslagen…”  De laatste woorden krijste ze uit, het was niet eens meer haar eigen herkenbare stem…

Froukje had zich inmiddels in stilte teruggetrokken en was baar haar kamer gegaan om kleren aan te doen. Ze mompelde in zichzelf en ik kon aan haar gezicht nog net zien hoe zij zich het verdriet van haar zusje aantrok. Jeltje keek me nu aan, het leek of haar ogen bovenop een meer van tranen dreven. Ik kon niet veel anders doen dan strelen en zoenen en haar zoenen ontvangen want ze kuste mij aan alle kanten nu. ” Ons kind”, bracht ze eindelijk schor uit. ” Moet dan alles van onze liefde kapot gaan? Ons kind, het is verdomme ons kind…!”

Het sneed door mijn trommelvliezen, ruggenmerk, achterhoofd, het sneed door alles wat ik had…haar wanhoop en de mijne en ik kon niets doen want de machteloosheid id het eerste wat zich opdrong… “We gaan erheen….” fluisterde ik maar Jeltje schudde haar hoofd. ” Dat kan nu niet, ze hebben gezegd dat we vanmiddag kunnen komen, niet nu…. .”  Ik voelde emn innerlijke woede opkomen en kreeg ook het gevoel dat ze mijn vrouw behoorlijk hadden afgepoeierd. “Hoe kan dat nou, waarom zouden zijn ouders niet mogen komen?”  vroeg ik woedend maar Jeltje zat een beetje verdwaasd voor zich uit te staren. Het leek of ze de schok niet te boven kon komen. Hoe konden anderen haar zoon zoiets aan doen. ” Alles gaat dood”, zei ze zachtjes. ” Al het leven rondom mij gaat dood of kapot.” Ze sprak de woorden uit zonderdat haar gezichtsuitdrukking veranderde. “Het is allemaal begonnen met die ene keer met… ”

Ze keek me schichtig aan en gluurde toen weer gauw uit het raam alsof ze zich realiseerde dat ze een geheim had verklapt, al was dat niet zo. Ik besloot er niets over te zeggen, er niet op i te gaan…Jeltje had het al moeilijk genoeg. We hadden het allemaal moeilijk…we moesten allemaal eruit zien te komen. Hoe zouden we gemakkelijk verder kunnen leven, in de wetenschap dat dit het gevolg was van ons prettige, warme, knusse samenzijn?  Van onze afsluiting naar buiten, die onverbreekbare eenheid van drie mensen….die drie mensen die alles waarin ze zo kwetsbaar waren, maar even waren vergeten, even over de schutting hadden gegooid? Nee, zo mocht je dat niet zeggen…

Maar hoe dan wel? Het was toch waar dat we Jeroen gewoon een beetje z’n eigen boontjes hadden laten doppen? Het was toch waar dat we niet of nauwelijks met hem hadden gesproken, alleen met elkaar? Over onze eigen angsten en problemen en gevoelens? En verder hadden we er toch maar zo’n beetje op losgeneukt waar het kon?  Ja, dat was waar!

Het kostte mij geen moeite om de telefoon te pakken en het ziekenhuis te bellen. Ik voelde me opgelaten, sjagrijnig, kwaad en nog veel meer. Ik wilde als vader gewoon mijn zoon kunnen bezoeken, mijn zoon die eigenlijk door mijn eigen toedoen in het ziekenhuis was beland. DE juffrouw aan de andere kant bleek erg begrijpend te zijn…zo begrijpend dat ik begreep waarom ze ons nog even niet op bezoek wilden hebben…het viel niet mee, dat wachten in schuldbesef…